Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-10-10
ECLI:NL:RBNHO:2024:14206
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,495 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/7581
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Haarlem, eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Dijkman Dulkes - Wan).
Inleiding
1.1.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de specificatie van de uitkering van zijn bijstandsuitkering over de maand augustus 2023.
1.2.
Met het bestreden besluit van 12 december 2023 op het bezwaar van eiser heeft verweerder het bezwaar deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft eiser beroep ingesteld.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 29 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het besluit
2. Eiser was eigenaar van [adres] , waar hij met zijn ouders woonde. Hij had een hypotheek bij de Rabobank. De woning is op 21 maart 2014 geveild door de Rabobank. Op 13 maart 2019 heeft de kantonrechter het ontruimingsverzoek van de nieuwe eigenaar toegewezen. Eiser is vervolgens ontruimd.
Op 11 januari 2021 heeft eiser zich bij verweerder gemeld voor bijstand. Hem is bij besluit van 2 maart 2021 een uitkering toegekend, met een korting vanwege het ontbreken van woonkosten, omdat hij dakloos is.
Op 2 augustus 2021 heeft de gerechtsdeurwaarder in verband met de ontruimingskosten die de nieuwe eigenaar van de woning [adres] heeft gemaakt beslag gelegd op de uitkering van eiser. Verweerder voert dit beslag met ingang van 1 augustus 2021 uit.
3. Het CAK heeft verweerder op 21 juli 2023 meegedeeld dat de bestuurlijke premie moet worden ingehouden op de uitkering. Verweerder heeft vanaf augustus 2023 uitvoering gegeven aan dit verzoek.
4. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de uitkeringsspecificatie van augustus 2023. Hij maakt bezwaar tegen de inhoudingen en tegen het niet uitbetalen van vakantiegeld.
5. Verweerder heeft het bezwaar van eiser voor zover dat ziet op de verlaging in verband het ontbreken van de woonkosten niet-ontvankelijk verklaard. De verlaging van de bijstand vanwege het ontbreken van woonkosten vloeit namelijk al voort uit het toekenningsbesluit van 2 maart 2021. De uitkeringsspecificatie verandert daar niets aan en kan daarom niet gezien worden als besluit op dit punt. Hierom kan eiser op dit punt geen bezwaar maken tegen de uitkeringsspecificatie. Ook met betrekking tot de beslaglegging is geen sprake van een besluit, omdat dit al gebeurt vanaf augustus 2021. Daarom heeft verweerder het bezwaar van eiser op die onderdelen niet-ontvankelijk verklaard.
De bronheffing, dat wil zeggen de inhouding van de bestuursrechtelijke premie, moet verweerder op grond van de Zorgverzekeringswet op verzoek van het CAK inhouden op de uitkering. Om die reden heeft verweerder het bezwaar van eiser op dit punt ongegrond verklaard.
Beoordeling
6. Eiser voert aan dat hij sinds 2011 geen inkomen meer heeft vanwege een conflict met de Rabobank. Hij heeft bijstand, omdat de bankrekening van zijn moeder is geblokkeerd in 2018, omdat zij zou zijn overleden. De gemeente Haarlem werkt niet mee deze blokkade op te heffen, moeder is inwoner van gemeente Haarlem, is er net als hij geboren en heeft er altijd gewoond. Een ambtenaar heeft de GGZ op eiser afgestuurd. En er zijn onterecht kosten gedeclareerd bij zijn zorgverzekering. Er is een conflict met de zorgverzekering die eiser onterecht heeft aangemeld bij het CAK. De gemeente Haarlem betaalt het CAK zonder de bezwaren van eiser serieus te nemen. Eiser stelt dat hij geboren is in Haarlem en in Haarlem woont, maar dat er toch 10% wordt ingehouden omdat hij geen woonkosten zou hebben. De gemeente honoreert onrechtmatig beslagen van meerdere partijen van schulden die niet aan eiser toebehoren. Eiser voert verder aan dat een ambtenaar hem zonder zijn toestemming heeft uitgeschreven en geantidateerd uit de woning die aan hem en zijn ouders toebehoort sinds 1987. De gemeente is in gebreke sinds 2014 toen een deurwaarder huisvredebreuk pleegde, omdat de Rabobank heeft gefraudeerd in het Kadaster. Eiser wil de gemeente Haarlem aansprakelijk stellen voor diverse schulden en een onderzoek laten gelasten door het OM naar alle betrokkenen die sinds 2011 zich volgens eiser bezig hebben gehouden met de vastgoedfraude van de Rabobank Nederland.
7. Verweerder heeft in het verweerschrift opgemerkt dat het beroep niet zozeer lijkt te zijn gericht tegen de specificatie, maar gaat over de onderliggende geschillen van eiser met diverse derde partijen. Verweerder heeft de inhoudingen gebaseerd op objectieve informatie. Als eiser van mening is dat hij geen schulden heeft moet hij zich wenden tot de partijen in kwestie. Beroep tegen de specificatie is niet de aangewezen weg om de schulden te betwisten en het geschil over de woning op te lossen, aldus verweerder.
8. De rechtbank overweegt als volgt.
Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar over de korting vanwege ontbreken woonlasten en de beslaglegging door de deurwaarder
9. Aan elke betaling van de bijstandsuitkering ligt een besluit tot die betaling ten grondslag. Wanneer een dergelijk besluit ontbreekt, kan dit besluit zichtbaar worden in de uitkeringsspecificatie. Daartegen kan dan bezwaar worden gemaakt. Als er in de periodieke betaling geen verandering optreedt, kan de grondslag van de betaling niet bij elke betaling opnieuw aan de orde worden gesteld. Dan is in het algemeen alleen sprake van een herhaling van een eerder genomen besluit. Zo’n herhaling is niet gericht op rechtsgevolg en kan om die reden niet worden aangemerkt als besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Anders gezegd: alleen als in een uitkeringsspecificatie een ander bedrag staat dan in de vorige uitkeringsspecificatie, is bezwaar mogelijk.
10. In de specificatie van augustus 2023 staat een korting vanwege het ontbreken van woonlasten. Ook wordt in de specificatie een bedrag genoemd voor de beslaglegging. Dit was ook het geval op de vorige specificatie en die daarvoor. De specificatie verschilt dus niet van het toekenningsbesluit en de eerdere specificaties. Er was daarom geen bezwaar mogelijk tegen deze specificatie. Verweerder heeft daarom het bezwaar van eiser op deze punten terecht niet-ontvankelijk verklaard.
11. De rechtbank merkt hierbij nog het volgende op. De gronden die eiser aanvoert tegen de beslaglegging richten zich tegen de basis van de beslaglegging, namelijk tegen de (door eiser betwiste) schuld. Het is echter niet aan verweerder om de juistheid van de schuld te toetsen. Dat betreft namelijk een kwestie die speelt tussen eiser en de schuldeiser.
Bronheffing / inhouding bestuursrechtelijke premie.
12. Verweerder heeft in augustus 2023 een bedrag ingehouden voor bronheffing. Toegelicht is dat dit de premie van het CAK betreft. Dit was in augustus 2023 voor het eerst het geval. Op dit moment is er dus iets veranderd voor eiser en dus kan hij hier wel tegen opkomen in bezwaar. De vraag is daarna of verweerder dit bedrag in kon houden.
13. Verweerder moet op grond van artikel 18f van de Zorgverzekeringswet aan het verzoek van het CAK om de bestuursrechtelijke premie in te houden, gehoor geven. Verweerder mocht dus niet beslissen om het verzoek van het CAK af te wijzen. Voor een onderzoek naar de juistheid van het aan het verzoek van het CAK ten grondslag liggende besluit tot verplichting van het betalen van een bestuursrechtelijke premie, zoals eiser had gewild, was dan ook geen plaats. Als eiser het niet eens is met het CAK, moet hij zich daartoe wenden, dan wel tot zijn ziektekostenverzekering als hij meent ten onrechte als wanbetaler te zijn aangemeld. Verweerder heeft het bezwaar van eiser op dit punt daarom terecht ongegrond verklaard.
Overige gronden
14. Wat eiser verder aanvoert over de uitschrijving BRP en vermeende misdrijven valt buiten de omvang van dit geding en blijft daarom onbesproken.
Conclusie
15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. Affourtit-Kramer, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:CRVB:2024:406
ECLI:NL:CRVB:2024:84