Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-17
ECLI:NL:RBNHO:2024:13127
Civiel recht
Wraking
2,514 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
rekestnummer: C/15/360034 / HA RK 24/184
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te Hoofddorp,
verzoeker,
gemachtigde mr. E. Doornbos, advocaat te Badhoevedorp.
Het verzoek is gericht tegen:
Mr. M.W. Koenis,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1
Verzoeker heeft op vrijdag 13 december 2024 om 16.27 uur bij e-mail schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer 11137225 CV 24-3608, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De wrakingskamer van de rechtbank geeft deze beslissing zonder het verzoek ter zitting te behandelen.
Beoordeling
2.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2
De hoofdzaak betreft een huurwoningontruimingszaak waarin partij [naam 1] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. N. Kooistra, advocaat, de eiser is en verzoeker met [naam 2] gedaagden zijn.
2.3
In de hoofdzaak heeft de rechter zitting bepaald op maandag 16 december 2024 om 9.30 uur.
2.4
Verzoeker heeft verzocht om uitstel van de zitting. Hij verwijst naar zijn wens om op maandag 16 december 2024 de hele dag telefoontaps te kunnen afluisteren in verband met een tegen hem lopende strafzaak. De wederpartij in de hoofdzaak heeft zich tegen de aanhouding verzet vanwege de zijns inziens reeds lange duur van de procedure.
2.5
De rechter heeft het verzoek afgewezen op woensdag 11 december 2024. Hij heeft daarbij verwezen naar de standpunten van beide partijen over de aanhouding. De beslissing om de zitting niet aan te houden heeft hij niet nader gemotiveerd.
2.6
Verzoeker heeft zijn verzoek om aanhouding herhaald. De rechter is (ongemotiveerd) bij de afwijzing gebleven en heeft dat in de vroege ochtend van 13 december 2024 aan verzoeker bericht.
2.7
Verzoeker voert als grond voor wraking aan:
“Wat is dit voor belachelijks. Ik voel mij totaal niet serieus genomen. Begrijpt deze rechter niet welke belangen er voor mij en [naam 3] op het spel staan? Blijkbaar vindt hij het belangrijker wat er voor [naam 1] gebeurt. De vorige keer had ik dat gevoel ook al. Ik heb geen vertrouwen in deze rechter. [naam 1] vangt gewoon zijn huur. Wat gaat een maand uitstel voor hem uitmaken. Er is geen man overboord. Ik wil dat je de rechtbank laat weten dat wij deze rechter niet meer onpartijdig vinden. Graag een wrakingsverzoek indienen.”
2.8
Het wrakingsverzoek is gericht tegen een procesbeslissing: de beslissing om de zitting niet te verdagen. Een procesbeslissing kan in beginsel geen grond voor wraking vormen, ook niet als een partij het niet eens is met de beslissing (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). In dit geval is de procesbeslissing niet gemotiveerd. Uit het ontbreken van een motivering van de procesbeslissing kan in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten ook geen blijk van vooringenomenheid worden afgeleid van de rechter die haar heeft gegeven. De omstandigheden die verzoeker aanvoert voor zijn wrakingsverzoek kunnen daarom geen grond voor wraking vormen. Het wrakingsverzoek is daarmee niet – relevant – gemotiveerd en dus kennelijk ongegrond.
2.9
In deze situatie ziet de wrakingskamer af van behandeling van het verzoek op een zitting, omdat er geen andere beslissing kan worden gegeven (zie artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland).
Dictum
De rechtbank
3.1
wijst het verzoek tot wraking van de rechter af,
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
3.3
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. H.P. van der Lelie en mr. C.A.M van der Heijden, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van R. Koopman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2024.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
rekestnummer: C/15/360034 / HA RK 24/184
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te Hoofddorp,
verzoeker,
gemachtigde mr. E. Doornbos, advocaat te Badhoevedorp.
Het verzoek is gericht tegen:
Mr. M.W. Koenis,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1
Verzoeker heeft op vrijdag 13 december 2024 om 16.27 uur bij e-mail schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer 11137225 CV 24-3608, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De wrakingskamer van de rechtbank geeft deze beslissing zonder het verzoek ter zitting te behandelen.
Beoordeling
2.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2
De hoofdzaak betreft een huurwoningontruimingszaak waarin partij [naam 1] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. N. Kooistra, advocaat, de eiser is en verzoeker met [naam 2] gedaagden zijn.
2.3
In de hoofdzaak heeft de rechter zitting bepaald op maandag 16 december 2024 om 9.30 uur.
2.4
Verzoeker heeft verzocht om uitstel van de zitting. Hij verwijst naar zijn wens om op maandag 16 december 2024 de hele dag telefoontaps te kunnen afluisteren in verband met een tegen hem lopende strafzaak. De wederpartij in de hoofdzaak heeft zich tegen de aanhouding verzet vanwege de zijns inziens reeds lange duur van de procedure.
2.5
De rechter heeft het verzoek afgewezen op woensdag 11 december 2024. Hij heeft daarbij verwezen naar de standpunten van beide partijen over de aanhouding. De beslissing om de zitting niet aan te houden heeft hij niet nader gemotiveerd.
2.6
Verzoeker heeft zijn verzoek om aanhouding herhaald. De rechter is (ongemotiveerd) bij de afwijzing gebleven en heeft dat in de vroege ochtend van 13 december 2024 aan verzoeker bericht.
2.7
Verzoeker voert als grond voor wraking aan:
“Wat is dit voor belachelijks. Ik voel mij totaal niet serieus genomen. Begrijpt deze rechter niet welke belangen er voor mij en [naam 3] op het spel staan? Blijkbaar vindt hij het belangrijker wat er voor [naam 1] gebeurt. De vorige keer had ik dat gevoel ook al. Ik heb geen vertrouwen in deze rechter. [naam 1] vangt gewoon zijn huur. Wat gaat een maand uitstel voor hem uitmaken. Er is geen man overboord. Ik wil dat je de rechtbank laat weten dat wij deze rechter niet meer onpartijdig vinden. Graag een wrakingsverzoek indienen.”
2.8
Het wrakingsverzoek is gericht tegen een procesbeslissing: de beslissing om de zitting niet te verdagen. Een procesbeslissing kan in beginsel geen grond voor wraking vormen, ook niet als een partij het niet eens is met de beslissing (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). In dit geval is de procesbeslissing niet gemotiveerd. Uit het ontbreken van een motivering van de procesbeslissing kan in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten ook geen blijk van vooringenomenheid worden afgeleid van de rechter die haar heeft gegeven. De omstandigheden die verzoeker aanvoert voor zijn wrakingsverzoek kunnen daarom geen grond voor wraking vormen. Het wrakingsverzoek is daarmee niet – relevant – gemotiveerd en dus kennelijk ongegrond.
2.9
In deze situatie ziet de wrakingskamer af van behandeling van het verzoek op een zitting, omdat er geen andere beslissing kan worden gegeven (zie artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland).
Dictum
De rechtbank
3.1
wijst het verzoek tot wraking van de rechter af,
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
3.3
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. H.P. van der Lelie en mr. C.A.M van der Heijden, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van R. Koopman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2024.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.