Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-11
ECLI:NL:RBNHO:2024:14145
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,387 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10820397 \ CV EXPL 23-7733
Uitspraakdatum: 11 december 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk dat het vluchtplan werd afgekeurd door de Chinese luchtverkeersleiding omdat het Chinese luchtruim gesloten was voor militaire oefeningen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 16 juni 2023 vervoeren van Incheon International Airport, Seoel (Zuid-Korea) via Franz Josef Strauss Airport, München (Duitsland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie LH719 en LH2308.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht LH719 van Seoel naar München (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht München-Seoel-München (vluchtnummers LH718 en LH719). Deze vluchten zijn uitgevoerd door hetzelfde toestel (toestel DAIXM). Vlucht LH718 van München naar Seoel werd met 22 minuten vertraging uitgevoerd vanwege beperkingen door de luchtverkeersleiding op de luchthaven van München en door een langere block time (vluchttijd). Hiertoe heeft hij het vluchtrapport van vlucht LH718 overgelegd.
4.4.
Vlucht LH178 is met 12 minuten vertraging aangekomen in Seoel, omdat tijdens het omdraaien van het toestel 10 minuten vertraging is ingelopen. De vervoerder stelt dat de 12 minuten vertraging van vlucht LH718 doorwerken op de vlucht in kwestie. AirHelp heeft dit niet betwist, waardoor dit vast is komen te staan.
4.5.
Daarnaast werd de vlucht in kwestie met 36 minuten vertraagd door beperkingen van de luchtverkeersleiding en met 2 uur en 12 minuten door een restrictie van de lokale luchtverkeersleiding. De vervoerder doet alleen ten aanzien van de restricties van de lokale luchtverkeersleiding beroep op buitengewone omstandigheden.
4.6.
De vlucht in kwestie werd met 2 uur en 12 minuten vertraging uitgevoerd omdat de lokale luchtverkeersleiding in China het vluchtplan had afgewezen (zie overgelegde interne berichtgeving). Het vluchtplan werd afgewezen omdat het Chinese luchtruim was gesloten. Als gevolg van de afwijzing moest vlucht LH719 een andere route vliegen. Internationale vluchten moeten verplicht een vluchtplan indienen voordat zij mogen vertrekken. Het vluchtplan moet worden gecontroleerd en goedgekeurd door de luchtverkeersleiding. Wanneer een vluchtplan wordt afgekeurd moeten de piloten een nieuw vluchtplan voorstellen. De vlucht in kwestie moest daarom een nieuw vluchtplan opstellen en een andere route vliegen. Hierdoor liep de vlucht vertraging op. AirHelp betwist dit. Volgens haar blijkt uit de door de vervoerder overgelegde interne berichtgeving niet dat de Chinese luchtverkeersleiding daadwerkelijk het vluchtplan van de vlucht heeft afgekeurd.
4.7.
De vervoerder heeft daarop een bericht van het “Operations Department Munich” overgelegd. Hieruit blijkt volgens de vervoerder eveneens dat het vluchtplan moest worden aangepast vanwege een sluiting van het Chinese luchtruim.
4.8.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende heeft onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van beperkingen door de luchtverkeersleiding. Wanneer het vluchtplan wordt afgewezen, heeft de vlucht niet de mogelijkheid om toch het geplande vluchtplan uit te voeren. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten immers altijd worden opgevolgd en is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering van een luchtvaartmaatschappij. Daarom gaat het hierbij om buitengewone omstandigheden. Daarom was de vertraging van de vlucht voor de duur van 2 uur en 24 minuten is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden.
4.9.
AirHelp heeft niet betwist dat het missen van de aansluitende vlucht door de passagier het gevolg was van de hiervoor genoemde vertragingsoorzaken, zodat dit vast staat.
4.10.
De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder stelt dat hij de omstandigheden niet kon voorkomen. Als gevolg van de sluiting van het Chinese luchtruim zou de vlucht een vertraging van 6 tot 7 uur oplopen. De vervoerder heeft echter een nieuw vluchtplan ingediend en 5 ton aan cargo achtergelaten om voldoende brandstof te hebben, waardoor de vertraging werd beperkt tot 2 uur en 40 minuten. De vervoerder heeft de passagier op de eerst volgende beschikbare vlucht omgeboekt.
4.11.
De kantonrechter oordeelt dat niet valt in te zien wat de vervoerder nog meer of anders had kunnen doen. AirHelp heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
4.12.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter