Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-04
ECLI:NL:RBNHO:2024:13785
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,694 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10820549 \ CV EXPL 23-7751
Uitspraakdatum: 4 december 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1],
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2],
3. [eiser 3], wonende te [plaats 3],
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],beiden wonende te [plaats 4],
6. [eiser 6],
7. [eiser 7],beiden wonende te [plaats 1],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 31 oktober 2022 vervoeren van Amsterdam naar Casablanca (Marokko), met vlucht AT851 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.3.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 490,05 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de langdurige vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen van de passagiers op de volmachten in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers op hun paspoorten. De kantonrechter vindt het dan ook voldoende aannemelijk dat Yource B.V. gemachtigd is om deze procedure namens de passagiers te voeren. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.
4.3.
Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat de passagiers niet aan de stelplicht hebben voldaan, wordt opgemerkt dat zij in de dagvaarding het vluchtnummer en de vluchtdatum van de litigieuze vlucht hebben genoemd. Bij repliek hebben de passagiers toegelicht dat de vlucht niet is geannuleerd, maar dat deze met meer dan 25 uur vertraging is uitgevoerd. Hiermee is het gebrek in de stelplicht van de passagiers hersteld. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder hierdoor niet in zijn procesbelang is geschaad. Hij heeft immers de gelegenheid gehad om hierop bij dupliek te reageren.
4.4.
Ter onderbouwing van de vordering hebben de passagiers een schermafdruk van de website ‘Flightera.net’ overgelegd. Hieruit volgt dat de vlucht op 1 november 2022 om 17:19 uur UTC uit Amsterdam is vertrokken, en op 31 oktober 2022 om 20:40 uur UTC in Casablanca is aangekomen. De passagiers hebben in dit verband toegelicht dat de vlucht (uiteraard) niet terug is gegaan in de tijd, maar dat de vlucht in werkelijkheid op 1 november 2022 om 20:40 uur UTC in Casablanca is aangekomen.
4.5.
De vervoerder heeft het betoog van de passagiers betwist. Volgens de vervoerder is de vlucht wel degelijk op 31 oktober 2022 om 20:40 uur UTC (dus met slechts 50 minuten vertraging) in Casablanca aangekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de vervoerder met een dergelijke blote ontkenning niet volstaan. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om het vluchtrapport van de vlucht in het geding te brengen. Nu de vervoerder dit heeft nagelaten, is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder de door de passagiers gestelde vertragingsduur dan ook onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan, zodat de vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
4.6.
De vordering tot compensatie betreft een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade als bedoeld in artikel 6:74 lid 1 BW. Deze schade is gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf de vluchtdatum.
4.7.
Ten slotte heeft de vervoerder aangevoerd dat hij rauwelijks is gedagvaard. Volgens de vervoerder hebben de aanmaningen van de passagiers hem niet bereikt. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt. Weliswaar hebben de passagiers de aanmaningen in briefvorm overgelegd, maar hieruit blijkt niet dat de passagiers de aanmaningen ook daadwerkelijk hebben verstuurd. Hiertoe hadden zij in ieder geval de e-mail waarvan de aanmaning schijnbaar een bijlage is, moeten overleggen. Dit hebben de passagiers nagelaten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. De kantonrechter is verder van oordeel dat de passagiers door hun werkwijze en proceshouding, waarbij zij op geen enkele wijze hebben getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
De geplande vertrektijd van de vlucht was 16:15 uur UTC op 31 oktober 2024.
De geplande aankomsttijd van de vlucht was 19:50 uur UTC op 31 oktober 2024.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10820549 \ CV EXPL 23-7751
Uitspraakdatum: 4 december 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1],
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2],
3. [eiser 3], wonende te [plaats 3],
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],beiden wonende te [plaats 4],
6. [eiser 6],
7. [eiser 7],beiden wonende te [plaats 1],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 31 oktober 2022 vervoeren van Amsterdam naar Casablanca (Marokko), met vlucht AT851 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.3.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 490,05 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de langdurige vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen van de passagiers op de volmachten in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers op hun paspoorten. De kantonrechter vindt het dan ook voldoende aannemelijk dat Yource B.V. gemachtigd is om deze procedure namens de passagiers te voeren. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.
4.3.
Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat de passagiers niet aan de stelplicht hebben voldaan, wordt opgemerkt dat zij in de dagvaarding het vluchtnummer en de vluchtdatum van de litigieuze vlucht hebben genoemd. Bij repliek hebben de passagiers toegelicht dat de vlucht niet is geannuleerd, maar dat deze met meer dan 25 uur vertraging is uitgevoerd. Hiermee is het gebrek in de stelplicht van de passagiers hersteld. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder hierdoor niet in zijn procesbelang is geschaad. Hij heeft immers de gelegenheid gehad om hierop bij dupliek te reageren.
4.4.
Ter onderbouwing van de vordering hebben de passagiers een schermafdruk van de website ‘Flightera.net’ overgelegd. Hieruit volgt dat de vlucht op 1 november 2022 om 17:19 uur UTC uit Amsterdam is vertrokken, en op 31 oktober 2022 om 20:40 uur UTC in Casablanca is aangekomen. De passagiers hebben in dit verband toegelicht dat de vlucht (uiteraard) niet terug is gegaan in de tijd, maar dat de vlucht in werkelijkheid op 1 november 2022 om 20:40 uur UTC in Casablanca is aangekomen.
4.5.
De vervoerder heeft het betoog van de passagiers betwist. Volgens de vervoerder is de vlucht wel degelijk op 31 oktober 2022 om 20:40 uur UTC (dus met slechts 50 minuten vertraging) in Casablanca aangekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de vervoerder met een dergelijke blote ontkenning niet volstaan. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om het vluchtrapport van de vlucht in het geding te brengen. Nu de vervoerder dit heeft nagelaten, is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder de door de passagiers gestelde vertragingsduur dan ook onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan, zodat de vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
4.6.
De vordering tot compensatie betreft een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade als bedoeld in artikel 6:74 lid 1 BW. Deze schade is gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf de vluchtdatum.
4.7.
Ten slotte heeft de vervoerder aangevoerd dat hij rauwelijks is gedagvaard. Volgens de vervoerder hebben de aanmaningen van de passagiers hem niet bereikt. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt. Weliswaar hebben de passagiers de aanmaningen in briefvorm overgelegd, maar hieruit blijkt niet dat de passagiers de aanmaningen ook daadwerkelijk hebben verstuurd. Hiertoe hadden zij in ieder geval de e-mail waarvan de aanmaning schijnbaar een bijlage is, moeten overleggen. Dit hebben de passagiers nagelaten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. De kantonrechter is verder van oordeel dat de passagiers door hun werkwijze en proceshouding, waarbij zij op geen enkele wijze hebben getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
De geplande vertrektijd van de vlucht was 16:15 uur UTC op 31 oktober 2024.
De geplande aankomsttijd van de vlucht was 19:50 uur UTC op 31 oktober 2024.