Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-07-12
ECLI:NL:RBNHO:2023:6558
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
2,078 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10383620 CV EXPL 23-1414 /
Uitspraakdatum: 12 juli 2023
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap Infomedics B.V.
te Almere
de eisende partij
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. De kantonrechter heeft op 26 april 2023 een tussenvonnis gewezen waarna de eisende partij op 21 juni 2023 een akte heeft genomen. Vonnis is bepaald op heden.
Beoordeling
Infomedics heeft bij akte gesteld dat gedaagde van te voren op de hoogte was van het feit dat Infomedics de facturering regelt voor de zorgverlener. Deze mededeling is volgens Infomedics gedaan zowel op de website van de zorgverlener als in de wachtkamer middels flyers. Op de website en in de flyers zou zijn aangegeven dat de betaling gedaan dient te worden conform de betalingsvoorwaarden van Infomedics.
De kantonrechter is van oordeel dat Infomedics haar stelling dat het verzuim is ingetreden 30 dagen na de datum van de desbetreffende factuur onvoldoende heeft onderbouwd. Uit het enkele vermelden van een betalingstermijn op de website van Infomedics en in een flyer in de wachtkamer volgt niet dat Infomedics of de zorgverlener de betalingstermijn met gedaagde is overeengekomen en dus ook niet dat sprake is van een fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 sub a BW. Ook uit de voorwaarden die kennelijk bij de factuur zijn meegestuurd volgt dit niet. Weliswaar is daarin opgenomen dat gedaagde zonder ingebrekestelling in verzuim is als zij de rekening niet voor de vervaldatum heeft betaald, maar deze afspraak kan niet achteraf eenzijdig door Infomedics worden gemaakt. Alleen al om deze reden komt de kantonrechter niet toe aan een ambtshalve onderzoek of de betalingsvoorwaarden oneerlijke bedingen bevatten in de zin van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
De stelling van Infomedics dat zij de wettelijke betaaltermijn van 30 dagen hanteert, treft geen doel. Infomedics doelt kennelijk op de betaaltermijn genoemd in artikel 6:119a BW, maar deze ziet op handelsovereenkomsten en daarvan is in de relatie met gedaagde geen sprake.
De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen omdat niet gebleken is dat de 14-dagen brief is verstuurd op het moment dat gedaagde al in verzuim was. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het moment dat de in de aanmaning gestelde betalingstermijn is verstreken, omdat vast staat dat de gedaagde partij vanaf dat moment in verzuim verkeert.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 58,01, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 58,01 vanaf het verstrijken van de in de brief van 20 oktober 2022 genoemde termijn tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,99 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 39,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10383620 CV EXPL 23-1414 /
Uitspraakdatum: 12 juli 2023
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap Infomedics B.V.
te Almere
de eisende partij
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. De kantonrechter heeft op 26 april 2023 een tussenvonnis gewezen waarna de eisende partij op 21 juni 2023 een akte heeft genomen. Vonnis is bepaald op heden.
Beoordeling
Infomedics heeft bij akte gesteld dat gedaagde van te voren op de hoogte was van het feit dat Infomedics de facturering regelt voor de zorgverlener. Deze mededeling is volgens Infomedics gedaan zowel op de website van de zorgverlener als in de wachtkamer middels flyers. Op de website en in de flyers zou zijn aangegeven dat de betaling gedaan dient te worden conform de betalingsvoorwaarden van Infomedics.
De kantonrechter is van oordeel dat Infomedics haar stelling dat het verzuim is ingetreden 30 dagen na de datum van de desbetreffende factuur onvoldoende heeft onderbouwd. Uit het enkele vermelden van een betalingstermijn op de website van Infomedics en in een flyer in de wachtkamer volgt niet dat Infomedics of de zorgverlener de betalingstermijn met gedaagde is overeengekomen en dus ook niet dat sprake is van een fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 sub a BW. Ook uit de voorwaarden die kennelijk bij de factuur zijn meegestuurd volgt dit niet. Weliswaar is daarin opgenomen dat gedaagde zonder ingebrekestelling in verzuim is als zij de rekening niet voor de vervaldatum heeft betaald, maar deze afspraak kan niet achteraf eenzijdig door Infomedics worden gemaakt. Alleen al om deze reden komt de kantonrechter niet toe aan een ambtshalve onderzoek of de betalingsvoorwaarden oneerlijke bedingen bevatten in de zin van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
De stelling van Infomedics dat zij de wettelijke betaaltermijn van 30 dagen hanteert, treft geen doel. Infomedics doelt kennelijk op de betaaltermijn genoemd in artikel 6:119a BW, maar deze ziet op handelsovereenkomsten en daarvan is in de relatie met gedaagde geen sprake.
De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen omdat niet gebleken is dat de 14-dagen brief is verstuurd op het moment dat gedaagde al in verzuim was. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het moment dat de in de aanmaning gestelde betalingstermijn is verstreken, omdat vast staat dat de gedaagde partij vanaf dat moment in verzuim verkeert.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 58,01, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 58,01 vanaf het verstrijken van de in de brief van 20 oktober 2022 genoemde termijn tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,99 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 39,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter