Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-11-16
ECLI:NL:RBNHO:2023:11849
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,394 tokens
Dictum
Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 november 2023 in de zaak tegen:
[veroordeelde]
,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het [adres] .
1Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 4 oktober 2023 gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van deze rechtbank van 16 juni 2023 in deze zaak aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de veroordeelde de aan die voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Procesverloop
Bij vonnis van deze rechtbank, locatie Haarlem, van 16 juni 2023 is de veroordeelde wegens diverse strafbare feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), ten aanzien van welke gevangenisstraf het bevel is gegeven dat twee maanden daarvan niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde vóór het einde van een op twee jaren vastgestelde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende deze proeftijd niet heeft nageleefd de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
wordt verplicht om zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling te laten opnemen en behandelen op de FPA van GGZ Noord-Holland-Noord te Heiloo of een soortgelijke intramurale instelling, dan wel in een FPK, zulks ter beoordeling van de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven, zolang de reclassering dat in overleg met die instelling nodig acht;
zich laat behandelen door een nog nader te bepalen instelling, te bepalen
door de reclassering. De behandeling start na de klinische behandeling. De
behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig
vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de
zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook
het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische
ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende
opname voor bijvoorbeeld crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of
diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende
opname indiceert, zal de veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten
opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering
nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in
forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De
veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling
geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen
van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
- verblijft in een nog nader te bepalen instelling na zijn klinische behandeling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in
overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering, bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt
gecontroleerd;
- geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
Dit vonnis is onherroepelijk geworden. De proeftijd is ingegaan op 24 juli 2023.
Op 3 oktober 2023 heeft GGZ Fivoor Heerhugowaard een reclasseringsadvies opgesteld inhoudende een advies aan opdrachtgever over de voortijdige negatieve beëindiging toezicht.
Op 4 oktober 2023 is de veroordeelde op bevel van de officier van justitie aangehouden op grond van artikel 6:3:15 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Bij bevel van 5 oktober 2023 heeft de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, op vordering van de officier van justitie, de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf gelast.
Met het e-mailbericht van 31 oktober 2023 heeft de officier van justitie gemeld dat de veroordeelde per direct in vrijheid zal worden gesteld.
De onderhavige vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 2 november 2023. De veroordeelde is niet verschenen. De raadsman van de veroordeelde mr. J.H. van Dijk, advocaat te Haarlem, is wel ter terechtzitting aanwezig en uitdrukkelijk gemachtigd door de veroordeelde om het woord namens hem te voeren.
3Informatie van de reclassering
De officier van justitie heeft zijn vordering gebaseerd op het op 3 oktober 2023 door [reclasseringswerker] , als reclasseringswerker werkzaam bij GGZ Fivoor Heerhugowaard, opgemaakte rapport ‘Advies aan opdrachtgever, voortijdige negatieve beëindiging toezicht’. Dit reclasseringsrapport houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:
Op 2 oktober 2023 heeft de veroordeelde zich onttrokken vanaf de forensische psychiatrische afdeling, alwaar hij was opgenomen in het kader van zijn klinische behandelverplichting. De veroordeelde wilde zijn vrijheid terug en is vertrokken zonder dat de reclassering hiervoor toestemming heeft gegeven.
Uit de Pro Justitia rapportage die eerder is opgesteld, blijkt dat er bij de veroordeelde sprake is van een beperkte motivatie voor een klinische behandeling en het nemen van medicatie. Het risico op recidive wordt door de Pro Justitia rapporteurs ingeschat als hoog, omdat het ziektebesef en motivatie ontbreken. GGZ Reclassering Fivoor heeft tijdens de klinische opname van de veroordeelde gezien dat klinische behandeling niet tot de gewenste gedragsverandering en het beperken van de risico's heeft geleid. Het risico op recidive is onverminderd hoog. Wij adviseren een beslissing waardoor het reclasseringstoezicht voortijdig negatief beëindigd wordt. Wij zijn van mening dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden heeft overtreden. Wij zien geen mogelijkheden voor gedragsverandering en risicobeperking. Ook niet na een gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.
4Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting naar voren gebracht dat er bij indiening van de vordering geen rekening is gehouden met het feit dat de veroordeelde in het kader van onderhavige strafzaak reeds 211 dagen heeft vast gezeten. Dat is meer dan de vijf maanden gevangenisstraf die hem bij vonnis van 16 juni 2023 is opgelegd. Met die voorkennis zou de vordering niet zijn ingediend. Aftrek van de tijd die de veroordeelde in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht geldt, gelet op de jurisprudentie, namelijk ook voor het voorwaardelijk opgelegde deel van de straf. Dit betekent dat er feitelijk gezien niets meer ten uitvoer gelegd kan worden. Enkele dagen geleden is dan ook door de officier van justitie bevolen de veroordeelde onmiddellijk in vrijheid te stellen. Hoewel de veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden, dient de vordering afgewezen te worden omdat het voorwaardelijk opgelegde strafdeel al is uitgezeten door de veroordeelde. Dat betekent dat de proeftijd en de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden blijven voortduren. De veroordeelde kan gelet op zijn problematiek echter niet meewerken aan de opgelegde bijzondere voorwaarden.
Dictum
De rechtbank:
Gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, opgelegd bij voormeld vonnis van 16 juni 2023 in de zaak met parketnummer 15/300969-22 aldus, dat die straf geheel ten uitvoer wordt gelegd.
Beveelt dat de vrijheidsbeneming ondergaan uit hoofde van artikel 6:6:20 Sv en de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van 16 juni 2023 in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de straf.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.E. Francke, voorzitter,
mr. G.M.G. Hink en mr. B. Selier, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. P.E.M. Metri,
en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2023.