Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-27
ECLI:NL:RBNHO:2024:14149
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,236 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10453626 \ CV EXPL 23-2280
Uitspraakdatum: 27 november 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
eiseres
hierna gezamenlijk te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. N. Bakker (De Vos en Partners)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een vertraging bij de bagageafhandeling. De vervoerder heeft echter onvoldoende onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen of te beperken. De vordering van AirHelp wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- akte eiser.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hun op 16 augustus 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Cairo International Airport (Egypte) naar O.R. Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika), met vluchtcombinatie MS758 en MS839.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan 3 uur zijn aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- en de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht onderdeel uit van de rotatievlucht Caïro-Amsterdam-Caïro (vluchtnummers MS757 en MS758). Vlucht MS757 kwam met een vertraging van 41 minuten aan op Amsterdam door de late aankomst van een voorgaande vlucht. Ten aanzien van deze vertraging doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. Daarna heeft de vlucht in kwestie een verdere vertraging van 2 uur en 32 minuten opgelopen. Volgens de vervoerder was deze vertraging het gevolg van onderbezetting bij het securitypersoneel en de bagageafhandeling van Schiphol. Daardoor ontstond er vertraging in de afhandeling van het uit- en inladen van de bagage, waarbij ook de bagage van de passagiers die de vlucht niet haalden, van boord moest worden gehaald (zie het overgelegde vluchtrapport).
4.4.
Volgens AirHelp heeft de vervoerder aan de passagiers laten weten dat de vlucht tot 18:00 uur (lokale tijd) vertraagd was door technische problemen en de rest van de vertraging het gevolg was door de vertraagde bagageafhandeling. AirHelp vraagt zich af waarom de vervoerder dit heeft aangegeven aan de passagiers. Daarnaast voert AirHelp aan dat de aansluitende vlucht om 23:44 uur (lokale tijd) is vertrokken in plaats van 23:10 uur (lokale tijd). De passagiers hadden dus de vlucht kunnen halen als de 41 minuten van de totale aankomstvertraging zou worden afgetrokken. Ten aanzien van de vertraging als gevolg van de vertraagde bagageafhandeling is AirHelp van mening dat het laden en lossen van bagage onder de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder valt.
4.5.
De vervoerder betwist dat hij aan de passagiers aangegeven zou hebben dat er sprake was van technische problemen. AirHelp heeft dit ook niet onderbouwd met stukken. Met betrekking tot de vertraagde bagageafhandeling heeft de vervoerder tegenin gebracht dat door de drukte bij de beveiliging van sommige passagiers op de luchthaven hun vlucht net wel of niet halen konden halen, waardoor de bagage van de niet verschenen passagiers uit het toestel gehaald moest worden. Dit zorgde voor extra werk voor het personeel bij de bagageafhandeling, waardoor de bagageafhandeling op andere vluchten vertraagd werd uitgevoerd, waaronder de vlucht in kwestie, aldus de vervoerder.
4.6.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende heeft onderbouwd dat 2 uur en 32 minuten van de vertraging van de vlucht het gevolg was van problemen bij de bagageafhandeling op Schiphol, die op hun beurt weer het gevolg waren van het personeelstekort bij de beveiliging. Hij heeft daarbij eveneens voldoende onderbouwd dat hij geen invloed heeft op de bagageafhandeling. Daarom is dit een omstandigheid die niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en één waarop hij geen invloed kan uitoefenen. Dit betekent dat 2 uur en 32 minuten van de vertraging van de vlucht het gevolg waren van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Omdat de vertraging van de vlucht deels door buitengewone en deels door andere omstandigheden is veroorzaakt, moet worden vastgesteld of de passagiers hun aansluitende vlucht zouden hebben gehaald zonder de buitengewone omstandigheid. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van 3 uur en 1 minuut, om 23:16 uur (lokale tijd) is aangekomen op Caïro. Zonder de buitengewone omstandigheid van 2 uur en 32 minuten zou de vlucht in kwestie om 20:44 uur (lokale tijd) op Caïro arriveren. De vervoerder heeft aangevoerd dat de minimumoverstaptijd te Frankfurt 60 minuten bedraagt. AirHelp heeft dit niet betwist. De vraag of de aansluitende vlucht om 23:10 uur of 23:44 uur (lokale tijd) is vertrokken maakt voor de beoordeling echter geen verschil omdat de passagiers, als de buitengewone omstandigheden zich niet hadden voorgedaan, de aansluitende vlucht hoe dan ook hadden kunnen halen. De uiteindelijke vertraging van de passagiers op de eindbestemming was daarom het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.8.
AirHelp heeft niet betwist dat de passagiers hun aansluitende vlucht wel zouden hebben gehaald als de vertraging in de bagageafhandeling niet had plaatsgevonden, zodat dit vast staat. Dit betekent dat de langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
4.9.
De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder stelt dat hij de omstandigheden niet kon voorkomen. De vervoerder stelt dat hij de enige luchtvaartmaatschappij is die vier keer per week een directe vlucht aanbiedt naar de eindbestemming. De vervoerder heeft de passagiers op de eerst volgende beschikbare vlucht omgeboekt. Daarom kon hij de passagiers niet op een eerdere vlucht omboeken. De vervoerder heeft een overzicht overgelegd van mogelijke alternatieve vluchten, maar deze vluchten hadden geen beschikbaar plaatsen voor de passagiers.
4.10.
AirHelp betwist dat de vervoerder de passagiers heeft omgeboekt op de eerst mogelijke alternatieve vlucht. Zij voert aan dat er (via Ethiopië en Qatar) meerdere indirecte vluchten gingen naar de eindbestemming waar de vervoerder hen had kunnen omboeken. Daarmee waren ten minste een dag eerder nog gearriveerd op de eindbestemming. Nu zijn de passagiers meer dan 24 uur later op de eindbestemming aangekomen, aldus AirHelp.
4.11.
De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat AirHelp niet heeft aangetoond dat de door haar genoemde alternatieve vluchten beschikbare plaatsen had om de passagiers te vervoeren. De vervoerder heeft uitgebreid betoogt dat er geen enkele andere mogelijkheid was en heeft ter onderbouwing een e-mail van de ‘District Manager Netherlands’ van Egyptair overgelegd. De ‘District Manager Netherlands’ verklaart in de e-mail dat er geen beschikbare vluchten waren, omdat de vluchten volgeboekt of al vertrokken waren.
4.12. 4.11.
4.11. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder zijn verweer op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. Het is namelijk aan de vervoerder om aan te tonen dat de omgeboekte vlucht de eerstvolgende alternatieve vlucht was. Hierin is de vervoerder niet geslaagd. Volgens de vervoerder is hij de enige luchtvaartmaatschappij die vier keer per week directe vluchten aanbiedt naar de eindbestemming. Hiermee is echter niet uitgesloten dat er vluchten met een overstap - uitgevoerd door andere luchtvaartmaatschappijen - beschikbaar waren. De vervoerder heeft andere alternatieve vluchten overgelegd, maar niet aangetoond dat deze vol waren. De vervoerder heeft ook niet aangetoond dat de alternatieve vluchten die AirHelp heeft overgelegd geen beschikbare plaatsen hadden. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om, bijvoorbeeld, schermafdrukken van het geautomatiseerde systeem en/of een onderbouwde toelichting op dit systeem te overleggen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk heeft gemaakt dat de alternatief aangeboden vluchten een redelijke maatregel vormen in de zin van bovengenoemd arrest. Het betoog van de vervoerder slaagt niet.
4.13.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp wordt gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 1200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 16 augustus 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 129,14;griffierecht € 322,00;salaris gemachtigde € 408,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover de AirHelp daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter