Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-07-12
ECLI:NL:RBNHO:2023:6569
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,412 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338658 / HA ZA 23-221
Vonnis in incident van 12 juli 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats 1],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. T. Hovers te Amsterdam,
tegen
1
[gedaagde 1],
wonende te [plaats 2],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2] B.V.,
gevestigd te [plaats 2],
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat mr. T. Teke te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde 1] c.s. genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 20
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 6
de conclusie van antwoord in het incident tot vrijwaring.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
In een tussen partijen in 2022 gevoerde bodemprocedure heeft deze rechtbank voor recht verklaard dat [gedaagde 1] c.s. jegens [eiser] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het tekortschieten in de nakoming van verplichtingen voortvloeiende uit een tussen partijen gesloten koopovereenkomst. De onderhavige procedure betreft een schadestaatprocedure, waarin [eiser] de schade vordert die hij heeft geleden als gevolg van de schending van [gedaagde 1] c.s. van een garantieverplichting uit de hiervoor genoemde overeenkomst.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde 1] c.s. vorderen dat hen wordt toegestaan mr. René Einarson, notaris te Heemstede, in vrijwaring op te roepen.
3.2.
Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.
3.3.
[gedaagde 1] c.s. leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag. Voor zover de rechtbank in de hoofdzaak oordeelt dat [gedaagde 1] c.s. aansprakelijk zijn tegenover [eiser], dan dient R. Einarson, notaris te Heemstede (hierna: de notaris) [gedaagde 1] c.s. te vrijwaren voor de aanspraken. De notaris had voor het passeren van de akte van levering deugdelijk onderzoek behoren te doen naar de erfdienstbaarheden en heeft dat nagelaten, zodat hij in het bijzonder, zijn rechercheplicht heeft geschonden. Door middel van een eenvoudig onderzoek zou duidelijk zijn geworden dat er in 1980 een erfdienstbaarheid was gevestigd. [gedaagde 1] c.s. mochten verwachten dat de inhoud van de koopovereenkomst en de akte van levering volledig en juist was. De notaris heeft bij de vervulling van zijn opdracht jegens [gedaagde 1] c.s. niet de zorg in acht genomen die van hem als redelijk handelend vakgenoot verwacht mocht worden.
3.4.
[eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
3.5.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde grond door [eiser] niet is weersproken en zij de vordering kan dragen.
3.6.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
4.1.
staat toe dat mr. René Einarson door [gedaagde 1] c.s. wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 23 augustus 2023,
4.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 augustus 2023 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.
type: 1589
coll:
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338658 / HA ZA 23-221
Vonnis in incident van 12 juli 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats 1],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. T. Hovers te Amsterdam,
tegen
1
[gedaagde 1],
wonende te [plaats 2],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2] B.V.,
gevestigd te [plaats 2],
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat mr. T. Teke te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde 1] c.s. genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 20
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 6
de conclusie van antwoord in het incident tot vrijwaring.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
In een tussen partijen in 2022 gevoerde bodemprocedure heeft deze rechtbank voor recht verklaard dat [gedaagde 1] c.s. jegens [eiser] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het tekortschieten in de nakoming van verplichtingen voortvloeiende uit een tussen partijen gesloten koopovereenkomst. De onderhavige procedure betreft een schadestaatprocedure, waarin [eiser] de schade vordert die hij heeft geleden als gevolg van de schending van [gedaagde 1] c.s. van een garantieverplichting uit de hiervoor genoemde overeenkomst.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde 1] c.s. vorderen dat hen wordt toegestaan mr. René Einarson, notaris te Heemstede, in vrijwaring op te roepen.
3.2.
Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.
3.3.
[gedaagde 1] c.s. leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag. Voor zover de rechtbank in de hoofdzaak oordeelt dat [gedaagde 1] c.s. aansprakelijk zijn tegenover [eiser], dan dient R. Einarson, notaris te Heemstede (hierna: de notaris) [gedaagde 1] c.s. te vrijwaren voor de aanspraken. De notaris had voor het passeren van de akte van levering deugdelijk onderzoek behoren te doen naar de erfdienstbaarheden en heeft dat nagelaten, zodat hij in het bijzonder, zijn rechercheplicht heeft geschonden. Door middel van een eenvoudig onderzoek zou duidelijk zijn geworden dat er in 1980 een erfdienstbaarheid was gevestigd. [gedaagde 1] c.s. mochten verwachten dat de inhoud van de koopovereenkomst en de akte van levering volledig en juist was. De notaris heeft bij de vervulling van zijn opdracht jegens [gedaagde 1] c.s. niet de zorg in acht genomen die van hem als redelijk handelend vakgenoot verwacht mocht worden.
3.4.
[eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
3.5.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde grond door [eiser] niet is weersproken en zij de vordering kan dragen.
3.6.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
4.1.
staat toe dat mr. René Einarson door [gedaagde 1] c.s. wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 23 augustus 2023,
4.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 augustus 2023 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.
type: 1589
coll: