Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-19
ECLI:NL:RBNHO:2023:10526
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,041 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10594795 \ WM VERZ 23-403
CJIB-nummer : 246678186
Uitspraakdatum : 19 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat het voertuig deels geparkeerd stond voor een gehandicaptenparkeerplaats van haar schoonvader. Haar schoonvader had dringend hulp nodig om uit bed te komen. Omdat er geen parkeerplaats was heeft betrokkene het voertuig ter plaatse geparkeerd. Hiermee werd wel het voertuig van haar schoonvader belemmerd en ook die van zijn buren, maar zij zijn op de hoogte van de situatie, zodat betrokkene feitelijk geen hinder heeft veroorzaakt. Het bevreemt betrokkene dat de verbalisant niet even heeft aangebeld om een waarschuwing te geven.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de boete terecht is opgelegd en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Betrokkene heeft de gedraging erkend en deze kan ook op basis van de door de verbalisant overgelegde foto’s worden vastgesteld. Betrokkene had het voertuig op een reguliere parkeerplaats moeten parkeren, ook al was deze op enige afstand van de woning van haar schoonvader gelegen. De kantonrechter ziet echter in de omstandigheden van dit specifieke geval aanleiding om de boete te matigen tot € 30,00, met handhaving van de administratiekosten. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 30,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: