Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-27
ECLI:NL:RBNHO:2024:14146
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,862 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8077365 \ CV EXPL 19-14625
Uitspraakdatum: 27 november 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
beide wonende te [plaats 2]
4. [eiser 4]wonende te [plaats 1]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk air holding delay. Door deze vertraging hebben de passagiers hun aansluitende vlucht gemist. Het beroep van de vervoerder op een buitengewone omstandigheid slaagt. De vervoerder heeft echter onvoldoende onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen of te beperken. De vorderingen van de passagiers wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder passagiers 1,3 en 4 op 18 en 19 juli 2017 vervoeren van Kaapstad International Airport (Zuid-Afrika) via O.R. Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika) en Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie BA6422, BA54 en BA430. Passagier 2 moest op 18 juli 2017 vervoerd worden van O.R. Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika) via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie BA54 en BA430.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht BA54 van Johannesburg naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 363,00 dan wel € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van een buitengewone omstandigheid. Dit kon ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat vlucht met elf minuten vertraagd is uitgevoerd vanwege beperkingen afkomstig van de luchtverkeersleiding wegens de slechte weersomstandigheden. Het toestel was op tijd vertrokken vanuit Johannesburg en zou oorspronkelijk dertien minuten eerder dan gepland landen op Heathrow Airport, maar het toestel werd onderweg vertraagd omdat het te maken kreeg met air holding delays. Er waren slechte weersomstandigheden voorspeld. Als gevolg daarvan werden door de luchtverkeersleiding beperkingen opgelegd aan het aantal vliegbewegingen. De vliegbewegingen werden verminderd van 46/47 vluchten per uur naar 38 vluchten per uur (zie het overgelegde FICO ETA rapport, Traffic Manager’s Log en de Heathrow Operational Brief (HOEC-rapport)). De vlucht is uiteindelijk met een vertraging van dertien minuten aangekomen te Londen.
4.4.
Anders dan de passagiers is de kantonrechter van oordeel dat air holding door de luchtverkeersleiding wel degelijk een buitengewone omstandigheid oplevert. De vervoerder heeft immers niet de mogelijkheid om toch eerder te landen. Hij is verplicht door de luchtverkeersleiding opgelegde restricties op te volgen en kan daarop geen invloed uitoefenen. De reden waarom de luchtverkeersleiding een restrictie heeft opgelegd is daarbij in beginsel niet relevant. Naar oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder eveneens voldoende aangetoond dat er sprake was van air holding. De vertraging van de vlucht van 13 minuten is daarom aan te merken het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.5.
De vervolgvraag is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om (de vertraging als gevolg van) deze buitengewone omstandigheden te voorkomen. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de vervoerder geen enkele buffertijd tussen de twee aansluitende vluchten is aangehouden. De minimumoverstaptijd (MCT) bedraagt volgens de passagiers 60 minuten en de vervoerder heeft ook een overstaptijd van 60 minuten ingepland, aldus de passagiers. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat hij wel degelijk voldoende overstaptijd in acht heeft genomen omdat de overstap in dezelfde terminal was. Daarnaast heeft hij een overstaptijd van 65 minuten in acht genomen. Ten slotte stelt hij dat de boeking van de passagiers via een reisbureau is gemaakt, zodat hij geen invloed had op de gebruikte overstaptijd.
4.6.
Voor zover de vervoerder stelt dat hij geen invloed heeft kunnen uitoefenen op de overstaptijd van de passagiers gaat de kantonrechter hieraan voorbij. De vervoerder moet in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening moet houden met het risico op vertraging die het gevolg kan zijn van buitengewone omstandigheden. Daarom dient hij in een bepaalde reservetijd te voorzien om de vlucht zo mogelijk volledig te kunnen uitvoeren na afloop van de buitengewone omstandigheden. In dit kader acht de kantonrechter het redelijk van de vervoerder een minimale buffer van 20 minuten te verlangen. Het is aan de vervoerder om in deze reservetijd te voorzien, ook als de passagiers bij hun boeking gebruik hebben gemaakt van een externe partij.
4.7.
De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat de minimale overstaptijd op de luchthaven van Heathrow Airport minder dan 60 minuten bedroeg. Ongeacht of er sprake was van een overstaptijd van 60 of van 65 minuten, oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder dus onvoldoende overstaptijd in acht heeft genomen. Daarom heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen genomen om de vertraging van de passagiers te voorkomen of te beperken. Dit betekent dat de vorderingen van de passagiers worden toegewezen.
4.8.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft deze vordering betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Het gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
4.9.
De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had.
4.10.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.763,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 19 juli 2017, en over € 363,00 vanaf 13 mei 2019, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 99,01;griffierecht € 231,00;salaris gemachtigde € 595,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter