Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-08-16
ECLI:NL:RBNHO:2023:7889
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Bodemzaak
1,896 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338567 / HA ZA 23-220
Vonnis van 16 augustus 2023
in de zaak van
1 [eiser1] ,
2. [eiser2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. M.A.M. Ansink te Haarlem,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. J.H.M. Spanjaard te Aalsmeer.
Partijen zullen hierna [eiser1] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
In deze procedure is op 19 juli 2023 een tussenvonnis gewezen waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 23 oktober 2023.
1.2.
In een B14-formulier d.d. 21 juli 2023 heeft mr. Ansink namens [eiser1] c.s. meegedeeld dat de zaak wordt ingetrokken. Vervolgens is de zaak op de rol van 26 juli 2023 doorgehaald.
1.3.
In een brief van 31 juli 2023 heeft [gedaagde] meegedeeld dat zij in aanmerking wenst te komen voor een proceskostenvergoeding, omdat zij ten onrechte door [eiser1] c.s. in rechte was betrokken en kosten heeft moeten maken voor juridische bijstand, terwijl [eiser1] c.s. op voorhand moesten begrijpen dat de vordering geen kans van slagen had en achterwege had moeten blijven.
1.4.
In een brief van 7 augustus 2023 heeft [eiser1] c.s. bezwaar gemaakt tegen de gevraagde proceskostenvergoeding.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
[eiser1] is de broer van [gedaagde] . [eiser1] is getrouwd met [eiser2] .
[eiser1] c.s. waren bij beschikking van 20 oktober 2022 door de kantonrechter benoemd tot bewindvoerders over de goederen die (zullen) toebehoren aan [A.] , de moeder van [eiser1] en [gedaagde] .
2.2.
In de periode voorafgaande aan 20 oktober 2022 had [gedaagde] de financiële zaken voor [A.] geregeld.
2.3.
[eiser1] c.s. hebben in de administratie van [A.] ontdekt dat in de periode dat [gedaagde] de zaken van [A.] behartigde, in korte tijd grote bedragen zijn onttrokken aan het spaargeld van [A.] . [gedaagde] heeft desgevraagd voor die onttrekkingen geen eenduidige verklaring gegeven.
2.4.
Procesverloop
2.5.
Uit de reactie van [eiser1] c.s. op het verzoek van [gedaagde] volgt dat de reden van intrekking van de procedure is geweest dat [A.] onlangs is overleden. Dat de procedure door [eiser1] c.s. is beëindigd is een logisch gevolg van het bepaalde in artikel 1:411 lid 3 BW omdat door de dood van [A.] het bewind is geëindigd.
Naar het oordeel van de rechtbank kan aan de intrekking van de procedure in ieder geval niet de conclusie worden verbonden dat [eiser1] c.s. [gedaagde] ten onrechte in rechte hadden betrokken en dat een proceskostenvergoeding voor [gedaagde] op zijn plaats zou zijn.
Partijen zijn familie van elkaar, zodat er voldoende aanleiding bestaat om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Het verzoek van [gedaagde] om een proceskostenvergoeding wordt dan ook afgewezen.
Dictum
De rechtbank
3.1.
wijst de gevorderde proceskostenvergoeding af;
3.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2023.
type: 1155
coll:
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338567 / HA ZA 23-220
Vonnis van 16 augustus 2023
in de zaak van
1 [eiser1] ,
2. [eiser2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. M.A.M. Ansink te Haarlem,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. J.H.M. Spanjaard te Aalsmeer.
Partijen zullen hierna [eiser1] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
In deze procedure is op 19 juli 2023 een tussenvonnis gewezen waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 23 oktober 2023.
1.2.
In een B14-formulier d.d. 21 juli 2023 heeft mr. Ansink namens [eiser1] c.s. meegedeeld dat de zaak wordt ingetrokken. Vervolgens is de zaak op de rol van 26 juli 2023 doorgehaald.
1.3.
In een brief van 31 juli 2023 heeft [gedaagde] meegedeeld dat zij in aanmerking wenst te komen voor een proceskostenvergoeding, omdat zij ten onrechte door [eiser1] c.s. in rechte was betrokken en kosten heeft moeten maken voor juridische bijstand, terwijl [eiser1] c.s. op voorhand moesten begrijpen dat de vordering geen kans van slagen had en achterwege had moeten blijven.
1.4.
In een brief van 7 augustus 2023 heeft [eiser1] c.s. bezwaar gemaakt tegen de gevraagde proceskostenvergoeding.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
[eiser1] is de broer van [gedaagde] . [eiser1] is getrouwd met [eiser2] .
[eiser1] c.s. waren bij beschikking van 20 oktober 2022 door de kantonrechter benoemd tot bewindvoerders over de goederen die (zullen) toebehoren aan [A.] , de moeder van [eiser1] en [gedaagde] .
2.2.
In de periode voorafgaande aan 20 oktober 2022 had [gedaagde] de financiële zaken voor [A.] geregeld.
2.3.
[eiser1] c.s. hebben in de administratie van [A.] ontdekt dat in de periode dat [gedaagde] de zaken van [A.] behartigde, in korte tijd grote bedragen zijn onttrokken aan het spaargeld van [A.] . [gedaagde] heeft desgevraagd voor die onttrekkingen geen eenduidige verklaring gegeven.
2.4.
Procesverloop
2.5.
Uit de reactie van [eiser1] c.s. op het verzoek van [gedaagde] volgt dat de reden van intrekking van de procedure is geweest dat [A.] onlangs is overleden. Dat de procedure door [eiser1] c.s. is beëindigd is een logisch gevolg van het bepaalde in artikel 1:411 lid 3 BW omdat door de dood van [A.] het bewind is geëindigd.
Naar het oordeel van de rechtbank kan aan de intrekking van de procedure in ieder geval niet de conclusie worden verbonden dat [eiser1] c.s. [gedaagde] ten onrechte in rechte hadden betrokken en dat een proceskostenvergoeding voor [gedaagde] op zijn plaats zou zijn.
Partijen zijn familie van elkaar, zodat er voldoende aanleiding bestaat om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Het verzoek van [gedaagde] om een proceskostenvergoeding wordt dan ook afgewezen.
Dictum
De rechtbank
3.1.
wijst de gevorderde proceskostenvergoeding af;
3.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2023.
type: 1155
coll: