Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-07-26
ECLI:NL:RBNHO:2023:10552
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,304 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10567935 \ WM VERZ 23-438
CJIB-nummer : 253595227
Uitspraakdatum : 26 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen, tezamen met haar broer de heer Piet. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 1 juni 2023, terwijl dat beroep uiterlijk op 26 mei 2023 ontvangen had moeten zijn. De poststempel op de enveloppe die bij het beroepschrift is gevoegd ontbreekt, zodat niet kan worden vastgesteld wanneer het beroepschrift ter post is bezorgd. Betrokkene stelt ter zitting dat het beroepschrift op 26 mei 2023 ter verzending persoonlijk bij de Primera is afgegeven.
Volgens vaste rechtspraak wordt een poststuk geacht tijdig te zijn bezorgd als het de eerste of tweede werkdag na de laatste dag van bezwaar- of beroepstermijn is ontvangen. In dit geval zit het Pinksterweekend tussen de data van bezorging en ontvangst. De vertegenwoordiger van de officier van justitie geeft op de zitting aan daarom betrokkene het voordeel van de twijfel te geven en stelt voor de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en acht de termijnoverschrijding verschoonbaar zodat aan de inhoudelijke behandeling van de zaak wordt toegekomen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er, bij het aanvragen van de ontheffing, blijkbaar een invoerfout is gemaakt en de Z is verwisseld voor een 2. Zodoende is er per abuis een niet bestaand kenteken geregistreerd. De heer Piet verklaard op de zitting dat hij al jaren de ontheffing voor zijn zus en de rest van de familie regelt en dat het normaal gesproken niet wordt geaccepteerd als er een niet bestaand kenteken wordt ingevoerd. Doordat een foutmelding uitbleef wisten we niet dat het niet goed was gegaan, aldus de heer Piet.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting – naar aanleiding van het mondelinge verweer van de betrokkenen – op het standpunt gesteld dat de boete gematigd dient te worden. De gemeente had moeten signaleren dat er een niet bestaand kenteken stond geregistreerd. Tevens is van belang dat de ontheffing na het opleggen van de boete direct is aangepast, aldus de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt dat de boete wordt gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: