Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-04-19
ECLI:NL:RBNHO:2023:3523
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
2,828 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10426505 \ CV EXPL 23-1940
Uitspraakdatum: 19 april 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Eurobox Self Storage Haarlem B.V.
gevestigd te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: De Best & Partners B.V.
tegen
[gedaagde]
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert dat de kantonrechter de tussen partijen gesloten huurovereenkomst ontbindt en de gedaagde partij veroordeelt tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast vordert de eisende partij dat de gedaagde partij veroordeeld zal worden tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 200,00 per maand, voor elke maand of gedeelte daarvan dat gedaagde in gebreke zal blijven het gehuurde te ontruimen, ingaande per 1 januari 2023, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De eisende partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat partijen een huurovereenkomst (hierna: de overeenkomst) hebben gesloten met betrekking tot een opslagruimte van het type L / 10m2, nummer 0719, gelegen aan de [adres] te [plaats] . Volgens de eisende partij heeft de gedaagde partij (na aanmaning) de huurtermijnen over de maanden juli 2022 tot en met december 2022 onbetaald gelaten. Om haar moverende redenen heeft de eisende partij de vordering beperkt tot een bedrag van € 500,00, onder voorbehoud van rechten ten aanzien van het resterende deel van de vordering.
Achterstallige huurtermijnen
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten. De vordering tot betaling van de hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Ontbinding en ontruiming
2.5.
Ook de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst, tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van een gebruiksvergoeding vanaf 1 januari 2023 komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn wordt bepaald op 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.6.
In de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden staan geen bedingen die van toepassing zijn op de vordering en/of die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn.
2.7.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen;
3.2
veroordeelt de gedaagde partij om het gehuurde gelegen aan de [adres] (nummer 0719) te [plaats] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, leeg op te leveren en alle sleutels over te dragen aan de eisende partij;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 december 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.4.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 200,00 per maand aan gebruiksvergoeding voor elke maand of gedeelte daarvan dat de gedaagde partij het gehuurde in gebruik heeft vanaf 1 januari 2023;
3.5.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 127,42 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 132,00 wegens salaris gemachtigde;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af;
3.7.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10426505 \ CV EXPL 23-1940
Uitspraakdatum: 19 april 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Eurobox Self Storage Haarlem B.V.
gevestigd te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: De Best & Partners B.V.
tegen
[gedaagde]
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert dat de kantonrechter de tussen partijen gesloten huurovereenkomst ontbindt en de gedaagde partij veroordeelt tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast vordert de eisende partij dat de gedaagde partij veroordeeld zal worden tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 200,00 per maand, voor elke maand of gedeelte daarvan dat gedaagde in gebreke zal blijven het gehuurde te ontruimen, ingaande per 1 januari 2023, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De eisende partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat partijen een huurovereenkomst (hierna: de overeenkomst) hebben gesloten met betrekking tot een opslagruimte van het type L / 10m2, nummer 0719, gelegen aan de [adres] te [plaats] . Volgens de eisende partij heeft de gedaagde partij (na aanmaning) de huurtermijnen over de maanden juli 2022 tot en met december 2022 onbetaald gelaten. Om haar moverende redenen heeft de eisende partij de vordering beperkt tot een bedrag van € 500,00, onder voorbehoud van rechten ten aanzien van het resterende deel van de vordering.
Achterstallige huurtermijnen
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten. De vordering tot betaling van de hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Ontbinding en ontruiming
2.5.
Ook de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst, tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van een gebruiksvergoeding vanaf 1 januari 2023 komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn wordt bepaald op 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.6.
In de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden staan geen bedingen die van toepassing zijn op de vordering en/of die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn.
2.7.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen;
3.2
veroordeelt de gedaagde partij om het gehuurde gelegen aan de [adres] (nummer 0719) te [plaats] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, leeg op te leveren en alle sleutels over te dragen aan de eisende partij;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 december 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.4.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 200,00 per maand aan gebruiksvergoeding voor elke maand of gedeelte daarvan dat de gedaagde partij het gehuurde in gebruik heeft vanaf 1 januari 2023;
3.5.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 127,42 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 132,00 wegens salaris gemachtigde;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af;
3.7.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter