Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-22
ECLI:NL:RBNHO:2023:9594
Civiel recht; Goederenrecht
Rekestprocedure
1,547 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rekestnummer: C/15/341129 / HA RK 23-89
Beschikking van 22 september 2023
in de zaak van
1 [verzoeker] ,
2. [verzoekster],
beiden wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
advocaat mr. L.T. van Eyck van Heslinga te Alkmaar.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift, met producties 1 tot en met 6, tot heropening van de vereffening van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Blokdijk B.V. (hierna: Blokdijk B.V.);
de brief van 14 juli 2023 van verzoekers, met producties 7 tot en met 11;
de brief van 25 juli 2023 van de rechtbank aan verzoekers;
de brief van 23 augustus 2023 van verzoekers.
Feiten
2.1.
Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) blijkt dat op 2 februari 2023 is geregistreerd dat Blokdijk B.V. per 31 december 2022 is ontbonden.
2.2.
Uit een overzicht van wijzigingen van de KvK blijkt dat de vereffening van Blokdijk B.V. met ingang van 20 mei 2023 is beëindigd en dat daarmee Blokdijk B.V. is beëindigd.
2.3.
De enig aandeelhouder van Blokdijk B.V., mevrouw [erflaatster] is op 30 december 2022 overleden.
2.4.
Verzoeker sub 1 was vereffenaar van Blokdijk B.V. en is Gegevens Bewaarder boeken en bescheiden. Hij is daarnaast erfgenaam van wijlen mevrouw [erflaatster] .
2.5.
Verzoeker sub 1 heeft aan verzoekster sub 2 een volmacht verleend om hem te vertegenwoordigen terzake van het beheer van de nalatenschap en de vereffening van de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] .
2.6.
Blokdijk B.V. heeft bij de Rabobank rekeningen met een (gezamenlijk) saldo op 2 januari 2023 van € 347.404,49.
2.7.
Bij brief van 24 mei 2023 bericht Rabobank aan Blokdijk B.V. dat Blokdijk B.V. nog een rekening heeft lopen bij Rabobank.
3Het verzoek
3.1.
Verzoekers verzoeken tot heropening van de vereffening over te gaan als bedoeld in artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) omdat na het tijdstip waarop Blokdijk B.V. is opgehouden te bestaan nog van het bestaan van een bate is gebleken.
3.2.
Ter onderbouwing van hun verzoek stellen verzoekers dat zij in de veronderstelling verkeerden dat het geld dat op de rekeningen bij de Rabobank stond pas van deze rekeningen kon worden afgehaald zodra de vereffening van Blokdijk B.V. een feit was.
Nu de vereffening een feit is, kunnen zij het geld niet meer van de rekening van de ontbonden vennootschap afhalen.
Beoordeling
4.1.
Artikel 2:23c BW bepaalt dat indien van het bestaan van de bate is gebleken na het tijdstip waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan, de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening kan heropenen en zo nodig een vereffenaar kan benoemen.
4.2.
Verzoekers hebben voldoende onderbouwd dat zij belanghebbenden zijn bij het verzoek. Ook het bestaan van een bate (namelijk het saldo op de bankrekeningen bij de Rabobank) is voldoende aannemelijk geworden. De vraag is echter of in dit geval heropening kan worden bevolen, aangezien artikel 2:23c BW toepassing vindt in de situatie dat – na een vereffeningsprocedure van een ontbonden rechtspersoon of na een toegepaste turboliquidatie als gevolg waarvan de vennootschap is opgehouden te bestaan – alsnog van het bestaan van een bate is gebleken. Er dient sprake te zijn van een zogenaamde ‘nieuwe bate’. Uit de stellingen van verzoekers, zoals hiervoor onder 3.2 weergegeven, blijkt dat zij op het moment van het beëindigen van de vereffening ervan op de hoogte waren dat er nog een bate was, maar dat is nagelaten het saldo uit te keren voordat de vennootschap werd ontbonden. Het gaat in dit geval dus om een zogenaamde ‘bekende bate’. Uit artikel 2:19 leden 4 en 5 BW volgt dat als er nog baten zijn in de te ontbinden rechtspersoon, deze blijft bestaan totdat de vereffening heeft plaatsgevonden. Dit heeft tot gevolg dat de vereffening van Blokdijk B.V. niet op 20 mei 2023 is beëindigd en dat ook Blokdijk B.V. niet per die datum is beëindigd. De rechtbank zal het verzoek om de vereffening van Blokdijk B.V. te heropenen dan ook afwijzen.
4.3.
In de brief van 25 juli 2023 heeft de rechtbank verzoekers gewezen op het arrest van het hof Amsterdam van 3 november 2020 en aangegeven voornemens te zijn afwijzend te zullen beslissen op het verzoek. Verzoekers hebben in hun antwoord bij brief van 23 augustus 2023 aangegeven dat er geen sprake is geweest van een turboliquidatie zoals bij het hof Amsterdam wel sprake was. Zij hebben voorts aangegeven dat het begrip “blijken van het bestaan van een bate” ruim moet worden uitgelegd. Ook stellen verzoekers dat de KvK heeft aangegeven aan de hand van een uitspraak van de rechtbank te kunnen beoordelen of tot rectificatie kan worden overgegaan.
4.4.
De reactie van verzoekers maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Dat er geen sprake is geweest van een turboliquidatie heeft niet tot gevolg dat het verzoek tot heropening van de vereffening om die reden zou moeten worden toegewezen. Ook in het geval er sprake is geweest van een vereffeningsprocedure kan artikel 2:23c BW immers van toepassing zijn. Omdat verzoekers daarnaast ten tijde van het beëindigen van de vereffening en Blokdijk B.V. wisten van de bate heeft dat tot gevolg dat niet is voldaan aan het begrip “blijken van het bestaan van een bate”.
Dictum
De rechtbank
5.1.
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2023.
ECLI:NL:GHAMS:2020:3004.
type: MKG
coll: DH