Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-08-16
ECLI:NL:RBNHO:2023:10858
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,000 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9987032 \ CV EXPL 22-4094
Uitspraakdatum: 16 augustus 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1],
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2], eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1Het procesverloop
1.1.
Bij vonnis van 4 januari 2023 (hierna: het vonnis in incident) heeft de vervoerder toestemming gekregen om Nour Said Belkasmi (handelend onder de naam Belkasmi Reizen) en Travelgenio SL in vrijwaring op te roepen. Voor het procesverloop dat hieraan vooraf is gegaan wordt naar dit vonnis verwezen. Verder is in dat vonnis de zaak in hoofdzaak verwezen naar de rol van 1 februari 2023 voor conclusie van antwoord.
1.2.
De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
De passagier sub 1 heeft met Travelgenio SL een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Oudja Airport (Marokko) met vlucht AT669 op 6 juli 2020.
2.2.
De passagier sub 2 heeft met Belkasmi Reizen een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Nador Airport (Marokko) met vlucht AT851 op 25 februari 2021.
2.3.
De vluchten zijn geannuleerd.
2.4.
De passagiers hebben restitutie van de betaalde ticketprijzen gevorderd.
2.5.
De passagier sub 1 heeft op 22 september 2022 een bedrag van € 294,76 aan restitutie ontvangen van Travelgenio SL.
2.6.
De vervoerder heeft ten aanzien van de passagier sub 2 geweigerd tot betaling over te gaan.
3De vordering en het verweer in de hoofdzaak
3.1.
De passagiers vorderen – na vermindering van eis - dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 127,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf zeven dagen na de annulering, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 63,34 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
3.2.
De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vluchten gehouden is tot restitutie van de vliegtickets binnen zeven dagen na annulering van de vluchten conform artikel 5 lid 1 sub a in samenhang met artikel 8 lid 1 sub a van de Verordening.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Artikel 3 lid 2 van de Verordening bepaalt dat voor toepassing van de Verordening vereist is dat de passagiers over een bevestigde boeking beschikken. In dit artikel staat vermeld dat als "een boeking" in de zin van de Verordening wordt beschouwd: "het feit dat de passagier een ticket heeft of een ander bewijs dat de boeking is aanvaard en geregistreerd door de luchtvaartmaatschappij of de touroperator." Het Hof heeft in het arrest van 21 december 2021 (C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270.20) een ruimere definitie aan het begrip boeking toegekend. Als de passagiers beschikken over een door de touroperator afgegeven ander bewijs in de zin van artikel 2 onder g van de Verordening, dan staat dit andere bewijs ook gelijk aan een boeking. De bewijslast ter zake van het voornoemde rust op de passagiers.
4.3.
De passagiers stellen dat de passagier sub 2 beschikt over een door touroperator ‘Belkasmi Reizen’ bevestigde boeking (productie 2 bij dagvaarding). De boekingsbevestiging vermeldt de luchthaven van vertrek en aankomst, het vluchtnummer en de vertrek- en de aankomsttijden. Daarnaast bevat de boekingsbevestiging een typische boekingsbevestigingsaanduiding van de vervoerder, namelijk: ‘Flight booking ref: AT/UUC3SL’, zodat kan worden aangenomen dat de boeking door de vervoerder is bevestigd. De vervoerder heeft voornoemde stellingen gemotiveerd weersproken en daartoe aangevoerd dat de boeking door de passagier sub 2 niet tot uitgifte van een ticket heeft geleid. Belkasmi Reizen heeft de tickets niet of niet tijdig voor uitgifte bevestigd waardoor er op 14 februari 2021 een automatische annulering heeft plaatsgevonden. Ter onderbouwing hiervan heeft de vervoerder verwezen naar de als productie 4 bij antwoord overgelegde boekingsgegevens: “CANCELLATION DUE TO NO TICKET” en “AUTO CANCEL”. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder hiermee bedoelt dat er geen sprake is van een annulering in de zin van de Verordening. Weliswaar is de vlucht op een later tijdstip door de vervoerder geannuleerd, maar op dat moment had de passagier sub 2 geen bevestigde boeking (meer) voor de vlucht. De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers, tegenover de gemotiveerde betwisting door de vervoerder, onvoldoende hebben onderbouwd dat aan de vereisten voor de toepasselijkheid van de Verordening is voldaan, zodat de vordering tot betaling van de hoofdsom voor afwijzing gereed ligt. De overige verweren van de vervoerder behoeven geen bespreking meer.
4.4.
Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten overweegt de kantonrechter als volgt. Travelgenio SL heeft op 22 september 2022 een bedrag van € 294,76 aan de passagier sub 1 voldaan. Kennelijk achtten de passagiers de vervoerder daarmee ten aanzien van de passagier sub 1 bevrijd van zijn betalingsverplichting. Het is dan ook niet gebleken dat de passagiers de vervoerder terecht in rechte hebben betrokken. Dat Travelgenio SL, als derde partij, pas na dagvaarding aan de passagier sub 1 heeft betaald kan niet voor rekening van de vervoerder komen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 78,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
5.3.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter