Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-19
ECLI:NL:RBNHO:2023:10527
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,041 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10594819 \ WM VERZ 23-405
CJIB-nummer : 247458261
Uitspraakdatum : 19 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: achterlichten motorvoertuig branden niet gelijk met voorlicht, nacht/buiten bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet is ingegaan op de verweren die betrokkene heeft aangevoerd. Daarnaast brandden zowel de voor- als achterlichten tegelijkertijd. Deze stonden namelijk ingesteld op automatisch, waardoor de lichten bij schemer en in een tunnel automatisch aan gaan. Het was nog volop licht en de mist was niet zodanig dat de lichten aansprongen, aldus betrokkene.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat de verbalisant een onjuiste feitcode heeft gebruikt. De gebruikte feitcode is bedoeld voor een soortgelijke gedraging ’s nachts. De gedraging in onderhavige zaak is geconstateerd om 11:16 uur ’s morgens. Wijziging van de feitcode is echter niet mogelijk omdat het boetebedrag behorende bij de juiste feitcode hoger is dan het bedrag van de aan de betrokkene
opgelegde boete. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft de kantonrechter daarom verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2019, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2019:1146.