Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-12-13
ECLI:NL:RBNHO:2023:13379
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,641 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10658125 \ CV EXPL 23-5368 TB
Uitspraakdatum: 13 december 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [woonplaats]
eiseres
verder te noemen: [eiseres]
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.
tegen
[gedaagde] [bedrijf 2]
wonende en zaakdoende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. R.B.M. van Poorten
1Het procesverloop
1.1.
[eiseres] heeft bij dagvaarding van 3 augustus 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Op 15 november 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiseres] en [gedaagde] hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.
Feiten
2.1.
[gedaagde] houdt zich onder meer bezig met vermaken van (bruids)jurken.
2.2.
Op 14 april 2023 heeft [eiseres] [gedaagde] opdracht gegeven tot het op maat maken van een door [eiseres] aangeschafte bruidsjurk. De bovenkant van de top moet worden ingenomen. Daarnaast moeten de zoom en de sleep een stuk worden ingekort. De totale prijs is € 350,00.
2.3.
Op 13 mei 2023 heeft [eiseres] de bruidsjurk op kunnen halen bij [gedaagde] . [gedaagde] heeft haar erop gewezen dat er kleine vlekjes op de bruidsjurk zaten. [gedaagde] heeft aangegeven dat hij de vlekjes niet had veroorzaakt, heeft geprobeerd deze te verwijderen, advies gegeven over een goede stomerij en heeft coulance halve aangeboden de helft van de stomerijkosten te vergoeden.
2.4.
Op 23 mei 2023 heeft [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld en hem – kort samengevat – verzocht de vlekken uit de bruidsjurk te verwijderen door middel van het vergoeden van de stomerijkosten. Zij meldt dat als de vlekken er daarna nog in zitten, zij genoodzaakt is de totale kosten van de jurk op [gedaagde] te verhalen. [eiseres] verzoekt [gedaagde] daarnaast om binnen twee weken te reageren. In de week na het ophalen van de jurk heeft [eiseres] een nieuwe bruidsjurk uitgezocht.
2.5.
Op 25 mei 2023 heeft [gedaagde] via een WhatsApp bericht gereageerd. Samengevat bericht hij dat [eiseres] de bruidsjurk kan laten stomen en dat hij de helft vergoedt. [gedaagde] laat ook weten [eiseres] twee keer te hebben gebeld, maar er werd niet opgenomen.
2.6.
Op 27 mei 2023 is de bruidsjurk door [bedrijf 1] in [woonplaats] gereinigd. Op de bon is vermeld: “1 bruidsjapon gereinigd en bloed vlekken verwijderd”.
2.7.
Op 16 juni 2023 heeft de gemachtigde van [eiseres] een brief naar [gedaagde] gestuurd waarin [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk stelt voor de door [eiseres] geleden schade. [eiseres] verzoekt [gedaagde] binnen vijftien dagen een bedrag van € 4.020,00 (kosten originele bruidsjurk, vermaakkosten en stomerijkosten) over te maken.
Geschil
3.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 4.020,00 aan hoofdsom en € 527,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijk rente over de proceskosten.
3.2.
[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] zijn verplichtingen, die voortvloeien uit de overeenkomst tussen partijen, niet is nagekomen. [gedaagde] heeft bloedvlekken geconstateerd en heeft getracht de bloedvlekken met speeksel te verwijderen. De stomerij is er vervolgens niet in geslaagd de bloed- en speekselvlekken te verwijderen op de voorkant van de bruidsjurk. Gezien de aard van de overeenkomst is nakoming blijvend onmogelijk. Uit de houding van [gedaagde] valt eveneens op te maken dat hij niet voor compensatie zal zorgdragen. [gedaagde] is (van rechtswege) in verzuim komen te verkeren en dus schadeplichtig.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen op grond waarvan [gedaagde] de bruidsjurk van [eiseres] op maat voor haar zou maken. Ook staat vast tussen partijen dat er bloedvlekken op de bruidsjurk zaten toen [eiseres] de bruidsjurk bij [gedaagde] op kwam halen. Partijen verschillen echter van mening over het antwoord op de vraag of [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst.
4.2.
Volgens [eiseres] is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. [eiseres] heeft gesteld dat zij bij het ophalen van de bruidsjurk werd geconfronteerd met het nieuws dat [gedaagde] tijdens het vermaken van de bruidsjurk bloedvlekken had geconstateerd. [gedaagde] heeft geprobeerd om de bloedvlekken te verwijderen met zijn speeksel en dit heeft geresulteerd in donkere kringen om de bloedvlekken heen. Dit was niet gebeurd als [gedaagde] niet geprobeerd had de bloedvlekken te verwijderen met zijn speeksel. De bloedvlekken bevinden zich volgens [eiseres] op de voorkant van de bruidsjurk. De stomerij is er niet in geslaagd om de bloed- en speekselvlekken te verwijderen. [eiseres] heeft gelet op de schade aan haar bruidsjurk noodgedwongen een nieuwe bruidsjurk moeten aanschaffen.
4.3.
[gedaagde] heeft zowel de tekortkoming als de samenhang met de door [eiseres] gestelde schade(oorzaak) betwist. In dat kader heeft [gedaagde] er gemotiveerd op gewezen dat de oorzaak van de bloedvlekken niet is komen vast te staan. Hoewel [gedaagde] niet betwist dat er bloedvlekken op de bruidsjurk zaten en dat hij de bloedvlekken heeft geprobeerd te verwijderen met speeksel, betwist hij wel de oorzaak van de bloedvlekken en de plek van de bloedvlekken zoals door [eiseres] gesteld. [gedaagde] heeft conform de opdracht de bruidsjurk vermaakt en daarna opgestreken. Bij het splitsen van de stof en voering zag hij bij de taille twee donkere vlekjes van 1 à 2 millimeter opgedroogd bloed. [gedaagde] heeft [eiseres] hierover geïnformeerd bij het ophalen van de bruidsjurk. [gedaagde] is niet verantwoordelijk noch aansprakelijk voor (het ontstaan) van de bloedvlekken op de bruidsjurk. Deze heeft hij niet veroorzaakt. [eiseres] heeft [gedaagde] bovendien niet in verzuim gesteld en zij heeft hem geen gelegenheid gegeven de bruidsjurk nog ruim voor de huwelijksdag te laten reinigen. Er is geen sprake van verzuim zodat [gedaagde] niet schadeplichtig is en [eiseres] geen recht heeft op vergoeding van schade.
4.4.
Artikel 6:74 BW bepaalt dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. Uit de hoofdregel van bewijsrecht (artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) volgt dat degene die op grond van artikel 6:74 BW schadevergoeding vordert, moet stellen en zo nodig bewijzen dat de wederpartij is tekortgeschoten in de nakoming van een verbintenis en ook dat die tekortkoming de gestelde schade heeft veroorzaakt. [eiseres] moet, anders gezegd, de feiten of omstandigheden stellen en onderbouwen die, indien bewezen, tot het oordeel leiden dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de verbintenis door [gedaagde] , waardoor [eiseres] schade heeft geleden.
4.5.
De kantonrechter overweegt hierover als volgt. Op basis van de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is niet duidelijk geworden op welke plaats zich ten tijde van het ophalen van de jurk bloedvlekjes bevonden. De foto’s die [eiseres] in het geding heeft gebracht dateren van enige tijd na het ophalen van de jurk. Bovendien is ook niet komen vast te staan dat de bloedvlekken door [gedaagde] veroorzaakt zijn. Door [gedaagde] is aangevoerd dat het om oud bloed ging op een plaats waar hij geen vermaakwerk hoefde te verrichten en ook geen spelden hoefde aan te brengen. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van zijn stelling zijn eigen notitie overgelegd van de dag waarop [eiseres] de bruidsjurk op kwam halen en daarnaast heeft hij een alternatief scenario geschetst dat de bloedvlekken al veroorzaakt kunnen zijn bij de bruidswinkel waar [eiseres] de bruidsjurk heeft gekocht. [eiseres] heeft dit niet weersproken. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat niet kan worden vastgesteld welke bloedvlekken in de jurk zaten op het moment dat deze werd opgehaald bij [gedaagde] . Ook kan niet worden vastgesteld dat er bloedvlekken door [gedaagde] zijn veroorzaakt. Een tekortkoming op dit punt komt niet vast te staan. [eiseres] verwijt [gedaagde] daarnaast dat hij de vlekken groter heeft gemaakt door te trachten deze met zijn speeksel te verwijderen. Voor zover dit in de hiervoor geschetste omstandigheden al verwijtbaar is en daaruit een aansprakelijkheid voor de volledige schade zou kunnen volgen, is van belang dat uit de tekst op de factuur van de stomerij blijkt dat de vlekken verwijderd zijn. [eiseres] heeft daar desgevraagd geen verklaring voor kunnen geven en heeft evenmin de jurk meegenomen naar de zitting. De gestelde schade komt dus evenmin vast te staan.
4.6.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] zal afwijzen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 528,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde] .
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter