Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-27
ECLI:NL:RBNHO:2023:9662
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,091 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 10474165 BM VERZ 23-897 jb
Uitspraakdatum: 27 september 2023
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V.,
gevestigd te Hoorn.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek, ter griffie ingekomen op 24 april 2023;
het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 12 mei 2023;
de reactie met bijlagen van verzoeker, ingekomen op 22 juni 2023.
Op 12 september 2023 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Daarbij waren aanwezig: verzoeker en haar partner en namens de bewindvoerder mw. F. Hasanic met een stagiair.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 27 september 2010 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.
Verzoeker heeft daartoe aangevoerd dat zij nu een stabiele situatie heeft en zij weer in staat is zelf haar financiën te regelen. Zij onderhoudt zelf ook al contacten met instanties, zoals met het UWV.
Verzoeker heeft destijds bewind aangevraagd omdat zij stabiliteit voor haarzelf en haar kinderen wilde; zij had toen ook een schuld maar deze was niet problematisch.
Haar financiële situatie is in de afgelopen jaren tweemaal minder stabiel geweest in de periodes dat haar oudste zoon bij haar kwam wonen, omdat hij niet of niet tijdig meebetaalde aan de huishoudelijke kosten. Inmiddels woont hij zelfstandig en heeft hij een goede baan.
Verzoeker woont nu samen met haar partner en haar jongste kind en wil nu zelf haar zaken regelen.
De bewindvoerder acht opheffing van het bewind onverstandig. Zij is van mening dat verzoeker de problemen met haar zoon niet kon oplossen en dat haar zoon financieel misbruik van haar gemaakt heeft. Haar zoon staat nog steeds op verzoekers’ adres ingeschreven waardoor zij huurtoeslag misloopt. De bewindvoerder denkt dat verzoeker daarom is gaan samenwonen zodat zij maandelijks geen geld meer te kort komt omdat haar partner kostgeld betaalt. Bovendien heeft verzoeker nog geen zelfredzaamheidstraject doorlopen zodat de bewindvoerder haar zelfredzaamheid nog niet kan beoordelen.
Ondanks de zorgen van de bewindvoerder is de kantonrechter van oordeel dat het bewind opgeheven dient te worden.
Verzoeker heeft tegenover de kantonrechter duidelijk gemaakt dat zij als moeder haar zoon heeft willen helpen en hem niet op straat wil laten staan. Hij staat inderdaad nog bij haar ingeschreven omdat hij in een chaletpark woont en inschrijving op dat adres niet mogelijk is. Zij begrijpt nu wel dat zij hem wat strenger moet aanpakken in het geval hij weer bij haar op de stoep staat.
Daarnaast heeft de partner van verzoeker een vaste baan en zou zijn werkgever, die ook een vriend van hem is, verzoeker helpen als er iets met hem zou gebeuren.
Dit bij elkaar bezien én met de verklaring van de bewindvoerder dat verzoeker al heel lang maandgeld krijgt en dat dat goed verloopt, is de kantonrechter van oordeel dat verzoeker de kans moet krijgen om weer zelf haar financiën ter hand te nemen.
De beslissing luidt daarom als volgt.
Dictum
De kantonrechter:
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 27 september 2010 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 220,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter