Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-07
ECLI:NL:RBNHO:2024:11610
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,600 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 11056850 BM VERZ 24-805 en 11056851 MB VERZ 24-447 NDVM
Uitspraakdatum: 7 november 2024
Beschikking van de kantonrechter
Op verzoek van:
Stichting Odion,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
gemachtigde: mr. C.G. Versteegh,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
gemachtigde: mr. R.T. Poort.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 17 april 2024;
het verweerschrift van betrokkene, ter griffie ingekomen op 2 mei 2024;
de brief van [broer] , broer van betrokkene, ter griffie ingekomen op 6 mei 2024;
de e-mail van betrokkene, ter griffie ingekomen op 28 mei 2024;
de reactie van verzoeker op het verweer, ter griffie ingekomen op 31 mei 2024;
de brief van verzoeker, ter griffie ingekomen op 23 september 2024;
de e-mail van betrokkene, ter zitting overgelegd op 25 september 2024;
een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder.
Op 25 september 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot instelling van bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren. Daarnaast strekt het verzoek tot instelling van mentorschap ten behoeve van betrokkene.
Verzoeker stelt dat betrokkene een professionele bewindvoerder en mentor nodig heeft die hem kan helpen zijn financiën in goede banen te leiden en samen met hem beslissingen kan nemen op medisch gebied en over de zorg die hij ontvangt. Tot haar overlijden eind 2023 deed de moeder van betrokkene dit. Moeder regelde alles en niet betrokkene zelf. Betrokkene kan dit namelijk niet zelf. Inmiddels heeft de broer van betrokkene de rol van moeder overgenomen. Het contact tussen verzoeker en de broer loopt echter stroef. Daarnaast stelt verzoeker dat de invloed van broer niet goed is voor betrokkene. Zo houdt de broer onvoldoende rekening met de wensen van betrokkene. Hierdoor ligt een loyaliteitsconflict op de loer. Verder voert verzoeker aan dat zij het lastig vindt om informatie met de broer te delen nu hij geen formele positie heeft.
Betrokkene voert verweer tegen het verzoek. Hierbij wijst betrokkene naar de beschikking van de kantonrechter van 14 juli 2015 waarbij het in 2005 ingestelde bewind is opgeheven omdat de noodzaak daartoe niet meer bestond. Betrokkene begrijpt niet waarom het nu dan weer nodig zou zijn. Betrokkene stelt dat er geen grond is voor bewind. Sinds de opheffing van het bewind beheert betrokkene zelf zijn financiën. Eerst met behulp van zijn moeder en nu met behulp van zijn broer. Er bestaat daarom geen noodzaak tot instelling van bewind en/of mentorschap. Er is sprake van een gezonde financiële situatie. Uiterst subsidiair stelt betrokkene voor om zijn broer tot bewindvoerder en mentor te benoemen. Betrokkene heeft de indruk dat het verzoek met name is ingediend omdat verzoeker de broer van betrokkene lastig vindt.
De kantonrechter moet beoordelen of voldoende aannemelijk is dat betrokkene als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn (vermogensrechtelijke) belangen behoorlijk waar te nemen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet het geval. Door verzoeker is onvoldoende concreet onderbouwd waarom bewind en mentorschap noodzakelijk is. Vast staat dat betrokkene het sinds 2015 gered heeft zonder bewindvoerder en mentor. Weliswaar had hij toen zijn moeder nog om hem bij te staan, maar het wegvallen van haar hulp is opgevangen door de broer van betrokkene. De stelling dat broer geen formele positie heeft is juist, maar levert geen grondslag op voor instelling van bewind en/of mentorschap. Gebleken is dat betrokkene naar volle tevredenheid op zowel vermogensrechtelijk als niet-vermogensrechtelijk vlak wordt bijgestaan door zijn broer. Ter zitting heeft betrokkene dit in heldere bewoordingen bevestigd. Betrokkene wil geen bewindvoerder of mentor en wil dat de situatie blijft zoals die nu is.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er geen noodzaak bestaat voor bewind en mentorschap. Naar het oordeel van de kantonrechter is gebleken dat betrokkene in staat is zijn belangen zelf behoorlijk waar te nemen en dat daar waar dit niet het geval is, hij een beroep kan doen op zijn broer.
Dictum
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Schroten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 11056850 BM VERZ 24-805 en 11056851 MB VERZ 24-447 NDVM
Uitspraakdatum: 7 november 2024
Beschikking van de kantonrechter
Op verzoek van:
Stichting Odion,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
gemachtigde: mr. C.G. Versteegh,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
gemachtigde: mr. R.T. Poort.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 17 april 2024;
het verweerschrift van betrokkene, ter griffie ingekomen op 2 mei 2024;
de brief van [broer] , broer van betrokkene, ter griffie ingekomen op 6 mei 2024;
de e-mail van betrokkene, ter griffie ingekomen op 28 mei 2024;
de reactie van verzoeker op het verweer, ter griffie ingekomen op 31 mei 2024;
de brief van verzoeker, ter griffie ingekomen op 23 september 2024;
de e-mail van betrokkene, ter zitting overgelegd op 25 september 2024;
een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder.
Op 25 september 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot instelling van bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren. Daarnaast strekt het verzoek tot instelling van mentorschap ten behoeve van betrokkene.
Verzoeker stelt dat betrokkene een professionele bewindvoerder en mentor nodig heeft die hem kan helpen zijn financiën in goede banen te leiden en samen met hem beslissingen kan nemen op medisch gebied en over de zorg die hij ontvangt. Tot haar overlijden eind 2023 deed de moeder van betrokkene dit. Moeder regelde alles en niet betrokkene zelf. Betrokkene kan dit namelijk niet zelf. Inmiddels heeft de broer van betrokkene de rol van moeder overgenomen. Het contact tussen verzoeker en de broer loopt echter stroef. Daarnaast stelt verzoeker dat de invloed van broer niet goed is voor betrokkene. Zo houdt de broer onvoldoende rekening met de wensen van betrokkene. Hierdoor ligt een loyaliteitsconflict op de loer. Verder voert verzoeker aan dat zij het lastig vindt om informatie met de broer te delen nu hij geen formele positie heeft.
Betrokkene voert verweer tegen het verzoek. Hierbij wijst betrokkene naar de beschikking van de kantonrechter van 14 juli 2015 waarbij het in 2005 ingestelde bewind is opgeheven omdat de noodzaak daartoe niet meer bestond. Betrokkene begrijpt niet waarom het nu dan weer nodig zou zijn. Betrokkene stelt dat er geen grond is voor bewind. Sinds de opheffing van het bewind beheert betrokkene zelf zijn financiën. Eerst met behulp van zijn moeder en nu met behulp van zijn broer. Er bestaat daarom geen noodzaak tot instelling van bewind en/of mentorschap. Er is sprake van een gezonde financiële situatie. Uiterst subsidiair stelt betrokkene voor om zijn broer tot bewindvoerder en mentor te benoemen. Betrokkene heeft de indruk dat het verzoek met name is ingediend omdat verzoeker de broer van betrokkene lastig vindt.
De kantonrechter moet beoordelen of voldoende aannemelijk is dat betrokkene als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn (vermogensrechtelijke) belangen behoorlijk waar te nemen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet het geval. Door verzoeker is onvoldoende concreet onderbouwd waarom bewind en mentorschap noodzakelijk is. Vast staat dat betrokkene het sinds 2015 gered heeft zonder bewindvoerder en mentor. Weliswaar had hij toen zijn moeder nog om hem bij te staan, maar het wegvallen van haar hulp is opgevangen door de broer van betrokkene. De stelling dat broer geen formele positie heeft is juist, maar levert geen grondslag op voor instelling van bewind en/of mentorschap. Gebleken is dat betrokkene naar volle tevredenheid op zowel vermogensrechtelijk als niet-vermogensrechtelijk vlak wordt bijgestaan door zijn broer. Ter zitting heeft betrokkene dit in heldere bewoordingen bevestigd. Betrokkene wil geen bewindvoerder of mentor en wil dat de situatie blijft zoals die nu is.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er geen noodzaak bestaat voor bewind en mentorschap. Naar het oordeel van de kantonrechter is gebleken dat betrokkene in staat is zijn belangen zelf behoorlijk waar te nemen en dat daar waar dit niet het geval is, hij een beroep kan doen op zijn broer.
Dictum
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Schroten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter