Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-10-04
ECLI:NL:RBNHO:2023:13991
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,256 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10606921 \ WM VERZ 23-489
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het is voorzien van niet toegestane verblindende/knipperende verlichting.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij die dag twee boetes opgelegd heeft gekregen. Met één boete is betrokkene het wel eens. Over onderhavige boete is niets meegedeeld door de verbalisant en is er ook geen cautie gegeven of gevraagd naar een verklaring. Dit is in strijd met artikel 6 EVRM. Daarnaast betwist betrokkene de verweten gedraging en is er een onjuiste feitcode gebruikt.
De kantonrechter heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene heeft daarvoor geen specifieke feiten en omstandigheden aangevoerd. Uit de verklaring van de verbalisant volgt dat betrokkene is staande gehouden voor deze gedraging, de cautie aan hem is gegeven en dat betrokkene geen verklaring heeft gegeven. De kantonrechter gaat dus van deze gegevens uit. Er is dan ook geen schending van artikel 6 EVRM, zoals betrokkene heeft aangevoerd.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB ook in:
“Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant zag dat het voertuig verschillende vormen, kleuren verlichting had aan de voorzijde van het voertuig. Dit is verwarrend voor andere weggebruikers. (…)”
Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie voorgesteld om de feitcode te wijzigen in N650 “voertuig voorzien van meer lichten/retro reflecterende voorzieningen dan is toegestaan”.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Het voertuig is voorzien van meer verlichting dan is toegestaan. Dit is ook te zien op de foto’s. De kantonrechter zal de feitcode, het boetebedrag en de inleidende beschikking daarom wijzigen. Het beroep is dan ook gedeeltelijk gegrond. Het is volgens vaste rechtspraak geoorloofd om de feitcode te wijzigen indien betrokkene daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad. Daarvan is in dit geval sprake. Betrokkene wist waartegen hij zich moest verdedigen en de wijziging leidt niet tot een hoger boetebedrag.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie, voor zover deze betrekking heeft op de omschrijving van de gedraging en de feitcode in de inleidende beschikking;
‒ wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat als de omschrijving van de gedraging luidt “voertuig voorzien van meer lichten/retro reflecterende voorzieningen dan is toegestaan”, met als feitcode N650.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: