Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-05-31
ECLI:NL:RBNHO:2023:11249
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,085 tokens
Inleiding
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/334005 / HA ZA 22-700
Vonnis van 31 mei 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. R.J. van de Leur te Haarlem,
tegen
1. de besloten vennootschap
123BOUWBEDRIJF B.V., thans verkerende in staat van faillissement,
voorheen gevestigd te Zoetermeer,
gedaagde, tegen wie de behandeling van de zaak is geschorst ex artikel 29 Faillissementswet,
hierna te noemen: 123Bouwbedrijf,
2 2. [gedaagde],
wonende te [plaats 2],
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. M.W. Fakiri te 's-Gravenhage.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure tegen 123Bouwbedrijf B.V. blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 november 2022 van [eiser], met producties,
- de brief van 2 januari 2023 van de curator in het faillissement van 123Bouwbedrijf B.V. [curator] waarin hij meedeelt dat de procedure tegen 123 Bouwbedrijf B.V. uit hoofde van artikel 29 Fw is geschorst. In dit verband heeft de curator het vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 december 2022 nagezonden waarbij 123Bouwbedrijf B.V. in staat van faillissement is verklaard en [curator] als curator is aangesteld.
1.2.
Het verloop van de procedure tegen [gedaagde] blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 november 2022 van [eiser], met producties,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde], met producties,
- het tussenvonnis van 1 maart 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de brief van mr. Van de Leur van 12 april 2023 met aanvullende producties 17 tot en met 29,
- de brief van mr. Fakiri van 14 april 2023 met aanvullende productie 5,
- de brieven van mr. Van de Leur van 14 april 2023 en 17 april 2023 met respectievelijk aanvullende producties 30 en 31 tot en met 35,
- de mondelinge behandeling van 20 april 2023, waarbij door mr. Van de Leur, mr. Fakiri en [eiser] gebruik is gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Op 28 juni 2022 heeft 123Bouwbedrijf aan [eiser] een offerte uitgebracht voor de bouw van een nokverhoging van de woning van [eiser], inclusief onder meer kozijnen, ter realisatie van een extra woonverdieping voor een totaalbedrag van € 47.493,71. Deze offerte is door [eiser] op 29 juni 2022 geaccepteerd.
2.2.
Op 19 juli 2022 heeft 123Bouwbedrijf een eerste aanbetaling van € 18.997,48 aan [eiser] in rekening gebracht. Dit bedrag is op 20 juli 2022 voldaan. Op 24 juli 2022 is een tweede aanbetaling van € 14.248,13 in rekening gebracht. Dit bedrag is op 26 juli 2022 voldaan.
2.3.
Van 25 juli 2022 tot en met 28 juli 2022 heeft 123Bouwbedrijf aan de woning van [eiser] werkzaamheden verricht ter voorbereiding van de plaatsing van de nokverhoging. Daarbij heeft zij een steiger geplaatst, dakpannen van een deel van het dak verwijderd en folie aangebracht. Daarna zijn de werkzaamheden gestaakt.
2.4.
Tussen 27 juli 2022 en 29 augustus 2022 heeft [eiser] via whatsapp meerdere malen aan [betrokkene 1], de voorman van 123Bouwbedrijf, gevraagd wanneer de werkzaamheden worden voortgezet. Op één bericht van 9 augustus 2022 na, waarin [betrokkene 1] schrijft dat er niet gewerkt wordt vanwege de bouwvak en hij de toezegging doet langs te komen - die niet is nagekomen - zijn de berichten van [eiser] niet beantwoord.
2.5.
Op 17 augustus 2022 heeft [eiser] via whatsapp 123Bouwbedrijf gewaarschuwd dat er regen wordt verwacht en dat er een oplossing voor het dak moet komen om schade te voorkomen.
2.6.
Op 30 augustus 2022 heeft [betrokkene 2] van 123Bouwbedrijf in een e-mail aan [eiser] geschreven dat “deze week nog” een afspraak gemaakt zal worden. Ook die toezegging is niet nagekomen.
2.7.
In een algemene e-mail van 2 september 2022 heeft 123Bouwbedrijf aan haar klanten geschreven dat er problemen zijn, maar dat zij op korte termijn in persoon contact met de klanten zal opnemen.
2.8.
Bij brief van 6 september 2022 heeft [eiser] 123Bouwbedrijf in gebreke gesteld wegens tekortschieten in de uitvoering van de werkzaamheden en 123Bouwbedrijf in de gelegenheid gesteld binnen 1 week de werkzaamheden voort te zetten en deze binnen één maand op deugdelijke wijze te voltooien. Daarnaast heeft [eiser] in deze brief 123Bouwbedrijf aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade.
2.9.
Bij brief van 27 september 2022 heeft [eiser] 123Bouwbedrijf tevens uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk gesteld voor de schade en [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de schade uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid.
2.10.
Bij brief van 30 september 2022 aan 123Bouwbedrijf heeft [eiser] de aanneemovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, terugbetaling gevorderd van de vooruitbetaalde bedragen ad € 33.245,61 en vergoeding gevorderd van de geraamde schade ter hoogte van € 12.000.
2.11.
Op 3 oktober 2022 heeft [eiser] een bouwkundig onderzoek laten uitvoeren door [bedrijf]. Bij dat bouwkundig onderzoek is de schade opgenomen en een calculatie gemaakt voor het herstel van de ontstane schades, het realiseren van de nokverhoging, het aanbrengen van dakpannen en het aanbrengen van een vloer op de zolder. De calculatie heeft [bedrijf] zoveel mogelijk afgestemd op de aanwezige gegevens van de offerte en de kosten voor herstel van de ontstane schades.
De calculatie voor de uit te voeren werkzaamheden luidt als volgt:
De calculatie voor schadeposten luidt als volgt:
Het rapport bevat acht foto’s waarop een met zeil afgedekt dak te zien is, dakbeschot met vochtplekken en vochtschade bij diverse kozijnen op (een) lager gelegen verdieping(en).
2.12.
In een nadere toelichting van [bedrijf] heeft de bouwkundige geschreven, voor zover hier van belang:
“(…) € 7.500 voor afvoeren materiaal en een oude ladderlift en dito steiger is buiten proporties.
(…)
De spaanplaat delen moesten worden vervangen omdat deze compleet verzadigd waren door het slecht en niet waterdichte bouwzeil. Hierdoor zijn de spaanplaat delen vochtig (nat!!!) geworden waardoor er geen verband in het spaanplaat zat en door het eigen toegenomen gewicht van de inwatering al bijna bezweek. Herstel van nat geworden / doorweekt spaanplaat is onmogelijk.
(…)
Kosten voor kunststof kozijnen zijn € 1.000,- tot € 1.200,- per m2 (met HR++ glas), gezien een dakopbouw circa 12 tot 15 meter kozijnoppervlak heeft is € 15.000,- zeer goed verdedigbaar.
(…)
dit is een bijzonder slecht gepland project. Uiteraard kan er een bui vallen en moet een dak dat open ligt worden afgedekt maar elke aannemer weet dat je een leeg geraapt dak niet (en zeker niet met bouwzeil dat vol met gaten zit) dagen kan laten zitten zonder dat er schade ontstaat.”
2.13.
Omroep West heeft in een artikel van 9 november 2022 het volgende over 123Bouwbedrijf geschreven, voor zover hier van belang:
“(…) Bij klanten uit Den Haag, Rijswijk, Delft, Nootdorp, Rotterdam, Amsterdam en Haarlem komt 123Bouwbedrijf niet meer opdagen nadat er is aanbetaald, of de werkzaamheden slecht zijn uitgevoerd en niet zijn afgemaakt. (…) Omroep West sprak met bijna twintig klanten van 123Bouwbedrijf. Het bedrag dat zij aanbetaalden varieerde van 10.000 tot 150.000 euro. (…) Zeventien klanten zeggen dat ze aangifte hebben gedaan van oplichting. (…) Op dit moment is er bij geen enkele gedupeerde nog iemand aan het werk van het bedrijf. (…)
(…)
Omroep West heeft per mail een reactie ontvangen van 123Bouwbedrijf. Eigenaar [gedaagde] stelt dat zijn bedrijf de laatste twee jaar met een hoop uitdagingen te maken heeft gehad. ‘Door de lange levertijden vanwege de coronacrisis en de Oekraïne-oorlog zijn enkele projecten vertraagd opgeleverd’. Volgens [gedaagde] keldert zijn omzet vanaf juli door een lastercampagne van twee ontevreden klanten. (…) Leveranciers zijn volgens 123Bouwbedrijf gestopt materiaal leveren door de lastercampagne van ontevreden klanten. ‘De meeste leveranciers hebben hun jarenlange samenwerking met mijn bedrijf opgezegd of “on hold” gezet. Hierdoor moest ik alle openstaande facturen direct betalen’, aldus [gedaagde].
(…)
Volgens de gedupeerden heeft een van de eigenaren van 123Bouwbedrijf een nieuwe BV opgericht; Bouw10 (…)”
2.14.
Omroep West heeft in een artikel van 9 december 2022 het volgende over 123Bouwbedrijf en Bouw10 geschreven, voor zover hier van belang:
“(…) [betrokkene 3] en haar man [betrokkene 4] nemen in mei contact op met 123Bouwbedrijf voor een nieuwe badkamer en een dakopbouw. ‘Maar we kwamen er niet uit met hen (…) dus toen hebben we het even laten zitten’ (…)
In oktober besluit het stel het bedrijf alleen in te schakelen voor een nieuwe badkamer en babykamer. ‘Toen kregen we een offerte waar Bouw10 op stond. Dat vonden we wel vreemd. Ze vertelden dat dat het bedrijf was van de broer van de eigenaar van 123Bouwbedrijf. We gingen akkoord en deden een aanbetaling van 7000 euro, zeventig procent van het totaalbedrag. (…)
Eind oktober wordt gestart met de werkzaamheden maar begin november komt er niemand meer opdagen.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert ten aanzien van 123Bouwbedrijf en [gedaagde] (samen gedaagden), bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank:
I. verklaart voor recht dat de aanneemovereenkomst tussen partijen is ontbonden en [eiser] is ontslagen uit de eventuele resterende betalingsverplichting jegens gedaagden,
II. verklaart voor recht dat 123Bouwbedrijf toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis(sen) jegens [eiser] en hierbij schade heeft veroorzaakt,
III. verklaart voor recht dat [gedaagde] uit hoofde van onrechtmatige daad (bestuurdersaansprakelijkheid) aansprakelijk is jegens eisende partij voor de schade die 123Bouwbedrijf heeft doen ontstaan bij [eiser],
IV. verklaart voor recht dat gedaagden geen gelegenheid meer dienen te krijgen voor enig herstel nu [eiser] aanspraak maakt op vervangende schadevergoeding,
V. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 52.933,58, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag,
VI. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Aan zijn vorderingen op [gedaagde] legt [eiser] ten grondslag dat [gedaagde] als bestuurder van 123Bouwbedrijf en als natuurlijk persoon onrechtmatig heeft gehandeld. [eiser] stelt daartoe dat het realiseren van de nokverhoging voor 123Bouwbedrijf veel te hoog gegrepen was. De onderneming verkeerde op het moment dat zij de offerte uitbracht al in zwaar weer, zij had toen al hoge schulden. Als bestuurder wist [gedaagde] toen dat de onderneming de opdracht niet, of niet binnen redelijke termijn zou kunnen nakomen en de onderneming ook geen verhaal zou bieden voor de schade. Daarnaast heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld en onder valse voorwendselen gehandeld door onjuiste informatie te verstrekken over de voortgang en levering van het werk, waaronder het verzwijgen van de bouwvak. Ook heeft hij niets gedaan om de problemen die [eiser] door het openliggende dak ondervond op te lossen. Verder is er een bestendig patroon zichtbaar waarbij [gedaagde] met diverse ondernemingen, waarvan een aantal al failliet is gegaan, zijn klanten aanbetalingen van rond de 70% van de bouwsom laat doen, vlak na de start van de werkzaamheden onder valse voorwendselen de projecten staakt en vervolgens onder een andere onderneming verder gaat met die activiteiten. In dit geval heeft [gedaagde] met zijn broer als bestuurder het bedrijf Bouw10 opgericht, waar dezelfde werkwijze werd toegepast, door grote aanbetalingen te vragen en de werkzaamheden kort na aanvang te staken. Aldus steeds [eiser].
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat op het moment dat de offerte werd uitgebracht er bedrijfsmatig geen vuiltje aan de lucht was. Het eerste en tweede kwartaal van 2022 had de onderneming een groeiende omzet en was de cashflow op orde. Er waren dus ook nog geen schulden toen de offerte werd uitgebracht. [gedaagde] heeft honderden projecten goed afgerond. Enkele klanten waren ontevreden omdat hun projecten vertraagd waren door leveringsproblemen. Die ontevreden klanten hebben, samen met een ex-werknemer, 123Bouwbedrijf en [gedaagde] via social media zwart gemaakt. Daardoor wilden de toeleveranciers niet meer leveren, is de cashflow gestopt, konden de projecten niet meer opgeleverd worden en stevende 123Bouwbedrijf af op het faillissement. [gedaagde] treft in dit alles geen persoonlijk verwijt. Ook ten aanzien van de schade bij [eiser] treft [gedaagde] geen verwijt, hij heeft [eiser] niet vals voorgelicht en er is personeel gestuurd voor de lekkage. Tot slot is [gedaagde] geen malafide ondernemer. Hij heeft niet onder valse voorwendselen de klanten grote aanbetalingen laten doen. 123Bouwbedrijf heeft daadwerkelijk werkzaamheden verricht en materialen besteld en wilde en kon de projecten afronden. Zij is echter in een onvoorzienbare crisis beland, waar zij niet meer uit is gekomen. Aldus steeds [gedaagde].
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Gezien het faillissement heeft 123Bouwbedrijf nog niet kunnen reageren op de vorderingen van [eiser]. De rechtbank kan daarom de vorderingen onder I, II en IV op dit moment nog niet beoordelen en beperkt zich tot de vorderingen onder III, V en VI.
4.2.
[eiser] spreekt [gedaagde] primair aan uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Deze grondslag dient beoordeeld te worden aan de hand van de volgende, in de rechtspraak ontwikkelde criteria. Indien een vennootschap toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van de vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Daarbij geldt als maatstaf dat de bestuurder, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening, ter zake van de benadeling persoonlijk een voldoende ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.
4.3.
Het antwoord op de vraag of een bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en de ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Indien de bestuurder namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan en de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt, kan persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder worden aangenomen indien deze bij het aangaan van die verbintenis wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren, zijn handelwijze rechtvaardigende of verontschuldigende, omstandigheden. In geval een vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt kan ook sprake zijn van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder indien hij heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt en zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden. (vgl. Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen), Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627)
4.4.
[eiser] stelt dat [gedaagde] al voor het uitbrengen van de offerte wist dat de onderneming de opdracht niet, of niet binnen redelijke termijn zou kunnen nakomen en de onderneming ook geen verhaal zou bieden voor de schade. Volgens hem was de opdracht te hoog gegrepen en verkeerde de onderneming toen al in zwaar weer. [gedaagde] betwist dit en stelt daartoe dat een dergelijke verbouwing een heel gebruikelijke en veel uitgevoerde opdracht voor de onderneming was en dat de onderneming in die periode nog financieel gezond was en groeiende.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser], mede gezien het verweer van [gedaagde], onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld ter onderbouwing van zijn verwijt dat [gedaagde] ten tijde van het aangaan van de aannemingsovereenkomst wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de onderneming de opdracht niet zou (kunnen) nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade. Dat de opdracht te hoog gegrepen zou zijn voor 123Bouwbedrijf en/of dat de onderneming toen al zodanig in zwaar verkeerde dat [gedaagde] wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat 123Bouwbedrijf de verbouwing niet zou kunnen realiseren en ook geen verhaal zou bieden is immers niet (nader) door [eiser] onderbouwd. Dit betekent dat de vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid zal worden afgewezen. Ten aanzien van dit verwijt kan op deze grond evenmin onrechtmatig handelen van [gedaagde] worden aangenomen.
4.6.
Verder verwijt [eiser] [gedaagde] onrechtmatig te hebben gehandeld door onjuiste informatie te verstrekken over de voortgang van de werkzaamheden en onvoldoende te hebben gedaan om de problemen die [eiser] ondervond met het open dak op te lossen. [gedaagde] betwist dit en stelt daartoe dat [eiser] de voortgang en planning van het werk niet met hem maar met de voorman heeft besproken en dat er iemand is gestuurd om iets aan de lekkage te doen. [eiser] heeft ter zitting erkend dat hij de offerte en de voortgang van het werk niet met [gedaagde] heeft besproken maar met een andere medewerker van 123Bouwbedrijf. [eiser] heeft ter zitting betwist dat er iemand van 123Bouwbedrijf is gekomen om de lekkage te verhelpen.
4.7.
Ook ten aanzien van deze punten heeft [eiser], in het licht van het verweer van [gedaagde], onvoldoende concreet gesteld welk persoonlijk verwijt [gedaagde] wordt gemaakt. In de weergegeven whatsapp- en e-mailcorrespondentie (zie 2.4 tot en met 2.7) is weliswaar te lezen dat [eiser] over de voortgang en de lekkage correspondeert met de voorman, met [betrokkene 2] en met 123Bouwbedrijf, maar van correspondentie of overleg met [gedaagde] persoonlijk is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat [gedaagde] persoonlijk wetenschap had van de lekkageproblemen bij [eiser]. Dit betekent dat onrechtmatig handelen van [gedaagde] ten aanzien van deze verwijten evenmin kan worden aangenomen.
4.8.
Tot slot stelt [eiser] dat er een bestendig patroon zichtbaar is waarbij [gedaagde] met diverse ondernemingen zijn klanten onder valse voorwendselen grote aanbetalingen laat doen, vlak na de start van de werkzaamheden de projecten staakt en vervolgens onder de vlag van een andere onderneming verder gaat. Op deze wijze dupeert [gedaagde] moedwillig vele klanten en handelt hij onrechtmatig, aldus [eiser]. Ter onderbouwing verwijst hij naar diverse artikelen en berichten uit de media waarin vele gedupeerde klanten van 123Bouwbedrijf, de curator in het faillissement van 123Bouwbedrijf en de financiële recherche aan het woord komen (zie 2.13 tot en met 2.17).
4.9.
Als vast zou komen staan dat [gedaagde] op de door [eiser] geschetste wijze moedwillig klanten dupeert of heeft gedupeerd, is er sprake onrechtmatig handelen. Uit de door [eiser] overgelegde artikelen en berichten maakt de rechtbank op dat er in elk geval vele klachten zijn over 123Bouwbedrijf die dezelfde strekking hebben als de door [eiser] gemaakte verwijten en dat er een onderzoek is gestart door de financiële recherche. Zonder objectieve berichtgeving van bijvoorbeeld de curator, de financiële recherche of anderszins is dit echter onvoldoende om vast te stellen dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan het moedwillig duperen van klanten, waaronder [eiser] en zodoende onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld.
4.10.
[eiser] heeft uitdrukkelijk bewijs aangeboden van het door hem gestelde verwijt dat er sprake is van een bestendig patroon waarbij [gedaagde] met diverse ondernemingen moedwillig zijn klanten dupeert door grote aanbetalingen te eisen en kort na aanvang van de werkzaamheden niet meer thuis te geven.
Dictum
De rechtbank
5.1.
draagt [eiser] op te bewijzen dat er sprake is van een bestendig patroon waarbij [gedaagde] met diverse ondernemingen moedwillig zijn klanten dupeert door grote aanbetalingen te eisen en kort na aanvang van de werkzaamheden niet meer thuis te geven.
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 12 juli 2023 voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat, als [eiser] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
5.4.
bepaalt dat, als [eiser] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden augustus tot en met oktober 2023 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. S.A.M. Groot, in het gerechtsgebouw te Haarlem, Jansstraat 81,
5.6.
bepaalt dat [eiser] uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2023.