Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-03-10
ECLI:NL:RBNHO:2023:3162
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,938 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10300932 \ WM VERZ 23-179
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 10 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is niemand verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 18 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en namens betrokkene zijn in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Zo is door betrokkene zelf aangegeven dat hij niet staande is gehouden, en vraagt betrokkene zich af of de apparatuur geijkt is, of er ijkingsrapport van de apparatuur is en of de verbalisant geautoriseerd was om de boete op te leggen. Gemachtigde heeft hier nog op aangevuld dat het zaakoverzicht niet ontvangen is. Dit leidt tot schending van artikel 7:18 Awb, en volgens gemachtigde staat hierdoor vast dat betrokkene in zijn verdedigingsbelang geschaad.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat uit het administratiesysteem van het CVOM (Centrale Verwerking Openbaar Ministerie) blijkt dat op 15 september 2022 een kopie van het zaakoverzicht aan gemachtigde is toegezonden, samen met een brief vanuit de officier van justitie waarin gevraagd werd om het toezenden van de volledige gronden van het beroep aangezien die nog ontbraken.
Nu gemachtigde ná de oproep van 26 januari 2023 voor de zitting bij de kantonrechter op 10 maart 2023 niet meer heeft aangegeven dat het zaakoverzicht nog niet in zijn bezit was, en gemachtigde vandaag niet op de zitting is verschenen, acht de kantonrechter het aannemelijk dat gemachtigde ondertussen over het zaakoverzicht beschikt. Hierdoor is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene niet in het verdedigingsbelang is geschaad.
Ten aanzien van de opmerking van betrokkene dat getwijfeld wordt aan de ijking van de meetapparatuur, en de vragen of er een ijkrapport van de meetapparatuur is en of verbalisant geautoriseerd was, oordeelt de kantonrechter dat het enkel doen van suggesties en/of het stellen van vragen geen aanleiding vormt voor het doen van onderzoek hiernaar.
Voorts staat vast dat betrokkene niet staande is gehouden. Uit artikel 5 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersovertredingen (Wahv) volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als reden voor het niet staande houden van betrokkene heeft verbalisant in het zaakoverzicht genoteerd dat de gedraging met een mobiele radar is geconstateerd.
In een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2023 (vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2023:1256) is ten aanzien van controle met een mobiele radar in rechtsoverweging 7. het volgende opgenomen:
“7. Met de gemachtigde moet worden vastgesteld dat de enkele omstandigheid dat de overtreding met een mobiele radar is geconstateerd op zichzelf niet betekent dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Zoals uit de uiteenzetting van [naam1] blijkt zijn er (vele) situaties denkbaar waarin zich bij een mobiele radarcontrole geen reële mogelijkheid tot staandehouding voordoet, met name in het geval dat de ambtenaar die de apparatuur bedient alleen ter plaatse is. Echter, daarnaast blijkt uit het relaas van [naam1] dat het bij een mobiele radarcontrole ook denkbaar is dat (wel) staandehouding plaatsvindt, bijvoorbeeld in het geval dat met een opvangploeg gewerkt wordt. Dat dit in de praktijk niet vaak gebeurt, doet hier niet aan af. Daarom mag van de ambtenaar worden verwacht dat hij niet volstaat met de enkele mededeling dat sprake was van een mobiele radarcontrole maar ook (kort) aangeeft welke omstandigheden meebrengen dat in het concrete geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestaat. Hierin kan - bijvoorbeeld - eenvoudig worden voorzien door te vermelden dat het een éénmanscontrole betreft.”
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verwezen naar een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant dat zij op 9 maart 2023 per e-mail aan de kantonrechter heeft gezonden. Dit stuk is vervolgens door de griffier doorgestuurd aan de gemachtigde. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt onder meer het volgende:
“(…) Er bestond geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder omdat het een eenmanscontrole betrof. Bij de controle was alleen de bedienaar van de mobiele radar aanwezig. Daarom is op kenteken bekeurd. (…)”
De kantonrechter is van oordeel dat deze uitleg – in het licht van de hiervoor opgenomen passage uit het arrest – voldoende duidelijk maakt dat er geen reële mogelijkheid was om staande te houden. Hiermee staat vast dat terecht is afgezien van staande houden. Voorts is door/namens betrokkene ook niets naar voren gebracht dat aanleiding geeft om te betwijfelen of betrokkene de gedraging heeft verricht. De boete is dus terecht – op kenteken – opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Hierdoor is er geen aanleiding voor het vaststellen van een proceskostenvergoeding.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: