Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-06-13
ECLI:NL:RBNHO:2023:5371
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,176 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/086519-22 (P)
Uitspraakdatum: 13 juni 2023
Tegenspraak ex artikel 279 Wetboek van Strafvordering
Vonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 mei 2023 in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] ,
thans gedetineerd in DC Rotterdam.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. C.M. Brugman en van hetgeen de raadsman van de verdachte, mr. B. Hartman, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, naar voren heeft gebracht.
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
Primair
hij op of omstreeks 28 februari 2022 te Hoorn en/of te Amsterdam en/of te Amsterdam Zuid-Oost, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing ((benzine)dampexplosie) teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met motorbenzine en/of benzinedamp, althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan (de inboedel van de woonkamer en/of keuken van) een woning (gelegen aan de [adres 2] ) geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
Subsidiair
[medeverdachte] , althans een ander dan verdachte, op of omstreeks 28 februari 2022 te Hoorn, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing ((benzine)dampexplosie) teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met motorbenzine en/of benzinedamp, althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan (de inboedel van de woonkamer en/of keuken van) een woning (gelegen aan de [adres 2] ) geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 27 februari 2022 tot en met 28 februari 2022 te Amsterdam en/of Amsterdam Zuid-Oost en/of te Hoorn, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door - die [medeverdachte] de opdracht te geven brand te stichten in voornoemde woning en/of - een beloning (van 1000,- EURO) in het vooruitzicht te stellen als hij deze brand zou stichten en/of
- ( daartoe) informatie en instructies te geven aan die [medeverdachte] ) en/of
- die [medeverdachte] te (laten) voorzien van (motor)benzine en/of
- voor die [medeverdachte] vervoer naar Hoorn te regelen en/of
- telefonisch en/of via berichten contact te onderhouden met die [medeverdachte] .
2Heropening van het onderzoek
Na de sluiting van het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest en dat het dient te worden heropend.
De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op 30 mei 2023 ontving de rechtbank een Formulier Afstandsverklaring transport van de verdachte. Hoewel de verdachte heeft geweigerd om de afstandsverklaring te ondertekenen, had de rechtbank ter terechtzitting geen reden om te twijfelen aan de juistheid en ondubbelzinnigheid van de mondeling door de verdachte gedane afstandsverklaring, aangezien het daarvan opgemaakte Formulier Afstandsverklaring transport door de wachtcommandant was ondertekend. Met instemming van de raadsman is de terechtzitting voortgezet zonder aanwezigheid van de verdachte.
Op 6 juni 2023 ontving de rechtbank het bericht van de officier van justitie waarin zij de rechtbank in overweging geeft om het onderzoek ter terechtzitting te heropenen naar aanleiding van een bericht dat zij ontving van [medewerker detentiecentrum] , medewerker vreemdelingenzaken/casemanager detentiecentrum Rotterdam. Dit bericht luidt als volgt:
“De heer [verdachte] heeft zelf aangegeven dat hij wel naar de zitting had willen gaan. Hij verblijft vanaf 28-05-2023 in de observatiecel (OBS). [verdachte] geeft aan dat er heel de nacht geluidsoverlast was. Er was een man heel de nacht aan het bonken en tegen de deur aan het trappen. Hij heeft hierdoor weinig tot niet kunnen slapen. Toen hij in de ochtend werd aangezegd voor transport was hij net in slaap dus kreeg dit niet helemaal mee. Hierna heeft hij nog op de intercom gebeld, maar toen was het al te laat. Dit verhaal staat ook in de notulen gerapporteerd. Hier staat: ‘transport geweigerd, naderhand wilde hij wel maar toen was DV&O al weg.”
“Ter aanvulling: betrokkene heeft om deze reden zijn afstandsverklaring voor het transport niet willen tekenen. Hij geeft aan dat hij wel naar de zitting wilde gaan.”
De raadsman heeft zich desgevraagd aangesloten bij het advies van de officier van justitie.
Hoewel de rechtbank in eerste instantie geen aanleiding had om aan te nemen dat de verdachte niet ondubbelzinnig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, werpt het bericht van het detentiecentrum Rotterdam naar het oordeel van de rechtbank een ander licht op de zaak. Blijkens het bericht heeft de verdachte de aanzegging voor het transport naar de rechtbank niet helemaal ‘meegekregen’ – naar de rechtbank begrijpt: gemist of niet goed begrepen – en heeft hij daarna geprobeerd om toch de zitting te kunnen bijwonen door op de intercom te drukken. Aangezien de verdachte voorts de afstandsverklaring niet heeft ondertekend, kan er naar het oordeel van de rechtbank niet vanuit worden gegaan dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn. De rechtbank acht het, gelet op het belang van de verdachte om ter zitting aanwezig te kunnen zijn en daar desgewenst op vragen te antwoorden en een verklaring af te leggen, noodzakelijk dat het onderzoek wordt heropend om hem daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.
Op een nog te bepalen nieuwe zittingsdatum zal het onderzoek ter terechtzitting worden hervat.
Dictum
De rechtbank:
Heropent het gesloten onderzoek ter terechtzitting.
Schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen de nadere zitting, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte.
Beveelt de officier van justitie om de benadeelde partij op de hoogte te stellen van de datum en het tijdstip van de volgende zitting.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. D.J. Straathof, voorzitter,
mrs. J.J. Roos en N.M.L Rogmans, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Snelder,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juni 2023.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/086519-22 (P)
Uitspraakdatum: 13 juni 2023
Tegenspraak ex artikel 279 Wetboek van Strafvordering
Vonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 mei 2023 in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] ,
thans gedetineerd in DC Rotterdam.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. C.M. Brugman en van hetgeen de raadsman van de verdachte, mr. B. Hartman, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, naar voren heeft gebracht.
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
Primair
hij op of omstreeks 28 februari 2022 te Hoorn en/of te Amsterdam en/of te Amsterdam Zuid-Oost, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing ((benzine)dampexplosie) teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met motorbenzine en/of benzinedamp, althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan (de inboedel van de woonkamer en/of keuken van) een woning (gelegen aan de [adres 2] ) geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
Subsidiair
[medeverdachte] , althans een ander dan verdachte, op of omstreeks 28 februari 2022 te Hoorn, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing ((benzine)dampexplosie) teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met motorbenzine en/of benzinedamp, althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan (de inboedel van de woonkamer en/of keuken van) een woning (gelegen aan de [adres 2] ) geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners van de naastgelegen en/of omliggende woningen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 27 februari 2022 tot en met 28 februari 2022 te Amsterdam en/of Amsterdam Zuid-Oost en/of te Hoorn, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door - die [medeverdachte] de opdracht te geven brand te stichten in voornoemde woning en/of - een beloning (van 1000,- EURO) in het vooruitzicht te stellen als hij deze brand zou stichten en/of
- ( daartoe) informatie en instructies te geven aan die [medeverdachte] ) en/of
- die [medeverdachte] te (laten) voorzien van (motor)benzine en/of
- voor die [medeverdachte] vervoer naar Hoorn te regelen en/of
- telefonisch en/of via berichten contact te onderhouden met die [medeverdachte] .
2Heropening van het onderzoek
Na de sluiting van het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest en dat het dient te worden heropend.
De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op 30 mei 2023 ontving de rechtbank een Formulier Afstandsverklaring transport van de verdachte. Hoewel de verdachte heeft geweigerd om de afstandsverklaring te ondertekenen, had de rechtbank ter terechtzitting geen reden om te twijfelen aan de juistheid en ondubbelzinnigheid van de mondeling door de verdachte gedane afstandsverklaring, aangezien het daarvan opgemaakte Formulier Afstandsverklaring transport door de wachtcommandant was ondertekend. Met instemming van de raadsman is de terechtzitting voortgezet zonder aanwezigheid van de verdachte.
Op 6 juni 2023 ontving de rechtbank het bericht van de officier van justitie waarin zij de rechtbank in overweging geeft om het onderzoek ter terechtzitting te heropenen naar aanleiding van een bericht dat zij ontving van [medewerker detentiecentrum] , medewerker vreemdelingenzaken/casemanager detentiecentrum Rotterdam. Dit bericht luidt als volgt:
“De heer [verdachte] heeft zelf aangegeven dat hij wel naar de zitting had willen gaan. Hij verblijft vanaf 28-05-2023 in de observatiecel (OBS). [verdachte] geeft aan dat er heel de nacht geluidsoverlast was. Er was een man heel de nacht aan het bonken en tegen de deur aan het trappen. Hij heeft hierdoor weinig tot niet kunnen slapen. Toen hij in de ochtend werd aangezegd voor transport was hij net in slaap dus kreeg dit niet helemaal mee. Hierna heeft hij nog op de intercom gebeld, maar toen was het al te laat. Dit verhaal staat ook in de notulen gerapporteerd. Hier staat: ‘transport geweigerd, naderhand wilde hij wel maar toen was DV&O al weg.”
“Ter aanvulling: betrokkene heeft om deze reden zijn afstandsverklaring voor het transport niet willen tekenen. Hij geeft aan dat hij wel naar de zitting wilde gaan.”
De raadsman heeft zich desgevraagd aangesloten bij het advies van de officier van justitie.
Hoewel de rechtbank in eerste instantie geen aanleiding had om aan te nemen dat de verdachte niet ondubbelzinnig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, werpt het bericht van het detentiecentrum Rotterdam naar het oordeel van de rechtbank een ander licht op de zaak. Blijkens het bericht heeft de verdachte de aanzegging voor het transport naar de rechtbank niet helemaal ‘meegekregen’ – naar de rechtbank begrijpt: gemist of niet goed begrepen – en heeft hij daarna geprobeerd om toch de zitting te kunnen bijwonen door op de intercom te drukken. Aangezien de verdachte voorts de afstandsverklaring niet heeft ondertekend, kan er naar het oordeel van de rechtbank niet vanuit worden gegaan dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn. De rechtbank acht het, gelet op het belang van de verdachte om ter zitting aanwezig te kunnen zijn en daar desgewenst op vragen te antwoorden en een verklaring af te leggen, noodzakelijk dat het onderzoek wordt heropend om hem daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.
Op een nog te bepalen nieuwe zittingsdatum zal het onderzoek ter terechtzitting worden hervat.
Dictum
De rechtbank:
Heropent het gesloten onderzoek ter terechtzitting.
Schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen de nadere zitting, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte.
Beveelt de officier van justitie om de benadeelde partij op de hoogte te stellen van de datum en het tijdstip van de volgende zitting.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. D.J. Straathof, voorzitter,
mrs. J.J. Roos en N.M.L Rogmans, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Snelder,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juni 2023.