Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-06-20
ECLI:NL:RBNHO:2023:10392
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,358 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10461546 \ WM VERZ 23-288
CJIB-nummer : 250936435
Uitspraakdatum : 20 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
1Het verloop van de procedure
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene stelt dat de bebording niet duidelijk is geplaatst en stelt dat het bord pas goed te zien is als je de afslag al helemaal hebt genomen en de weg naar de Busbrug al op rijdt. Betrokkene stelt dat bestuurders vervolgens geen mogelijkheid meer hebben om op de weg te draaien omdat dit verboden is, zodat het niet meer mogelijk is om een verkeersovertreding te voorkomen.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat voorop moet worden gesteld dat van weggebruikers oplettendheid op verkeersborden mag worden verwacht. In het kader daarvan is het aan de weggebruiker om diens rijgedrag, waaronder de snelheid, zodanig aan te passen dat verkeersborden niet alleen tijdig worden waargenomen, maar dat ook kennis kan worden genomen van de inhoud daarvan. Dat de betrokkene de borden niet heeft opgemerkt, dan wel vanwege andere omstandigheden de informatie op deze borden niet tot zich heeft kunnen nemen, komt dan ook voor zijn rekening. Voor wat betreft de plaatsing van vooraankondigingsborden merkt de kantonrechter allereerst op dat geen rechtsregel voorschrijft dat een geslotenverklaring met eerder geplaatste borden wordt aangekondigd. Dat de bebording volgens betrokkene onduidelijk is geplaatst is voorts geen omstandigheid die ertoe kan leiden dat het de betrokkene niet kan worden verweten de geslotenverklaring te hebben betreden. Het is aan de betrokkene om te anticiperen op een naderende verkeerssituatie.
2.5.
Dat er in de onderhavige zaak sprake was van een fuik waaruit ontsnappen onmogelijk was, blijkt ook niet. Betrokkene heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Bestuurders die op de rotonde rijden worden tijdig gewaarschuwd voor de geslotenverklaring. Dit betekent dat geen sprake is van een fuik waardoor bestuurders bijna gedwongen worden geslotenverklaring te negeren. Bovendien leert kennisneming van algemeen toegankelijke informatie op Google Streetview dat de rijbaan ter plaatse, vanaf het moment dat het bord geslotenverklaring zichtbaar is, breed genoeg is om te kunnen keren.
2.6.
De kantonrechter ziet in de specifieke omstandigheden die betrokkene ter zitting heeft aangevoerd wel eenmalig aanleiding om de boete te matigen. De boete zal worden gematigd tot € 50,00.
2.7.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 50,00 (met handhaving van de administratiekosten ad € 9,00);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling te veel heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: