Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-19
ECLI:NL:RBNHO:2023:10523
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,280 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10594775 \ WM VERZ 23-401
CJIB-nummer : 247247053
Uitspraakdatum : 19 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op 6 juli 2023 is de te stellen zekerheid door de kantonrechter op nihil gesteld. De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 19 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij niet door rood is gereden. Betrokkene wil graag bewijs zien in de vorm van een foto. Daarnaast voert betrokkene op de zitting aan dat hij het een vreemde gang van zaken vindt dat hij in een heel andere straat, zeker 5 minuten later pas werd aangehouden door de verbalisant. Betrokkene vraagt zich af of de verbalisant wel gezien kan hebben of het rood licht was.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld niet te twijfelen aan de gegevens in het dossier en de verklaring van de verbalisant en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Deze verklaring hoeft niet nader ondersteund te worden met bewijs in de vorm van een foto of iets dergelijks. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“(…)Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene door het rode licht heen reed van het drie kleurig verkeerslicht. Ik had direct zicht op betrokkene zijn voertuig. Tussen mij, het betrokken voertuig en het drie kleurig verkeerslicht waren geen obstakels. Ik zag dat het drie kleurige verkeerslicht reeds 2 seconden rood licht uitstraalde. Ik zag dat betrokkene nog na deze 2 seconden door het rode verkeerslicht heen reed. Ik bevond mij op een afstand van ongeveer 50 meter van het drie kleurig verkeerslicht. (…) Verklaring betrokkene: Ik reed niet door rood.”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De verbalisant heeft verklaard dat hij direct zicht had op het verkeerslicht en dat deze ongeveer 2,0 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. Hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geeft de kantonrechter geen aanleiding om aan deze waarneming en verklaring van de verbalisant te twijfelen. Een enkele ontkenning is onvoldoende. Dat de verbalisant betrokkene wat later en in een andere straat heeft aangehouden doet daar niet aan af.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: