Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-10-13
ECLI:NL:RBNHO:2023:14139
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,334 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10682696 \ WM VERZ 23-586
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 27 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten bebouwde kom (verkeersbord A1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de meting niet klopt. De verbalisant liep de dijk op tijdens de meting. De teller van betrokkene kwam tegen de 80 km per uur aan, maar zeker geen 90. Betrokkene zou graag bewijs willen zien van de meting.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “Bij controle op de Walingsdijk stond ik bij het gemaal bij nummer 111. Ik maakte een geldige meting toen betrokkene op 112 meter afstand van mij was. Gezien de relatief korte afstand, mijn reactie tijd en de tijd benodigd om de paar stappen de weg op te doen en een goed zichtbaar en herkenbaar stopteken te geven, was ik niet in de gelegenheid om dit op een veilige en verantwoorde wijze te doen. (…)”
Uit het zaakoverzicht en de aanvullende verklaring van de verbalisant blijkt dat de gedraging visueel is geconstateerd. Van de gedraging is geen foto gemaakt. Het is niet noodzakelijk dat een gedraging door middel van fotoapparatuur wordt vastgelegd. In het dossier bevindt zich tevens een NMi-verklaring waarin staat vermeld dat de meetapparatuur naar behoren werkt. Er is geen aanwijzing dat de verbalisant de dijk opliep tijdens de meting, zoals betrokkene aanvoert, integendeel. In een dergelijk geval zou de meting een foutmelding hebben opgeleverd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de waarneming van de verbalisant en de gedane meting. De boete is dus terecht opgelegd. Er is ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10682696 \ WM VERZ 23-586
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 27 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten bebouwde kom (verkeersbord A1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de meting niet klopt. De verbalisant liep de dijk op tijdens de meting. De teller van betrokkene kwam tegen de 80 km per uur aan, maar zeker geen 90. Betrokkene zou graag bewijs willen zien van de meting.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “Bij controle op de Walingsdijk stond ik bij het gemaal bij nummer 111. Ik maakte een geldige meting toen betrokkene op 112 meter afstand van mij was. Gezien de relatief korte afstand, mijn reactie tijd en de tijd benodigd om de paar stappen de weg op te doen en een goed zichtbaar en herkenbaar stopteken te geven, was ik niet in de gelegenheid om dit op een veilige en verantwoorde wijze te doen. (…)”
Uit het zaakoverzicht en de aanvullende verklaring van de verbalisant blijkt dat de gedraging visueel is geconstateerd. Van de gedraging is geen foto gemaakt. Het is niet noodzakelijk dat een gedraging door middel van fotoapparatuur wordt vastgelegd. In het dossier bevindt zich tevens een NMi-verklaring waarin staat vermeld dat de meetapparatuur naar behoren werkt. Er is geen aanwijzing dat de verbalisant de dijk opliep tijdens de meting, zoals betrokkene aanvoert, integendeel. In een dergelijk geval zou de meting een foutmelding hebben opgeleverd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de waarneming van de verbalisant en de gedane meting. De boete is dus terecht opgelegd. Er is ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: