Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-18
ECLI:NL:RBNHO:2023:12177
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Bodemzaak
1,468 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10606761 \ WM VERZ 23-1037
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 18 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is eveneens verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 14 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat hij twijfelt aan de juistheid van de meting. Op de foto is te zien dat binnen twee meter van zijn voertuig ook twee andere voertuigen rijden. Wat maakt dat de meting dan bij het voertuig van betrokkene hoort? Daarnaast maakt betrokkene bezwaar tegen de graaicultuur. Circa 200 meter verderop, de stad uit, is deze weg een autoweg waar 100 km per uur mag worden gereden. Ter zitting heeft betrokkene het beroepschrift nader toegelicht. Betrokkene voert onder andere aan dat de meting mogelijk ook kan zijn voor het voertuig dat schuin voor betrokkene reed.
Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Een ambtsedige verklaring is niet vereist. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Door mij is waargenomen hetgeen langs elektronische weg is geconstateerd en digitaal is vastgelegd. De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
In het dossier bevinden zich twee foto’s. Uit de gegevens die onderaan de foto’s staan, blijkt dat beide foto’s zien op het voertuig dat zich bevindt op rijstrook 2 rechtdoor (Rijstrook:2 RD), dat is de rijstrook waarop betrokkene rijdt. Op die rijstrook rijden op die plek op dat moment geen andere voertuigen. Foto A is genomen op 26 april 2022 om 15.29.32 uur en betreft de nul-meting, foto B is genomen 0,427 seconden na de eerste foto. Uit de metingen zoals weergegeven onder de foto’s blijkt dat het voertuig een snelheid had van 67 km per uur. De kantonrechter ziet in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de meting. Temeer nu betrokkene ter zitting heeft aangevoerd dat het zou kunnen dat hij harder reed dan de maximumsnelheid. De boete is dan ook terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De aangegeven maximumsnelheid blijft gelden tot het punt waarop op grond van een ander verkeersbord een nieuwe maximumsnelheid geldt. Het staat de betrokkene niet vrij om voortijdig op een verderop geldende maximumsnelheid te anticiperen.
Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: