Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-06-23
ECLI:NL:RBNHO:2023:8969
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,120 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10435929 \ WM VERZ 23-245
CJIB-nummer : 248012947
Uitspraakdatum : 23 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : N.R. Langeveld, Appjection B.V. te Amsterdam.
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
1.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
1.4.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De boete
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voorrangsvoertuig (van bijvoorbeeld ambulance, brandweer of politie) niet voor laten gaan.
Het verweer
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene ontkent de gedraging en stelt dat hij geen voorrangsvoertuig achter zich heeft gehad op de snelweg A8 en dat hij dat echt wel gemerkt zou hebben. Tevens stelt betrokkene dat hij staande had moeten worden gehouden.
Verklaring verbalisant
2.4.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“…Wij, verbalisanten, zagen dat het voertuig met kenteken [kenteken] op de linkerrijbaan bleef rijden voor gedurende 1.5 kilometer. Wij reden met blauw transparant en geluidssignalen. Hier konden wij het voertuig dus niet passeren. Er waren veel mogelijkheden om naar de rechterrijbaan te gaan. Wij zagen dat het voertuig nooit naar rechts is gegaan om ons voor te laten. Ook toen wij de afslag Zaandijk namen bleef dit voertuig doorrijden op de linkerrijbaan richting Assendelft.
Reden geen staandehouding: verbalisanten reden met prio 1 naar een melding waarop dit voertuig links bleef rijden en niet voor ons aan de kant ging voor geruime 1.5 kilometers Er waren meerdere kansen om op de rechter rijbaan te gaan rijden, zodat wij konden passeren. Wij hebben door de prio 1 melding geen staandehouding kunnen doen…”
Beoordeling
2.5.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de uitgebreide verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dat betrokkene het zich niet meer kan herinneren of het niet heeft gezien is onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten. De boete is dus terecht opgelegd.
2.6.
Betrokkene heeft gesteld dat hij had moeten worden staande gehouden. Uit artikel 5 WAHV volgt dat de boete kan worden opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het voertuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven, tenzij direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is van het voertuig waarmee de gedraging is verricht. Dit betekent dat als zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van die bestuurder voordoet, de boete aan de bestuurder moet worden opgelegd en niet aan de kentekenhouder. In dit geval is voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan, omdat de verbalisant die de boete heeft opgelegd blijkens de toelichting in het zaakoverzicht onderweg was naar een prio 1 en reden met blauw transparant en geluidssignalen. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
2.7.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Proceskosten
2.8.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10435929 \ WM VERZ 23-245
CJIB-nummer : 248012947
Uitspraakdatum : 23 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : N.R. Langeveld, Appjection B.V. te Amsterdam.
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
1.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
1.4.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De boete
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voorrangsvoertuig (van bijvoorbeeld ambulance, brandweer of politie) niet voor laten gaan.
Het verweer
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene ontkent de gedraging en stelt dat hij geen voorrangsvoertuig achter zich heeft gehad op de snelweg A8 en dat hij dat echt wel gemerkt zou hebben. Tevens stelt betrokkene dat hij staande had moeten worden gehouden.
Verklaring verbalisant
2.4.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“…Wij, verbalisanten, zagen dat het voertuig met kenteken [kenteken] op de linkerrijbaan bleef rijden voor gedurende 1.5 kilometer. Wij reden met blauw transparant en geluidssignalen. Hier konden wij het voertuig dus niet passeren. Er waren veel mogelijkheden om naar de rechterrijbaan te gaan. Wij zagen dat het voertuig nooit naar rechts is gegaan om ons voor te laten. Ook toen wij de afslag Zaandijk namen bleef dit voertuig doorrijden op de linkerrijbaan richting Assendelft.
Reden geen staandehouding: verbalisanten reden met prio 1 naar een melding waarop dit voertuig links bleef rijden en niet voor ons aan de kant ging voor geruime 1.5 kilometers Er waren meerdere kansen om op de rechter rijbaan te gaan rijden, zodat wij konden passeren. Wij hebben door de prio 1 melding geen staandehouding kunnen doen…”
Beoordeling
2.5.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de uitgebreide verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dat betrokkene het zich niet meer kan herinneren of het niet heeft gezien is onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten. De boete is dus terecht opgelegd.
2.6.
Betrokkene heeft gesteld dat hij had moeten worden staande gehouden. Uit artikel 5 WAHV volgt dat de boete kan worden opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het voertuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven, tenzij direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is van het voertuig waarmee de gedraging is verricht. Dit betekent dat als zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van die bestuurder voordoet, de boete aan de bestuurder moet worden opgelegd en niet aan de kentekenhouder. In dit geval is voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan, omdat de verbalisant die de boete heeft opgelegd blijkens de toelichting in het zaakoverzicht onderweg was naar een prio 1 en reden met blauw transparant en geluidssignalen. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
2.7.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Proceskosten
2.8.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: