Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2022-03-16
ECLI:NL:RBNHO:2022:8226
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,130 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/324327 / HA ZA 22-57
Vonnis in incident van 16 maart 2022
in de zaak van
1 [eiser] ,
2. [eiseres],
beiden wonende te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente 1] ,
eisers in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat mr. J.J. de Boer te Hoorn (NH),
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HERMES VASTGOED B.V.,
gevestigd te Schermerhorn, gemeente Alkmaar,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] , gemeente [gemeente 2] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NIEUW NEDERLAND GROEP B.V.,
gevestigd te Baarn,
gedaagden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. G.J.F. Voss te Zaandam.
Partijen zullen hierna gezamenlijk (in enkelvoud) [eisers] en Hermes Vastgoed c.s. genoemd worden. Hermes Vastgoed c.s. zal afzonderlijk worden aangeduid als Hermes Vastgoed, [gedaagde 2] en NNG.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening met producties 1-27;
de herstelexploten van 11 en 24 januari 2022;
het bericht van 26 januari 2022 met beslagstukken;
de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en in het incident met producties 1-3.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Feiten
2.1.
[eisers] woont op het perceel [adres 1] in [plaats] .
2.2.
[gedaagde 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van Hermes Holding B.V., die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder is van Hermes Vastgoed.
2.3.
Hermes Vastgoed heeft in januari 2020 een beeldkwaliteitsplan laten opstellen tot herontwikkeling van haar bedrijfsterrein aan de [adres 2] in [plaats] . Op dit terrein was het bedrijf [bedrijfsnaam] gevestigd. Het plan voorziet in sloop van de bestaande bedrijfsopstallen en het realiseren van vier woningen: een stolpwoning, een tweetal woningen onder een schuurvormige kap en een kapbergwoning.
2.4.
In verband met de gewenste wijziging van de bestemming heeft [gedaagde 2] in 2020 meermalen (onder meer via WhatsApp) overleg gehad met [eisers] .
2.5.
Op 8 december 2020 heeft Hermes Vastgoed een omgevingsvergunning voor de bouw van de vier woningen aangevraagd. Deze aanvraag is aangehouden in verband met de benodigde herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan (en later buiten behandeling gesteld).
2.6.
Bij WhatsApp bericht van 24 maart 2021 heeft [gedaagde 2] [eisers] laten weten dat het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (hierna: het college) positief heeft besloten op het ontwerpbestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” en dat dit plan van 1 april tot en met 12 mei 2021 ter inzage wordt gelegd.
2.7.
Tijdens de terinzagelegging heeft [eisers] geen zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend.
2.8.
Op 16 april 2021 heeft Hermes Vastgoed haar bedrijfsterrein met bouwplan verkocht aan NNG, een projectontwikkelaar. De koopovereenkomst is op 28 mei 2021 ingeschreven in het Kadaster.
2.9.
Op 1 juni 2021 heeft de gemeente Alkmaar een Nota van Wijzigingen, Bestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” opgesteld. Daarin zijn twee wijzigingen op de verbeelding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan opgesomd: het bouwvlak van de hoofdwoning (de meest noordelijke woning) is 90 graden gedraaid en de verkeersbestemming ten behoeve van de inrit is aangepast.
2.10.
Op 4 juni 2021 heeft NNG een omgevingsvergunning aangevraagd voor een gewijzigd bouwplan op het perceel [adres 2] in [plaats] .
2.11.
Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Alkmaar de Nota van Wijzigingen “ [adres 2] , te [plaats] ” en het gewijzigde bestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” vastgesteld.
2.12.
Tegen dit besluit heeft [eisers] beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRS) en de voorzieningenrechter van de ABRS verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op 19 januari 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [eisers] afgewezen, omdat hij in het aangevoerde geen aanleiding zag voor het oordeel dat het bestemmingsplan in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.
2.13.
Op 6 oktober 2021 heeft het college de omgevingsvergunning voor het gewijzigde bouwplan van NNG verleend. Hiertegen heeft [eisers] bezwaar gemaakt, waarop het college nog niet heeft beslist.
2.14.
[eisers] heeft op 24 december 2021 conservatoir beslag gelegd op het perceel [adres 2] te [plaats] .
Geschil
in de hoofdzaak
3.1.
[eisers] vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair I. Hermes Vastgoed c.s. verbiedt een woning of woningen op het perceel [adres 2] te [plaats] te bouwen die het uitzicht vanuit de woning van [eisers] belemmert of belemmeren die gelegen is/zijn op het achterste gedeelte van het bouwvlak, 10 x 8 meter (8 meter in de noord-zuidelijke richting), op straffe van verbeurte van een dwangsom;subsidiairII. - Hermes Vastgoed c.s. hoofdelijk veroordeelt aan [eisers] de schade van€ 254.408,00 te vergoeden; - een deskundige benoemt om de door [eisers] geleden schade vast te stellen en Hermes Vastgoed c.s. hoofdelijk veroordeelt deze schade aan [eisers] te vergoeden; III. Hermes Vastgoed c.s. veroordeelt tot vergoeding van de kosten tot vaststelling van de schade, vooralsnog begroot op € 1.000,00 exclusief btw;IV. Hermes Vastgoed c.s. veroordeelt tot vergoeding van de beslagkosten van € 1.039,32;V. Hermes Vastgoed c.s. hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten.
in het incident
3.2.
[eisers] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige voorziening treft voor de duur van het geding, in die zin dat zij Hermes Vastgoed c.s. verbiedt een woning of woningen op het perceel [adres 2] te [plaats] te bouwen die het uitzicht vanuit de woning van [eisers] belemmert of belemmeren die gelegen is/zijn op het achterste gedeelte van het bouwvlak, 10 x 8 meter (8 meter in de noord-zuidelijke richting), op straffe van verbeurte van een dwangsom, met hoofdelijke veroordeling van Hermes Vastgoed c.s. in de kosten van het incident, te vermeerderen met de nakosten.
3.3.
Hermes Vastgoed c.s. voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.4. De beoordeling in het incident4.1. [eisers] legt aan zijn gevorderde bouwverbod, kort samengevat, het volgende ten grondslag. Allereerst beroept [eisers] zich op nakoming van een overeenkomst. Hij heeft met Hermes Vastgoed een afspraak gemaakt dat deze aan de [adres 2] te [plaats] geen woning(en) zou bouwen die het uitzicht vanuit zijn woning belemmeren. Hermes Vastgoed is verplicht deze afspraak na te komen, maar laat dit welbewust na. Daarnaast grondt [eisers] zijn vordering op onrechtmatige daad. Volgens [eisers] heeft Hermes Vastgoed c.s. onrechtmatig jegens hem gehandeld door inbreuk te maken op zijn fundamentele (grond)rechten om zienswijzen kenbaar te maken tegen het ontwerpbestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ”. Hermes Vastgoed c.s. heeft belemmerd dat [eisers] van deze rechten gebruik kon maken. Hermes Vastgoed c.s. heeft zich ook schuldig gemaakt aan misleiding en bedrog. Zij heeft opzettelijk onjuiste mededelingen gedaan, opzettelijk feiten verzwegen en zichzelf wederrechtelijk bevoordeeld. Verder heeft Hermes Vastgoed c.s. in strijd gehandeld en/of nagelaten met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
4.2.
De achtergrond van het door [eisers] gevorderde bouwverbod is dat de gewijzigde situering van het bouwvlak (draaiing van de noordelijk gelegen woning) in het definitieve bestemmingsplan, voor welk plan ook de omgevingsvergunning is verleend, tot verslechtering van het uitzicht vanuit zijn woning leidt ten opzichte van de situering van dit bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan.
4.3.
Hermes Vastgoed c.s. voert als primair verweer dat [eisers] bij zijn vordering geen belang heeft in de zin van artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij instandhouding van de voorheen geldende bedrijfsbestemming op het perceel [adres 2] was het risico op verstoring van zijn uitzicht namelijk aanmerkelijk groter dan bij het huidige bouwplan. Subsidiair betwist Hermes Vastgoed c.s. dat met [eisers] is afgesproken om geen woning of woningen te bouwen die het uitzicht vanuit zijn woning belemmeren. Van onrechtmatig handelen is volgens Hermes Vastgoed c.s. evenmin sprake.
Belang
4.4. In artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat tijdens een aanhangig geding iedere partij kan vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, mits de voorlopige voorziening samenhangt met de hoofdvordering. De rechtbank stelt vast dat aan deze vereisten is voldaan nu de gevraagde voorlopige voorziening samenhangt met de hoofdvorderingen en gericht is op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Verder dient te worden beoordeeld of aan het belangvereiste, zoals neergelegd in artikel 3:303 BW, is voldaan. Gelet op de beperkte werkingsduur van de voorlopige voorziening, dient [eisers] een belang bij zijn vordering te hebben in die zin dat de afloop van de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat [eisers] een dergelijk (dringend) belang heeft bij zijn incidentele vordering. Dat op grond van het vorige bestemmingsplan (al) de mogelijkheid bestond om tegenover het perceel van [eisers] ten behoeve van bedrijfsactiviteiten bebouwing te realiseren, betekent nog niet dat van die mogelijkheid daadwerkelijk gebruik zou zijn gemaakt. Feitelijk is die bebouwing op dit moment niet aanwezig. Wel kunnen inmiddels op grond van het in werking getreden bestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” en de op basis daarvan verleende omgevingsvergunning vier woningen ter plaatse worden ontwikkeld. Niet uitgesloten is dat (een deel van) deze bebouwing tot enige verslechtering van het uitzicht van [eisers] leidt. Daarmee is het belang van [eisers] bij zijn incidentele vordering gegeven.
Belangenafweging
4.6.
Verder moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel - het bouwverbod - rechtvaardigt. Daarbij dienen te worden betrokken de resterende duur van de hoofdzaak en de proceskansen daarin.
Nakoming overeenkomst
4.7. Het belang van [eisers] bij een bouwverbod vindt zijn grondslag in zijn stelling dat hij met Hermes Vastgoed is overeengekomen om aan de [adres 2] geen woning(en) te bouwen die het uitzicht vanuit zijn woning belemmeren. Dat een dergelijke overeenkomst is gesloten, acht de rechtbank voorshands echter, in het licht van de betwisting door Hermes Vastgoed c.s., niet aannemelijk. Uit de stukken die tot nu toe in het geding zijn gebracht, waaronder Whatsapp-correspondentie, blijkt dat er besprekingen tussen [eisers] en [gedaagde 2] over het bouwplan en de bestuursrechtelijke procedure zijn geweest, maar daaruit volgt in onvoldoende mate dat een overeenkomst als door [eisers] gesteld tot stand is gekomen zodat van enige (daaruit voortvloeiende) concrete (in rechte afdwingbare) verbintenis(sen) van Hermes Vastgoed geen sprake is.
Onrechtmatige daad
4.8. Verder heeft Hermes Vastgoed c.s. gemotiveerd betwist dat zij onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld. In het licht van die betwisting heeft [eisers] onvoldoende onderbouwd dat het door hem gevraagde bouwverbod gerechtvaardigd is, alle belangen tegen elkaar afwegend.
4.8.1.
De rechtbank betrekt bij haar belangenafweging dat tegen het besluit tot vaststelling van het gewijzigde bestemmingsplan een met voldoende waarborgen omklede administratiefrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan en dat deze rechtsgang door [eisers] ook is gevolgd. [eisers] heeft immers beroep ingesteld bij de ABRS en de voorzieningenrechter van de ABRS verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat er in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank zal in de hoofdzaak bepalen dat de zaak weer op de rol zal komen voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dictum
De rechtbank
in het incident
6.1.
wijst het gevorderde af,
6.2.
veroordeelt [eisers] in de kosten van het incident, aan de zijde van Hermes Vastgoed c.s. tot op heden begroot op € 563,00,
in de hoofdzaak
6.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 maart 2022 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Haverkate en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2022.
type: ST
coll: ACH
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/324327 / HA ZA 22-57
Vonnis in incident van 16 maart 2022
in de zaak van
1 [eiser] ,
2. [eiseres],
beiden wonende te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente 1] ,
eisers in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat mr. J.J. de Boer te Hoorn (NH),
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HERMES VASTGOED B.V.,
gevestigd te Schermerhorn, gemeente Alkmaar,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] , gemeente [gemeente 2] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NIEUW NEDERLAND GROEP B.V.,
gevestigd te Baarn,
gedaagden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. G.J.F. Voss te Zaandam.
Partijen zullen hierna gezamenlijk (in enkelvoud) [eisers] en Hermes Vastgoed c.s. genoemd worden. Hermes Vastgoed c.s. zal afzonderlijk worden aangeduid als Hermes Vastgoed, [gedaagde 2] en NNG.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening met producties 1-27;
de herstelexploten van 11 en 24 januari 2022;
het bericht van 26 januari 2022 met beslagstukken;
de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en in het incident met producties 1-3.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Feiten
2.1.
[eisers] woont op het perceel [adres 1] in [plaats] .
2.2.
[gedaagde 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van Hermes Holding B.V., die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder is van Hermes Vastgoed.
2.3.
Hermes Vastgoed heeft in januari 2020 een beeldkwaliteitsplan laten opstellen tot herontwikkeling van haar bedrijfsterrein aan de [adres 2] in [plaats] . Op dit terrein was het bedrijf [bedrijfsnaam] gevestigd. Het plan voorziet in sloop van de bestaande bedrijfsopstallen en het realiseren van vier woningen: een stolpwoning, een tweetal woningen onder een schuurvormige kap en een kapbergwoning.
2.4.
In verband met de gewenste wijziging van de bestemming heeft [gedaagde 2] in 2020 meermalen (onder meer via WhatsApp) overleg gehad met [eisers] .
2.5.
Op 8 december 2020 heeft Hermes Vastgoed een omgevingsvergunning voor de bouw van de vier woningen aangevraagd. Deze aanvraag is aangehouden in verband met de benodigde herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan (en later buiten behandeling gesteld).
2.6.
Bij WhatsApp bericht van 24 maart 2021 heeft [gedaagde 2] [eisers] laten weten dat het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (hierna: het college) positief heeft besloten op het ontwerpbestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” en dat dit plan van 1 april tot en met 12 mei 2021 ter inzage wordt gelegd.
2.7.
Tijdens de terinzagelegging heeft [eisers] geen zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend.
2.8.
Op 16 april 2021 heeft Hermes Vastgoed haar bedrijfsterrein met bouwplan verkocht aan NNG, een projectontwikkelaar. De koopovereenkomst is op 28 mei 2021 ingeschreven in het Kadaster.
2.9.
Op 1 juni 2021 heeft de gemeente Alkmaar een Nota van Wijzigingen, Bestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” opgesteld. Daarin zijn twee wijzigingen op de verbeelding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan opgesomd: het bouwvlak van de hoofdwoning (de meest noordelijke woning) is 90 graden gedraaid en de verkeersbestemming ten behoeve van de inrit is aangepast.
2.10.
Op 4 juni 2021 heeft NNG een omgevingsvergunning aangevraagd voor een gewijzigd bouwplan op het perceel [adres 2] in [plaats] .
2.11.
Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Alkmaar de Nota van Wijzigingen “ [adres 2] , te [plaats] ” en het gewijzigde bestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” vastgesteld.
2.12.
Tegen dit besluit heeft [eisers] beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRS) en de voorzieningenrechter van de ABRS verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op 19 januari 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [eisers] afgewezen, omdat hij in het aangevoerde geen aanleiding zag voor het oordeel dat het bestemmingsplan in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.
2.13.
Op 6 oktober 2021 heeft het college de omgevingsvergunning voor het gewijzigde bouwplan van NNG verleend. Hiertegen heeft [eisers] bezwaar gemaakt, waarop het college nog niet heeft beslist.
2.14.
[eisers] heeft op 24 december 2021 conservatoir beslag gelegd op het perceel [adres 2] te [plaats] .
Geschil
in de hoofdzaak
3.1.
[eisers] vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair I. Hermes Vastgoed c.s. verbiedt een woning of woningen op het perceel [adres 2] te [plaats] te bouwen die het uitzicht vanuit de woning van [eisers] belemmert of belemmeren die gelegen is/zijn op het achterste gedeelte van het bouwvlak, 10 x 8 meter (8 meter in de noord-zuidelijke richting), op straffe van verbeurte van een dwangsom;subsidiairII. - Hermes Vastgoed c.s. hoofdelijk veroordeelt aan [eisers] de schade van€ 254.408,00 te vergoeden; - een deskundige benoemt om de door [eisers] geleden schade vast te stellen en Hermes Vastgoed c.s. hoofdelijk veroordeelt deze schade aan [eisers] te vergoeden; III. Hermes Vastgoed c.s. veroordeelt tot vergoeding van de kosten tot vaststelling van de schade, vooralsnog begroot op € 1.000,00 exclusief btw;IV. Hermes Vastgoed c.s. veroordeelt tot vergoeding van de beslagkosten van € 1.039,32;V. Hermes Vastgoed c.s. hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten.
in het incident
3.2.
[eisers] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige voorziening treft voor de duur van het geding, in die zin dat zij Hermes Vastgoed c.s. verbiedt een woning of woningen op het perceel [adres 2] te [plaats] te bouwen die het uitzicht vanuit de woning van [eisers] belemmert of belemmeren die gelegen is/zijn op het achterste gedeelte van het bouwvlak, 10 x 8 meter (8 meter in de noord-zuidelijke richting), op straffe van verbeurte van een dwangsom, met hoofdelijke veroordeling van Hermes Vastgoed c.s. in de kosten van het incident, te vermeerderen met de nakosten.
3.3.
Hermes Vastgoed c.s. voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.4. De beoordeling in het incident4.1. [eisers] legt aan zijn gevorderde bouwverbod, kort samengevat, het volgende ten grondslag. Allereerst beroept [eisers] zich op nakoming van een overeenkomst. Hij heeft met Hermes Vastgoed een afspraak gemaakt dat deze aan de [adres 2] te [plaats] geen woning(en) zou bouwen die het uitzicht vanuit zijn woning belemmeren. Hermes Vastgoed is verplicht deze afspraak na te komen, maar laat dit welbewust na. Daarnaast grondt [eisers] zijn vordering op onrechtmatige daad. Volgens [eisers] heeft Hermes Vastgoed c.s. onrechtmatig jegens hem gehandeld door inbreuk te maken op zijn fundamentele (grond)rechten om zienswijzen kenbaar te maken tegen het ontwerpbestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ”. Hermes Vastgoed c.s. heeft belemmerd dat [eisers] van deze rechten gebruik kon maken. Hermes Vastgoed c.s. heeft zich ook schuldig gemaakt aan misleiding en bedrog. Zij heeft opzettelijk onjuiste mededelingen gedaan, opzettelijk feiten verzwegen en zichzelf wederrechtelijk bevoordeeld. Verder heeft Hermes Vastgoed c.s. in strijd gehandeld en/of nagelaten met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
4.2.
De achtergrond van het door [eisers] gevorderde bouwverbod is dat de gewijzigde situering van het bouwvlak (draaiing van de noordelijk gelegen woning) in het definitieve bestemmingsplan, voor welk plan ook de omgevingsvergunning is verleend, tot verslechtering van het uitzicht vanuit zijn woning leidt ten opzichte van de situering van dit bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan.
4.3.
Hermes Vastgoed c.s. voert als primair verweer dat [eisers] bij zijn vordering geen belang heeft in de zin van artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij instandhouding van de voorheen geldende bedrijfsbestemming op het perceel [adres 2] was het risico op verstoring van zijn uitzicht namelijk aanmerkelijk groter dan bij het huidige bouwplan. Subsidiair betwist Hermes Vastgoed c.s. dat met [eisers] is afgesproken om geen woning of woningen te bouwen die het uitzicht vanuit zijn woning belemmeren. Van onrechtmatig handelen is volgens Hermes Vastgoed c.s. evenmin sprake.
Belang
4.4. In artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat tijdens een aanhangig geding iedere partij kan vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, mits de voorlopige voorziening samenhangt met de hoofdvordering. De rechtbank stelt vast dat aan deze vereisten is voldaan nu de gevraagde voorlopige voorziening samenhangt met de hoofdvorderingen en gericht is op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Verder dient te worden beoordeeld of aan het belangvereiste, zoals neergelegd in artikel 3:303 BW, is voldaan. Gelet op de beperkte werkingsduur van de voorlopige voorziening, dient [eisers] een belang bij zijn vordering te hebben in die zin dat de afloop van de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat [eisers] een dergelijk (dringend) belang heeft bij zijn incidentele vordering. Dat op grond van het vorige bestemmingsplan (al) de mogelijkheid bestond om tegenover het perceel van [eisers] ten behoeve van bedrijfsactiviteiten bebouwing te realiseren, betekent nog niet dat van die mogelijkheid daadwerkelijk gebruik zou zijn gemaakt. Feitelijk is die bebouwing op dit moment niet aanwezig. Wel kunnen inmiddels op grond van het in werking getreden bestemmingsplan “ [adres 2] , te [plaats] ” en de op basis daarvan verleende omgevingsvergunning vier woningen ter plaatse worden ontwikkeld. Niet uitgesloten is dat (een deel van) deze bebouwing tot enige verslechtering van het uitzicht van [eisers] leidt. Daarmee is het belang van [eisers] bij zijn incidentele vordering gegeven.
Belangenafweging
4.6.
Verder moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel - het bouwverbod - rechtvaardigt. Daarbij dienen te worden betrokken de resterende duur van de hoofdzaak en de proceskansen daarin.
Nakoming overeenkomst
4.7. Het belang van [eisers] bij een bouwverbod vindt zijn grondslag in zijn stelling dat hij met Hermes Vastgoed is overeengekomen om aan de [adres 2] geen woning(en) te bouwen die het uitzicht vanuit zijn woning belemmeren. Dat een dergelijke overeenkomst is gesloten, acht de rechtbank voorshands echter, in het licht van de betwisting door Hermes Vastgoed c.s., niet aannemelijk. Uit de stukken die tot nu toe in het geding zijn gebracht, waaronder Whatsapp-correspondentie, blijkt dat er besprekingen tussen [eisers] en [gedaagde 2] over het bouwplan en de bestuursrechtelijke procedure zijn geweest, maar daaruit volgt in onvoldoende mate dat een overeenkomst als door [eisers] gesteld tot stand is gekomen zodat van enige (daaruit voortvloeiende) concrete (in rechte afdwingbare) verbintenis(sen) van Hermes Vastgoed geen sprake is.
Onrechtmatige daad
4.8. Verder heeft Hermes Vastgoed c.s. gemotiveerd betwist dat zij onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld. In het licht van die betwisting heeft [eisers] onvoldoende onderbouwd dat het door hem gevraagde bouwverbod gerechtvaardigd is, alle belangen tegen elkaar afwegend.
4.8.1.
De rechtbank betrekt bij haar belangenafweging dat tegen het besluit tot vaststelling van het gewijzigde bestemmingsplan een met voldoende waarborgen omklede administratiefrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan en dat deze rechtsgang door [eisers] ook is gevolgd. [eisers] heeft immers beroep ingesteld bij de ABRS en de voorzieningenrechter van de ABRS verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat er in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank zal in de hoofdzaak bepalen dat de zaak weer op de rol zal komen voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dictum
De rechtbank
in het incident
6.1.
wijst het gevorderde af,
6.2.
veroordeelt [eisers] in de kosten van het incident, aan de zijde van Hermes Vastgoed c.s. tot op heden begroot op € 563,00,
in de hoofdzaak
6.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 maart 2022 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Haverkate en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2022.
type: ST
coll: ACH