Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-08-02
ECLI:NL:RBNHO:2023:9579
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,113 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10531891 \ WM VERZ 23-389
CJIB-nummer : 246265021
Uitspraakdatum : 2 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor te laten gaan.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er vrachtwagens voor betrokkene reden. Betrokkene heeft richting aangegeven, 1 auto voor laten gaan en goed gekeken naar de volgende auto die achter betrokkene reed. De afstand tussen het voertuig achter betrokkene was ruim voldoende om de 2 vrachtwagens in te halen.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging onvoldoende is komen vast te staan. Betrokkene heeft van meet af aan aangegeven het niet eens te zijn met de boete en dat er voldoende ruimte was tussen betrokkene en het achteropkomend verkeer om in te halen. Betrokkene heeft ter zitting nogmaals toegelicht hoe een en ander is verlopen. Deze toelichting maakt dat de kantonrechter twijfel heeft over de constatering van de gedraging. Daarbij weegt mee dat de gedraging net na 19.00 uur is begaan waarbij de maximumsnelheid op deze weg overging van 100 km per uur naar 130 km per uur. Dit snelheidsverschil kan er mede toe hebben bijgedragen dat het achteropkomend verkeer het voertuig van betrokkene sneller naderde dan de betrokkene had ingeschat en het achteropkomend verkeer daardoor hard moesten remmen. Betrokkene krijgt dan ook het voordeel van de twijfel. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: