Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-07-12
ECLI:NL:RBNHO:2023:7907
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
740 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10457181 \ CV EXPL 23-1777 WT
Uitspraakdatum: 12 juli 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser, verweerder in het incident
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. M. de Kock-Habernickel, advocaat
tegen
1.- [Gedaagde sub 1]
wonende te [woonplaats]
gedaagde, eiser in het incident
verder te noemen: [Gedaagde sub 1]
gemachtigde: mr. W.L.J. van Winden, advocaat
2.- [gedaagde sub 2]
wonende te [woonplaats]
gedaagde, eiseres in het incident
verder te noemen: [gedaagde sub 2]
gemachtigde: mr. W.L.J. van Winden
1Het procesverloop
1.1.
[eiser] heeft bij dagvaarding van 6 april 2023 een vordering tegen [Gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ingesteld. [Gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben een incidentele conclusie tot onbevoegdheid genomen. [eiser] heeft daarop schriftelijk gereageerd.
Beoordeling
2.5.
[Gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] stellen dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen omdat het geschil de competentiegrens van € 25.000,00 (artikel 93 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering) overschrijdt. Zij gaan ermee akkoord als het geschil op basis van artikel 96 Rv onder de bevoegdheid van de kantonrechter wordt gebracht, waarbij zij zich het recht op hoger beroep voorbehouden.
2.6.
[eiser] voert bij antwoord incident onder aanvulling van zijn eis in de hoofdzaak aan dat hij zich kan vinden in een bevoegdverklaring van de kantonrechter op grond van artikel 96 Rv eveneens onder de voorwaarde dat partijen overeenkomen dat hoger beroep open zal staan tegen het in deze zaak te wijzen vonnis in de hoofdzaak.
2.7.
De kantonrechter begrijpt uit de standpunten van partijen dat zij zich samen op basis van artikel 96 Rv tot de kantonrechter wenden en zijn beslissing inroepen, dit onder voorbehoud van het recht op hoger beroep. De kantonrechter acht zich dan ook bevoegd.
2.8.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1
verwijst de zaak naar de civiele rolzitting van woensdag 9 augustus 2023 voor conclusie van antwoord;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter