Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-07-14
ECLI:NL:RBNHO:2023:9050
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,609 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10487274 \ WM VERZ 23-326
CJIB-nummer : 250274849
Uitspraakdatum : 14 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : Appjection B.V. (T. Fleuren)
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (Bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat deze parkeerplaatsen voorheen reguliere parkeerplaatsen waren. De verkeerssituatie is gewijzigd en dit is onvoldoende duidelijk aangegeven. Het bord was niet voldoende zichtbaar. Ook heeft het zaakoverzicht geen bewijskracht en is er geen foto in het dossier van de gedraging. Daarnaast blijkt niet of de boa bevoegd was omdat niet is aangegeven in welk domein hij werkzaam is.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie foto’s van de gedraging overgelegd.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat volgens vaste rechtspraak de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Dit verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel.
De kantonrechter stelt voorop dat het bestaan van de bevoegdheid van de betreffende ambtenaar het uitgangspunt is. Dit is slechts anders indien hetgeen wordt aangevoerd gerede twijfel doet ontstaan over de bevoegdheid van de ambtenaar. Daarvan is in dit geval geen sprake. De enkele omstandigheid dat niet is vermeld binnen welk domein de boa werkzaam is, doet een dergelijke twijfel niet ontstaan. Het verweer faalt.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: Het voertuig stond geparkeerd in een vergunninghoudersgebied aangeduid doormiddel van borden. Rond om het voertuig waren ten tijde van mijn controle geen laden en losactiviteiten zichtbaar aanwezig. Tevens waren er op het kenteken geen rechten verleend.(…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat zij oplettend is op de aanwezige bebording. Betrokkene had zich moeten vergewissen of er een bord stond. De omstandigheid dat betrokkene het bord over het hoofd heeft gezien, komt dan ook voor rekening en risico van betrokkene. Op de foto’s van de gedraging is te zien dat het bord ten tijde van de gedraging aanwezig en zichtbaar was. Aan de hand van Google Streetview stelt de kantonrechter vast dat het betreffende bord al enige jaren op deze locatie staat. Van een gewijzigde verkeerssituatie is dan ook geen sprake. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging visueel is geconstateerd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.5.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
vgl. het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2019, te vinden op rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2019:10797.