Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-07-26
ECLI:NL:RBNHO:2023:6397
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,554 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10338628 \ CV EXPL 23-768 (PA)
Uitspraakdatum: 26 juli 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Obimex B.V.
[vestigingsplaats]
eiseres
verder te noemen: Obimex
gemachtigde: mr. L.M. Ravestijn
tegen
[gedaagde]
, handelende onder de naam [gedaagde]
[woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
1Het procesverloop
1.1.
Obimex heeft bij dagvaarding van 1 februari 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Op 9 mei 2023 zou een zitting plaatsvinden. Die zitting heeft niet plaatsgevonden. Obimex heeft schriftelijk gereageerd op het antwoord van [gedaagde] , waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
Obimex is een groothandel in scheidingswanden, plafonds en verlichting.
2.2.
Obimex heeft aan [gedaagde] op of omstreeks 22 juli 2021 bouwmaterialen verkocht en geleverd. Bij factuur van 23 juli 2021 heeft Obimex aan [gedaagde] een bedrag van € 6.196,82 in rekening gebracht.
2.3.
[gedaagde] heeft de factuur, ondanks aanmaningen daartoe, niet betaald.
3De vordering en het verweer
3.1.
Obimex vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 7.126,34.
3.2.
Obimex legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij aan [gedaagde] goederen heeft geleverd en dat [gedaagde] , ondanks aanmaningen, de daartoe verzonden factuur d.d. 23 juli 2021 van € 6.196,82 niet heeft betaald. Obimex vordert betaling van de factuur. Obimex maakt daarnaast aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 929,52 en de wettelijke handelsrente.
3.3.
[gedaagde] erkent de vordering maar stelt dat hij een betalingsregeling wil.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter begrijpt uit het antwoord van [gedaagde] dat hij de verschuldigdheid van de hoofdsom erkent. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom.
4.2.
[gedaagde] wil een betalingsregeling. Dat de incassogemachtigde van Obimex niet open zou staan voor een betalingsregeling, is gemotiveerd betwist door Obimex. [gedaagde] heeft daarop niet meer gereageerd. De wet geeft de kantonrechter niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen. Voor het mogelijkerwijs treffen van een betalingsregeling dient [gedaagde] zich te wenden tot (de incassogemachtigde van) Obimex.
4.3.
Omdat [gedaagde] zijn verplichting tot betaling binnen 14 dagen na de factuurdatum van 23 juli 2021 niet is nagekomen, ligt de gevorderde wettelijke handelsrente voor toewijzing gereed.
4.4.
Obimex vordert een bedrag van € 929,52 ter zake de buitengerechtelijke incassokosten. Omdat Obimex niet gemotiveerd heeft gesteld dat de werkelijke buitengerechtelijke kosten hoger zijn geweest en dat het redelijk was om buitengerechtelijke kosten te maken tot dit bedrag, zal de kantonrechter conform het rapport BGK-integraal gebruik maken van de matigingsbevoegdheid van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de kosten toewijzen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] zal worden veroordeeld, te weten een bedrag van € 684,84.
4.5.
Op verzoek van Obimex zal een certificaat conform artikel 53 van de Verordening EU Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2021 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken aan dit vonnis worden gehecht.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij merendeels ongelijk krijgt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Obimex van € 6.881,66, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 6.196,82 vanaf 7 augustus 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Obimex tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,30
griffierecht € 514,00
salaris gemachtigde € 660,00 ;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10338628 \ CV EXPL 23-768 (PA)
Uitspraakdatum: 26 juli 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Obimex B.V.
[vestigingsplaats]
eiseres
verder te noemen: Obimex
gemachtigde: mr. L.M. Ravestijn
tegen
[gedaagde]
, handelende onder de naam [gedaagde]
[woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
1Het procesverloop
1.1.
Obimex heeft bij dagvaarding van 1 februari 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Op 9 mei 2023 zou een zitting plaatsvinden. Die zitting heeft niet plaatsgevonden. Obimex heeft schriftelijk gereageerd op het antwoord van [gedaagde] , waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
Obimex is een groothandel in scheidingswanden, plafonds en verlichting.
2.2.
Obimex heeft aan [gedaagde] op of omstreeks 22 juli 2021 bouwmaterialen verkocht en geleverd. Bij factuur van 23 juli 2021 heeft Obimex aan [gedaagde] een bedrag van € 6.196,82 in rekening gebracht.
2.3.
[gedaagde] heeft de factuur, ondanks aanmaningen daartoe, niet betaald.
3De vordering en het verweer
3.1.
Obimex vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 7.126,34.
3.2.
Obimex legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij aan [gedaagde] goederen heeft geleverd en dat [gedaagde] , ondanks aanmaningen, de daartoe verzonden factuur d.d. 23 juli 2021 van € 6.196,82 niet heeft betaald. Obimex vordert betaling van de factuur. Obimex maakt daarnaast aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 929,52 en de wettelijke handelsrente.
3.3.
[gedaagde] erkent de vordering maar stelt dat hij een betalingsregeling wil.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter begrijpt uit het antwoord van [gedaagde] dat hij de verschuldigdheid van de hoofdsom erkent. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom.
4.2.
[gedaagde] wil een betalingsregeling. Dat de incassogemachtigde van Obimex niet open zou staan voor een betalingsregeling, is gemotiveerd betwist door Obimex. [gedaagde] heeft daarop niet meer gereageerd. De wet geeft de kantonrechter niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen. Voor het mogelijkerwijs treffen van een betalingsregeling dient [gedaagde] zich te wenden tot (de incassogemachtigde van) Obimex.
4.3.
Omdat [gedaagde] zijn verplichting tot betaling binnen 14 dagen na de factuurdatum van 23 juli 2021 niet is nagekomen, ligt de gevorderde wettelijke handelsrente voor toewijzing gereed.
4.4.
Obimex vordert een bedrag van € 929,52 ter zake de buitengerechtelijke incassokosten. Omdat Obimex niet gemotiveerd heeft gesteld dat de werkelijke buitengerechtelijke kosten hoger zijn geweest en dat het redelijk was om buitengerechtelijke kosten te maken tot dit bedrag, zal de kantonrechter conform het rapport BGK-integraal gebruik maken van de matigingsbevoegdheid van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de kosten toewijzen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] zal worden veroordeeld, te weten een bedrag van € 684,84.
4.5.
Op verzoek van Obimex zal een certificaat conform artikel 53 van de Verordening EU Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2021 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken aan dit vonnis worden gehecht.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij merendeels ongelijk krijgt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Obimex van € 6.881,66, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 6.196,82 vanaf 7 augustus 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Obimex tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,30
griffierecht € 514,00
salaris gemachtigde € 660,00 ;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter