Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-18
ECLI:NL:RBNHO:2024:13981
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
1,937 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11229467 \ CV FORM 24-5266
Uitspraakdatum: 18 december 2024
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Aegean Airlines
gevestigd te Kifissia, Griekenland
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)
1Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 9 juli 2024;
het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 2 oktober 2024.
Feiten
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 24 juli 2022 vervoeren van Heraklion, Griekenland, via Athene, Griekenland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie A3307 en A3626.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht A3307 van Athene naar Amsterdam (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2022 tot aan de dag van de gehele voldoening; - € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij stelt dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievlucht Athene – Heraklion – Athene (vluchtnummers A3306 en A3307). De luchtverkeersleiding heeft een beperking opgelegd aan vlucht A3306 van Athene naar Heraklion. Hierdoor werd vlucht A3306 met een vertraging van 46 minuten uitgevoerd. Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Deze is uiteindelijk met 49 minuten vertraging uitgevoerd. Hierdoor heeft de passagier de aansluitende vlucht naar de eindbestemming gemist, aldus de vervoerder. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar de vluchtrapporten van beide vluchten.
4.4.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder hiermee voldoende heeft onderbouwd dat de vertraging van vlucht A3306 het gevolg was van een beperking van de luchtverkeersleiding. Hij heeft eveneens voldoende onderbouwd dat deze vertraging doorwerkte op de vlucht in kwestie en dat de passagier hierdoor zijn aansluitende vlucht heeft gemist. Als de luchtverkeersleiding een beperking oplegt aan een vlucht, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij kan hier ook geen invloed op uitoefenen. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van een buitengewone omstandigheid.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om (de vertraging als gevolg van) de buitengewone omstandigheid te voorkomen. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed heeft op de besluiten van de luchtverkeersleiding en dat hij de vertraging van de vlucht dus niet kon voorkomen. Wel heeft hij de passagier na aankomst omgeboekt op de snelste alternatieve vlucht naar de eindbestemming.
4.6.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. De passagier heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Dit betekent dat het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek van de passagier zal worden afgewezen.
4.7.
De passagier stelt ten slotte dat hij niet tot deze procedure zou zijn overgegaan als hij in de buitengerechtelijke fase al de juiste informatie van de vervoerder had gekregen over de toedracht van de vertraging van de vlucht. Daarom verzoekt hij alsnog om veroordeling van de vervoerder in de proceskosten. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat hij ook in de buitengerechtelijke fase heeft gereageerd op de aanmaning van de passagier en dat hij daarin heeft gemeld dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van de beperkingen door de luchtverkeersleiding op de voorgaande vlucht. Hij verwijst hierbij naar de door de passagier overgelegde reactie van de vervoerder.
4.8.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder hiermee voldoende heeft onderbouwd dat hij al in de buitengerechtelijke fase heeft toegelicht waarom de vlucht was vertraagd. In deze procedure heeft hij hetzelfde verweer gevoerd, zodat dit voor de passagier vooraf duidelijk kon zijn. Het enkele feit dat hij deze reactie niet van bijlagen heeft voorzien, maakt dit niet anders. Daarom komen de proceskosten, conform de hoofdregel, voor rekening van de passagier. Deze krijgt immers ongelijk. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.
Dictum
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;
5.3.
verklaart deze beschikking – wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open