Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-08-09
ECLI:NL:RBNHO:2023:10861
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,294 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10192467 \ CV EXPL 22-6658
Uitspraakdatum: 9 augustus 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. Z.K. Elahi
1Het procesverloop
1.1.
Airhelp heeft bij dagvaarding van 26 oktober 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna gezamenlijk: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Edinburgh Airport (Schotland) met vlucht U2 6924 op 6 maart 2022, hierna: de vlucht.
2.2.
Er heeft een schemawijziging plaatsgevonden.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde schemawijziging c.q. annulering.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
3De vordering en het verweer
3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
3.2.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de schemawijziging c.q. annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 500,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vordering tot compensatie op grond van artikel 7 van de Verordening wordt toegewezen aangezien de vervoerder dit deel van de vordering heeft erkend.
4.3.
Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente wordt het volgende overwogen. De passagier heeft wettelijke rente gevorderd met ingang van “vluchtdatum”. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Nu niet is gebleken dat de vervoerder de compensatie reeds heeft voldaan zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 6 maart 2022, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.
4.4.
De vervoerder voert aan dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt, omdat Airhelp een procedure had kunnen voorkomen door in een eerder stadium haar vordering met stukken te onderbouwen. Gelet op het een en ander ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter