Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-04
ECLI:NL:RBNHO:2024:12268
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,878 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11204243 \ CV EXPL 24-4846
Uitspraakdatum: 4 december 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands rechtAlektum Capital V AG
gevestigd te Zug (Zwitserland)
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde 1]
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
gemachtigde: [gemachtigde 2]
Procesverloop
1.1.
Alektum heeft [gedaagde] gedagvaard. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Alektum heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. Alektum heeft zich bij akte uitgelaten over (de producties bij) de schriftelijke reactie van [gedaagde].
Geschil
2.1.
Alektum stelt dat [gedaagde] online een koopovereenkomst heeft gesloten via Zalando. Zalando heeft haar (vermeende) vorderingsrecht gecedeerd aan Alektum. Volgens Alektum is [gedaagde] in gebreke gebleven met betaling van de koopsom. Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 279,95, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft de hoofdsom niet betwist. De door Alektum gevorderde hoofdsom is daarom in beginsel toewijsbaar.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd.
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.
Nevenvorderingen
3.4.
Voordat de kantonrechter toekomt aan de beoordeling van het verweer van [gedaagde] ten aanzien van de nevenvorderingen, zal zij eerst de rechtsgeldigheid van de algemene voorwaarden van Alektum beoordelen.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.5.
Op de overeenkomst zijn de volgende algemene voorwaarden van Alektum van toepassing verklaard:
Algemene voorwaarden Thuiswinkel (1 juni 2014);
Algemene en aanvullende voorwaarden van Zalando.
Incasso- en rentebeding(en)
3.6.
In de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel 1 juni 2014 staat onder meer het volgende beding:
‘Artikel 15 – Betaling
(…) 4. Indien de consument niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(en) voldoet, is deze, nadat hij door de ondernemer is gewezen op de te late betaling en de ondernemer de consument een termijn van 14 dagen heeft gegund om alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14-dagen-termijn, over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd en is de ondernemer gerechtigd de door hem gemaakte buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot € 2.500,=; 10% over de daaropvolgende € 2.500,= en 5% over de volgende € 5.000,= met een minimum van € 40,=. De ondernemer kan ten voordele van de consument afwijken van genoemde bedragen en percentages.’
3.7.
In de Algemene en aanvullende voorwaarden van Zalando staat onder meer het volgende beding:
Artikel 3.3:
‘Indien u niet tijdig aan uw betalingsverplichting(en) voldoet, is deze, nadat u door ons bent gewezen op de te late betaling en wij u een termijn van 14 dagen hebben gegund om alsnog aan uw betalingsverplichtingen te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14-dagen-termijn, over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd en zijn wij gerechtigd de door ons gemaakte buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot € 2.500,00- 10% over daaropvolgende € 2.500,00= en 5% over de volgende € 5.000,00 met een minimum van € 40,00. Wij kunnen ten voordele van u afwijken van genoemde bedragen en percentages.’
3.8.
Deze rente- en incassobedingen zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet oneerlijk, omdat deze bedingen aansluiten bij de wettelijke regels omtrent de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat het verzuim intreedt als er binnen deze termijn niet is betaald.
Buitengerechtelijke kosten, rente en proceskosten
3.9.
Alektum heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Zij stelt daartoe dat zij verschillende schriftelijke herinneringen en aanmaningen, waaronder een 14-dagenbrief, aan [gedaagde] heeft verzonden.
3.10.
[gedaagde] heeft de ontvangst van deze aanmaningen uitdrukkelijk betwist. [gedaagde] is sinds 5 maart 2024 gedetineerd, en de gemachtigde van [gedaagde] heeft sindsdien geen poststukken zien binnenkomen op het woonadres van [gedaagde] ([adres]). Ook de familieleden van [gedaagde] hebben geen brieven ontvangen van Zalando. Bovendien komt het gebruikte e-mailadres ([e-mailadres]) (de gemachtigde van) [gedaagde] niet bekend voor.
3.11.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het uitgangspunt is ingevolge artikel 3:37 lid 3 BW (de ontvangsttheorie) dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring (in casu de schriftelijke aanmaningen), om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt. Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt, indien zij door hem is ontvangen. Ook bepaalt de wet dat een verklaring die de geadresseerde niet of niet tijdig heeft bereikt, toch haar werking heeft, indien dit niet of niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling.
3.12.
De kantonrechter is van oordeel dat de aanmaningen in dit geval hun werking hebben gekregen. De facturen, betalingsherinneringen en aanmaningen zijn immers verzonden naar het (e-mail)adres dat is opgegeven bij het aangaan van de overeenkomst door [gedaagde]. Alektum heeft bovendien voldoende onderbouwd dat er (ook) meerdere sommaties per post zijn verstuurd naar het adres waar ook de producten zijn geleverd. Deze brieven zijn allen verstuurd in 2023, dus voordat [gedaagde] in detentie zat. Voor zover de aanmaningen [gedaagde] desondanks niet hebben bereikt is dit het gevolg van zijn eigen handelen. Van rauwelijks dagvaarden is in dit geval dan ook geen sprake. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het tarief dat volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) past bij de toewijsbare hoofdsom, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
3.13.
De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals onder de beslissing opgenomen.
3.14.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Betalingsregeling
3.15.
[gedaagde] heeft om een betalingsregeling verzocht. Alektum heeft aangegeven dat zij (nog) geen betalingsregeling wil treffen. De wet biedt de kantonrechter niet de mogelijkheid om Alektum een betalingsregeling op te leggen.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Alektum van € 341,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 279,95 vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Alektum tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 112,37;
griffierecht € 130,00;
salaris gemachtigde € 164,00 (2x € 82,00);
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11204243 \ CV EXPL 24-4846
Uitspraakdatum: 4 december 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands rechtAlektum Capital V AG
gevestigd te Zug (Zwitserland)
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde 1]
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
gemachtigde: [gemachtigde 2]
Procesverloop
1.1.
Alektum heeft [gedaagde] gedagvaard. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Alektum heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. Alektum heeft zich bij akte uitgelaten over (de producties bij) de schriftelijke reactie van [gedaagde].
Geschil
2.1.
Alektum stelt dat [gedaagde] online een koopovereenkomst heeft gesloten via Zalando. Zalando heeft haar (vermeende) vorderingsrecht gecedeerd aan Alektum. Volgens Alektum is [gedaagde] in gebreke gebleven met betaling van de koopsom. Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 279,95, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft de hoofdsom niet betwist. De door Alektum gevorderde hoofdsom is daarom in beginsel toewijsbaar.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd.
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.
Nevenvorderingen
3.4.
Voordat de kantonrechter toekomt aan de beoordeling van het verweer van [gedaagde] ten aanzien van de nevenvorderingen, zal zij eerst de rechtsgeldigheid van de algemene voorwaarden van Alektum beoordelen.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.5.
Op de overeenkomst zijn de volgende algemene voorwaarden van Alektum van toepassing verklaard:
Algemene voorwaarden Thuiswinkel (1 juni 2014);
Algemene en aanvullende voorwaarden van Zalando.
Incasso- en rentebeding(en)
3.6.
In de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel 1 juni 2014 staat onder meer het volgende beding:
‘Artikel 15 – Betaling
(…) 4. Indien de consument niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(en) voldoet, is deze, nadat hij door de ondernemer is gewezen op de te late betaling en de ondernemer de consument een termijn van 14 dagen heeft gegund om alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14-dagen-termijn, over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd en is de ondernemer gerechtigd de door hem gemaakte buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot € 2.500,=; 10% over de daaropvolgende € 2.500,= en 5% over de volgende € 5.000,= met een minimum van € 40,=. De ondernemer kan ten voordele van de consument afwijken van genoemde bedragen en percentages.’
3.7.
In de Algemene en aanvullende voorwaarden van Zalando staat onder meer het volgende beding:
Artikel 3.3:
‘Indien u niet tijdig aan uw betalingsverplichting(en) voldoet, is deze, nadat u door ons bent gewezen op de te late betaling en wij u een termijn van 14 dagen hebben gegund om alsnog aan uw betalingsverplichtingen te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14-dagen-termijn, over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd en zijn wij gerechtigd de door ons gemaakte buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot € 2.500,00- 10% over daaropvolgende € 2.500,00= en 5% over de volgende € 5.000,00 met een minimum van € 40,00. Wij kunnen ten voordele van u afwijken van genoemde bedragen en percentages.’
3.8.
Deze rente- en incassobedingen zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet oneerlijk, omdat deze bedingen aansluiten bij de wettelijke regels omtrent de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat het verzuim intreedt als er binnen deze termijn niet is betaald.
Buitengerechtelijke kosten, rente en proceskosten
3.9.
Alektum heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Zij stelt daartoe dat zij verschillende schriftelijke herinneringen en aanmaningen, waaronder een 14-dagenbrief, aan [gedaagde] heeft verzonden.
3.10.
[gedaagde] heeft de ontvangst van deze aanmaningen uitdrukkelijk betwist. [gedaagde] is sinds 5 maart 2024 gedetineerd, en de gemachtigde van [gedaagde] heeft sindsdien geen poststukken zien binnenkomen op het woonadres van [gedaagde] ([adres]). Ook de familieleden van [gedaagde] hebben geen brieven ontvangen van Zalando. Bovendien komt het gebruikte e-mailadres ([e-mailadres]) (de gemachtigde van) [gedaagde] niet bekend voor.
3.11.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het uitgangspunt is ingevolge artikel 3:37 lid 3 BW (de ontvangsttheorie) dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring (in casu de schriftelijke aanmaningen), om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt. Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt, indien zij door hem is ontvangen. Ook bepaalt de wet dat een verklaring die de geadresseerde niet of niet tijdig heeft bereikt, toch haar werking heeft, indien dit niet of niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling.
3.12.
De kantonrechter is van oordeel dat de aanmaningen in dit geval hun werking hebben gekregen. De facturen, betalingsherinneringen en aanmaningen zijn immers verzonden naar het (e-mail)adres dat is opgegeven bij het aangaan van de overeenkomst door [gedaagde]. Alektum heeft bovendien voldoende onderbouwd dat er (ook) meerdere sommaties per post zijn verstuurd naar het adres waar ook de producten zijn geleverd. Deze brieven zijn allen verstuurd in 2023, dus voordat [gedaagde] in detentie zat. Voor zover de aanmaningen [gedaagde] desondanks niet hebben bereikt is dit het gevolg van zijn eigen handelen. Van rauwelijks dagvaarden is in dit geval dan ook geen sprake. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het tarief dat volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) past bij de toewijsbare hoofdsom, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
3.13.
De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals onder de beslissing opgenomen.
3.14.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Betalingsregeling
3.15.
[gedaagde] heeft om een betalingsregeling verzocht. Alektum heeft aangegeven dat zij (nog) geen betalingsregeling wil treffen. De wet biedt de kantonrechter niet de mogelijkheid om Alektum een betalingsregeling op te leggen.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Alektum van € 341,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 279,95 vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Alektum tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 112,37;
griffierecht € 130,00;
salaris gemachtigde € 164,00 (2x € 82,00);
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).