Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-11
ECLI:NL:RBNHO:2024:14132
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,128 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 10994486 \ CV EXPL 24-767
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZENTVELDT VASTGOED B.V., voorheen genaamd autobedrijf zentveldt b.v.,
te Sint Maartensvlotbrug,
eisende partij,
hierna te noemen: Zentveldt,
gemachtigde: J. Schutte,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De verdere procedure
1.1.
Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 14 augustus 2024.
1.2.
Ingevolge het tussenvonnis van 14 augustus 2024 heeft Zentveldt op 5 september 2024 een akte ingediend waar [gedaagde] schriftelijk op heeft gereageerd.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij het hiervoor genoemde tussenvonnis is Zentveldt in de gelegenheid gesteld om het door haar gestelde verbruik van [gedaagde] nader te onderbouwen door middel van een gespecificeerde opgave van het verbruik van elektra en gas in de drie jaren voorafgaand aan 1 juni 2022. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om op deze specificatie te reageren.
2.2.
Zoals in rechtsoverweging 5.3 van het tussenvonnis is overwogen, ligt op Zentveldt de bewijslast van haar stelling dat [gedaagde] in de periode van juli 2021 tot en met juni 2022 voor € 9.157,13 aan elektra en gas heeft verbruikt. Zentveldt heeft specificaties overlegd en daarbij terecht opgemerkt dat in het tussenvonnis een verschrijving staat betreffende het verbruik aan gas. Dit moet 5.198 Nm³ zijn in plaats van 9.567 Nm³. Dit is verder niet van invloed op de uitkomst.
2.3.
De kantonrechter is in tegenstelling tot [gedaagde] van oordeel dat uit de door Zentveldt overgelegde cijfers genoegzaam kan worden afgeleid dat [gedaagde] in de periode van juli 2021 tot en met juni 2022 voor € 9.157,13 aan elektra en gas heeft verbruikt. De door Zentveldt gehanteerde tarieven zijn door [gedaagde] niet betwist; het geschil betrof het verbruik. De kantonrechter wilde met name weten hoe het verbruik door de vorige huurder (Gobain Glass) van de ruimte die [gedaagde] daarna huurde, in de 3 aan de huur van [gedaagde] voorafgaande jaren zich verhield tot het gestelde verbruik van [gedaagde] . De kantonrechter merkt daarbij op dat hij geen reden heeft te twijfelen aan de door [naam] (de andere huurder) doorgegeven meterstanden.
Gobain Glass heeft in ’18, ’19, en ’20 een vergelijkbaar of een significant hoger gebruik gehad dan [gedaagde] in ’21 en ‘22, zodat niet langer kan worden volgehouden dat het door Zentveldt gevorderde gebruik onbegrijpelijk of onverklaarbaar voorkomt. De vordering ligt voor toewijzing gereed.
2.4.
Omdat [gedaagde] met tijdige betaling in verzuim is, is de wettelijke handelsrente toewijsbaar zoals gevorderd.
2.5.
Verder vordert Zentveldt vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 782,49. Aan de wettelijke eisen voor vergoeding is voldaan. De gevorderde vergoeding is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald en wordt daarom toegewezen.
2.6.
De betaling van [gedaagde] van € 2.200,00 strekt eerst in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten van € 782,49 en vervolgens op de verschenen rente van € 1.382,04. Dit maakt dat met de betaling de volledige buitengerechtelijke incassokosten en verschenen rente zijn voldaan en de hoofdsom van € 8.113,55 (€ 8.149,02 – € 35,47) resteert.
2.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zentveldt worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
524,00
- salaris gemachtigde
€
847,50
(2,5 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.620,04
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zentveldt te betalen een bedrag van € 8.113,55 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 14 februari 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.620,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op
11 december 2024.
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 10994486 \ CV EXPL 24-767
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZENTVELDT VASTGOED B.V., voorheen genaamd autobedrijf zentveldt b.v.,
te Sint Maartensvlotbrug,
eisende partij,
hierna te noemen: Zentveldt,
gemachtigde: J. Schutte,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De verdere procedure
1.1.
Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 14 augustus 2024.
1.2.
Ingevolge het tussenvonnis van 14 augustus 2024 heeft Zentveldt op 5 september 2024 een akte ingediend waar [gedaagde] schriftelijk op heeft gereageerd.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij het hiervoor genoemde tussenvonnis is Zentveldt in de gelegenheid gesteld om het door haar gestelde verbruik van [gedaagde] nader te onderbouwen door middel van een gespecificeerde opgave van het verbruik van elektra en gas in de drie jaren voorafgaand aan 1 juni 2022. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om op deze specificatie te reageren.
2.2.
Zoals in rechtsoverweging 5.3 van het tussenvonnis is overwogen, ligt op Zentveldt de bewijslast van haar stelling dat [gedaagde] in de periode van juli 2021 tot en met juni 2022 voor € 9.157,13 aan elektra en gas heeft verbruikt. Zentveldt heeft specificaties overlegd en daarbij terecht opgemerkt dat in het tussenvonnis een verschrijving staat betreffende het verbruik aan gas. Dit moet 5.198 Nm³ zijn in plaats van 9.567 Nm³. Dit is verder niet van invloed op de uitkomst.
2.3.
De kantonrechter is in tegenstelling tot [gedaagde] van oordeel dat uit de door Zentveldt overgelegde cijfers genoegzaam kan worden afgeleid dat [gedaagde] in de periode van juli 2021 tot en met juni 2022 voor € 9.157,13 aan elektra en gas heeft verbruikt. De door Zentveldt gehanteerde tarieven zijn door [gedaagde] niet betwist; het geschil betrof het verbruik. De kantonrechter wilde met name weten hoe het verbruik door de vorige huurder (Gobain Glass) van de ruimte die [gedaagde] daarna huurde, in de 3 aan de huur van [gedaagde] voorafgaande jaren zich verhield tot het gestelde verbruik van [gedaagde] . De kantonrechter merkt daarbij op dat hij geen reden heeft te twijfelen aan de door [naam] (de andere huurder) doorgegeven meterstanden.
Gobain Glass heeft in ’18, ’19, en ’20 een vergelijkbaar of een significant hoger gebruik gehad dan [gedaagde] in ’21 en ‘22, zodat niet langer kan worden volgehouden dat het door Zentveldt gevorderde gebruik onbegrijpelijk of onverklaarbaar voorkomt. De vordering ligt voor toewijzing gereed.
2.4.
Omdat [gedaagde] met tijdige betaling in verzuim is, is de wettelijke handelsrente toewijsbaar zoals gevorderd.
2.5.
Verder vordert Zentveldt vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 782,49. Aan de wettelijke eisen voor vergoeding is voldaan. De gevorderde vergoeding is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald en wordt daarom toegewezen.
2.6.
De betaling van [gedaagde] van € 2.200,00 strekt eerst in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten van € 782,49 en vervolgens op de verschenen rente van € 1.382,04. Dit maakt dat met de betaling de volledige buitengerechtelijke incassokosten en verschenen rente zijn voldaan en de hoofdsom van € 8.113,55 (€ 8.149,02 – € 35,47) resteert.
2.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zentveldt worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
524,00
- salaris gemachtigde
€
847,50
(2,5 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.620,04
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zentveldt te betalen een bedrag van € 8.113,55 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 14 februari 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.620,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op
11 december 2024.