Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-11-09
ECLI:NL:RBNHO:2023:11316
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,202 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummers: 10660856 BM VERZ 23-2058 en 10709642 MB VERZ 23-653 MK
Uitspraakdatum: 9 november 2023
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1935,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 14 augustus 2023;
het verweer van betrokkene, ter griffie ingekomen op 30 augustus 2023;
de reactie van verzoeker, ter griffie ingekomen op 13 september 2023;
de aanvullende stukken van verzoeker, ter griffie ingekomen op 4 oktober 2023 en 11 oktober 2023.
Op 13 oktober 2023 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren en tot instelling van een mentorschap ten behoeve van betrokkene, met benoeming van verzoeker tot bewindvoerder en mentor.
Verzoeker geeft aan dat het voor een goede behartiging van de belangen van betrokkene noodzakelijk is dat er een bewind en mentorschap wordt uitgesproken. Op 10 februari 2022 heeft betrokkene een levenstestament opgesteld. Daarin heeft betrokkene verzoeker een algehele volmacht verleend om haar belangen te behartigen, wanneer betrokkene daar zelf niet meer toe in staat zou zijn. Op 20 maart 2023 is er een CIZ indicatie afgegeven met het zorgprofiel beschermd wonen met intensieve dementiezorg. Desondanks loopt verzoeker er tegenaan dat hij door de beïnvloeding van derden gehinderd wordt om een goede uitvoering te geven aan de taken die hem zijn toebedeeld in het levenstestament. Bovendien zijn zorgverleners en banken niet bekend met de formele werking van het levenstestament, waardoor verzoeker niet altijd wordt geaccepteerd als gevolmachtigde.
Betrokkene staat niet achter het verzoek. Zij geeft aan dat zij het levenstestament heeft opgesteld voor de situatie waarin zij haar belangen niet meer zelfstandig kan behartigen. Volgens betrokkene is dit nu nog niet aan de orde. Betrokkene vindt het daarom vervelend dat er op dit moment door verzoeker beslissingen worden genomen, waar betrokkene niet bij wordt betrokken. Zo heeft betrokkene geen inzage meer in haar bankzaken en heeft zij nauwelijks contact met verzoeker. Ter zitting heeft de partner van betrokkene, [partner] , aangegeven dat hij achter het standpunt van betrokkene staat.
De kantonrechter treedt terughoudend op bij het uitspreken van bewind en mentorschap als de betrokkene in een levenstestament of volmacht regelingen heeft getroffen op dit vlak. Beschermingsmaatregelen moeten passend zijn en, waar mogelijk, de zelfredzaamheid van de betrokkene in stand houden. De kantonrechter moet dan ook afwegen of een bewind en een mentorschap nodig zijn of dat de regeling in het levenstestament volstaat.
In het levenstestament staat expliciet opgenomen dat betrokkene het levenstestament heeft opgesteld om te voorkomen dat over haar goederen beschermingsbewind of ten behoeve van betrokkene mentorschap wordt uitgesproken. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn er geen redenen gebleken om desondanks het voorgaande toch bewind en mentorschap uit te spreken. Het levenstestament voorziet immers in de behartiging van de belangen, zodra dit noodzakelijk is. Het is de kantonrechter niet duidelijk geworden waarom de instelling van bewind en mentorschap de hinder door derden kan voorkomen. Bovendien acht de kantonrechter de onbekendheid van de werking van een levenstestament bij verschillende instanties geen reden om van het levenstestament af te wijken. De kantonrechter zal gelet op het voorgaande het verzoek tot instelling van bewind en mentorschap afwijzen. Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat hij betrokkene, gelet op haar verklaringen tijdens de mondelinge behandeling, op dit moment nog in staat acht om haar wil te verklaren.
Dictum
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter