Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-27
ECLI:NL:RBNHO:2023:10394
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,837 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10495075 \ CV EXPL 23-2810 (DB)
Uitspraakdatum: 27 september 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de buitenlandse vennootschap
Ethihad Airways PJSC
gevestigd te Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten)
eiseres in het verzet
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigde mr. L.B. van Beveren
tegen
de vennootschap naar het recht van haar vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
gedaagde in het verzet
hierna te noemen AirHelp
gemachtigde mr. D.E. Lof
1Het procesverloop
1.1.
AirHelp heeft bij inleidende dagvaarding van 26 januari 2023 een vordering ingesteld tegen de vervoerder. De vervoerder is niet verschenen, waarna de vervoerder bij verstekvonnis van 8 maart 2023 is veroordeeld.
1.2.
Bij dagvaarding van 1 mei 2023 is de vervoerder in verzet gekomen van dat verstekvonnis. AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Schiphol International Airport (Amsterdam) naar Abu Dhabi International Airport (Abu Dhabi) en aansluitend naar Bengaluru International Airport (Bangalore) op 2 juli 2022. De geplande aankomsttijd te Bangalore was op 3 juli 2022 om 03:20 uur.
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Abu Dhabi met vluchtnummer EY78 is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht naar Bangalore gemist en is omgeboekt naar een vervangende vlucht, waarmee zij met een vertraging van 24 uur op de eindbestemming is gearriveerd.
2.3.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
Geschil
3.1.
AirHelp heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum van de vlucht tot aan de dag van betaling; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de compensatie te voldoen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.
3.3.
De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.
3.4.
De vervoerder vordert in de verzetdagvaarding om het vonnis van 8 maart 2023 te vernietigen, ontheffing van de veroordelingen in eerdergenoemd verstekvonnis en AirHelp niet-ontvankelijk te verklaren in haar oorspronkelijke vordering dan wel de vordering van AirHelp af te wijzen. Daartoe voert de vervoerder - samengevat – aan dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden, zodat de vervoerder niet gehouden is compensatie te betalen.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. Wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Uit het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) volgt dat, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. De passagier is omgeboekt naar een vlucht waarmee zij exact 24 uur later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen.
4.3.
De kantonrechter overweegt dat het aan de vervoerder is om voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de volgende vlucht van de betrokken luchtvaartmaatschappij. Hierin is de vervoerder niet geslaagd. De vervoerder heeft enkel aangevoerd dat hij de passagier heeft omgeboekt naar de eerst beschikbare vlucht met plaats. Volgens de vervoerder is zij de enige luchtvaartmaatschappij die vliegt van Abu Dhabi naar Bangalore. Hiermee is echter niet uitgesloten dat er vluchten met een overstap - uitgevoerd door andere luchtvaartmaatschappijen - beschikbaar waren. De vervoerder heeft ook niet onderbouwd dat het organiseren van een dergelijke alternatieve vlucht voor de vervoerder een onaanvaardbaar offer met zich zou brengen. AirHelp heeft in de conclusie van antwoord in verzet ook alternatieve opties naar voren gebracht. Daarop is de vervoerder niet ingegaan. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is gebleken dat de alternatief aangeboden vlucht een redelijke maatregel vormt.
4.4.
De conclusie is dat het verzet ongegrond is en dat het verstekvonnis zal worden bevestigd. De vervoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het verstekvonnis van 8 maart 2023 in de zaak met zaaksnummer 10345844 \ CV EXPL 23-1064;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor AirHelp worden vastgesteld op een bedrag van € 132,00 aan salaris van de gemachtigde van AirHelp;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter