Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2022-10-19
ECLI:NL:RBNHO:2022:11880
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,109 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/321872 / HA ZA 21-587
Vonnis van 19 oktober 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ADSTOSPORT B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
eiseres,
advocaat mr. N.M.C. Wisse te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MMEDIA B.V.,
gevestigd te Halfweg, gemeente Haarlemmermeer,
gedaagde,
advocaat mr. S.N. Frequin te Utrecht.
Partijen zullen hierna AdsToSport en Mmedia genoemd worden.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, en zo nee, of het - gelet op het stadium waarin de onderhandelingen zich bevonden - Mmedia nog vrijstond om zonder vergoeding de onderhandelingen af te breken. De rechtbank is van oordeel dat geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen en dat AdsToSport er ook niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen. Ook acht de rechtbank het afbreken van de onderhandelingen door Mmedia niet onrechtmatig. Wel is de rechtbank van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om AdsToSport voor de onderhandelingskosten op te laten draaien, voor zover het externe kosten betreft. Daarom moet Mmedia wel de externe kosten die AdsToSport heeft gemaakt in het kader van de onderhandelingen aan AdsToSport vergoeden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 oktober 2021 met bijlagen 1 t/m 11,
de conclusie van antwoord met bijlagen 1 t/m 14,
het tussenvonnis van 9 maart 2022,
de akte overlegging bijlagen 12 en 13 van de kant van AdsToSport,
de mondelinge behandeling op 24 juni 2022. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. Wisse en mr. Frequin hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.
de akte wijziging eis van de kant van AdsToSport,
de antwoordakte van de kant van Mmedia,
het B16-formulier van de advocaat van AdsToSport waarin zij verzoekt om een nadere akte te nemen,
het B11-formulier van de advocaat van Mmedia waarin zij bezwaar maakt tegen het verzoek van AdsToSport om een nadere akte te nemen,
de e-mail van 31 augustus 2022 van de rechtbank aan de advocaten van partijen waarbij het bezwaar van Mmedia wordt gehonoreerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
AdsToSport is een advertentienetwerk dat Nederlandse sportorganisaties verbindt met adverteerders door onder andere advertentieruimte op de sites van verenigingen en bonden professioneel te exploiteren. Daarnaast ontwikkelt AdsToSport ook doelgerichte (marketing) campagnes.
2.2.
Mmedia is een sales- en publishing house.
2.3.
Vanaf juli 2019 zijn partijen in onderhandeling getreden over de overname van AdsToSport.
2.4.
Na enkele biedingen over en weer heeft Mmedia op 26 november 2019 een (finaal) schriftelijk bod van € 105.000,- aan AdsToSport uitgebracht dat ziet op de koop van alle aandelen in het kapitaal van AdsToSport. Daarbij heeft Mmedia (onder meer) het voorbehoud gemaakt dat de definitieve goedkeuring van de aandeelhouders van Mmedia nodig is.
2.5.
Bij e-mail van 27 december 2019 bevestigt Mmedia dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de transactiestructuur (verkoop aandelen AdsToSport) en de koopprijs (€ 105.000,-). Mmedia maakt voor de afronding van het overnameproces van AdsToSport het voorbehoud van een succesvolle afgeronde due diligence.
2.6.
Op 31 maart 2020 laat Mmedia aan AdsToSport via e-mail weten dat zij van haar aandeelhouders het overnametraject on-hold moet zetten in verband met COVID-19 en dat de afronding van het overnameproces op een later moment zal worden hervat.
2.7.
Bij brief van 18 juni 2020 sommeert Macan Legal namens AdsToSport Mmedia om het overnametraject te hervatten.
2.8.
Bij e-mail van 9 oktober 2020 laat Mmedia aan AdsToSport weten dat zij toestemming heeft van haar aandeelhouders om de gesprekken te hervatten. Begin 2021 worden de gesprekken tussen AdsToSport en Mmedia hervat.
2.9.
Mmedia brengt vervolgens bij e-mail van 23 maart 2021 een gewijzigd bod uit. Het nieuwe bod ziet niet langer op een bedrijfsovername, maar op een contractovername van de overeenkomsten van AdsToSport met de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (hierna: de KNHB) en het Nederlands Handbal Verbond voor een koopprijs van € 70.000,-.
2.10.
In diezelfde e-mail laat Mmedia aan AdsToSport weten dat de KNHB zich aan het oriënteren is op een andere business partner en in dat kader contact heeft gezocht met Mmedia.
2.11.
Bij e-mail van 21 april 2021 doet AdsToSport een tegenbod van € 80.000,-. Mmedia weigert dat tegenbod.
2.12.
Bij brief van 7 mei 2021 breekt DVAN Advocaten namens Mmedia de onderhandelingen met AdsToSport af.
Geschil
3.1.
AdsToSport vordert – samengevat en na eiswijziging – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. Mmedia veroordeelt tot betaling van € 105.000,- aan schadevergoeding ter hoogte van het positief contractsbelang;
subsidiair
II. Mmedia veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van het negatief contractsbelang, nader op te maken bij staat;
primair en subsidiair
III. Mmedia veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de rente.
3.2.
AdsToSport legt aan haar primaire vordering ten grondslag dat zij door de verklaringen en gedragingen van Mmedia er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, althans zou komen. Het afbreken van het overnametraject van AdsToSport door Mmedia is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarom is volgens AdsToSport een schadevergoeding van het positieve contractsbelang (gederfde winst) op zijn plaats. AdsToSport vordert subsidiair om Mmedia te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van het negatieve contractsbelang (onderhandelingskosten en de waarde van het opgezegde contract met de KNHB), wegens het onrechtmatig afbreken van de onderhandelingen door Mmedia. Volgens AdsToSport heeft Mmedia in strijd met de redelijkheid en billijkheid gehandeld door de vergevorderde en langdurige onderhandelingen zonder enige kostenvergoeding eenzijdig af te breken.
3.3.
Mmedia betwist de vorderingen van AdsToSport en concludeert tot afwijzing daarvan.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Geschil
Overeenkomst tot stand gekomen?
4.2.
AdsToSport stelt zich op het standpunt dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een overeenkomst tot stand was gekomen. Partijen hadden immers overeenstemming bereikt over de koopsom ter waarde van € 105.000,-, de overnamedatum en de oplevering van de onderneming. Dat zijn de essentialia van de overeenkomst. De enige formaliteit die nog gold, was een succesvolle afgeronde due diligence. Ook daar was aan voldaan, aldus AdsToSport.
4.3.
Mmedia betwist dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, ook op hoofdpunten. Ten eerste omdat er nooit overeenstemming is bereikt over de essentialia van de overeenkomst. Ten tweede omdat er duidelijke voorwaarden zijn gesteld aan de totstandkoming van de overeenkomst, namelijk de goedkeuring van haar aandeelhouders en een succesvol due diligence. Deze voorwaarden zijn volgens Mmedia niet vervuld.
4.4.
De rechtbank is het met Mmedia eens dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. Uit verschillende e-mailwisselingen tussen partijen blijkt namelijk dat Mmedia, in tegenstelling tot wat AdsToSport beweert, vanaf het begin van het onderhandelingstraject twee duidelijke voorwaarden aan de totstandkoming van de overeenkomst heeft gesteld. Het gaat om 1) de goedkeuring van de aandeelhouders en 2) een succesvolle afgeronde due diligence (ingekleurd door onder andere het bewijs van het bestaan van de inhoud van het contract met de KNHB uit het jaar 2018). Het standpunt van AdsToSport dat er slechts sprake was van één formaliteit, de afgeronde due diligence, is dan ook onjuist.
4.5.
Belangrijker nog is het verloop van de onderhandelingen.
Partijen zijn in juli 2019 in onderhandeling getreden over de overname van AdsToSport. Het overnameproces wordt vervolgens in maart 2020 afgebroken in verband met COVID-19. In oktober 2020 wordt het onderhandelingsproces hervat, waarbij de transactiestructuur wijzigt van een aandelenoverdracht naar een contractsovername tegen betaling van een koopprijs. In verband met die wijziging ontstaat er discussie over de hoogte van de koopprijs van de contracten. Mmedia brengt bij e-mail van 23 maart 2021 een (gewijzigd) bod uit van € 70.000,-, waarop AdsToSport bij e-mail van 21 april 2021 een tegenbod doet van € 80.000,-. Vervolgens breekt Mmedia de onderhandelingen op 7 mei 2021 definitief af. Onder die omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat er overeenstemming bestond over de essentialia van de overeenkomst. Sterker nog, AdsToSport is eind april 2021 juist opnieuw gaan onderhandelen met Mmedia door een tegenbod uit te brengen. AdsToSport had tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen moeten beseffen dat het bereiken van een overeenkomst met Mmedia geen “done deal” was. Bovendien stond het AdsToSport vrij om het bod van Mmedia van € 70.000,- te accepteren, dan was er wel een “deal” geweest. Dat heeft zij niet heeft gedaan. Dat is haar goed recht, maar dat betekent dat zij zich niet achteraf op het standpunt kan stellen dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
4.6.
De conclusie is dat geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. De rechtbank zal daarom het primair gevorderde afwijzen.
Eiswijziging
4.7.
AdsToSport heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard haar eis te willen wijzigen. De rechtbank heeft daarop gereageerd en gesteld dat dat alleen schriftelijk kon, op het moment dat nog geen vonnis was gevraagd. Door de rechtbank is aan de advocaat van Mmedia voorgehouden of Mmedia bezwaar had tegen de voorgenomen eiswijziging van AdsToSport. Dat had zij niet, mits aan Mmedia de gelegenheid zou worden geboden om bij antwoordakte op de voorgenomen eiswijzing te reageren. De rechtbank heeft op die voorwaarde de procedure voortgezet en naar de rol verwezen voor akte wijziging eis. AdsToSport heeft haar eis gewijzigd. Mmedia heeft hier vervolgens bij antwoordakte op gereageerd. In die akte heeft Mmedia alsnog bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging. Tegen de achtergrond van het voorgaande staat de rechtbank de eiswijziging van AdsToSport uiteraard wel toe. De rechtbank zal deze hierna bespreken.
Onrechtmatig afgebroken onderhandelingen?
4.8.
Vervolgens komt de vraag aan de orde of Mmedia de onderhandelingen met AdsToSport onrechtmatig danwel in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft afgebroken, zoals door AdsToSport aan haar subsidiaire vordering ten grondslag wordt gelegd.
4.9.
Als strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van een overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij.
4.10.
Volgens AdsToSport had Mmedia de onderhandelingen niet mogen afbreken op grond van de volgende feiten en omstandigheden:(i) het wijzigen van de transactiestructuur;
(ii) het wijzigen van de overnameprijs;(iii) het stilleggen van de onderhandelingen vanwege COVID-19;(iv) het uiteindelijk zelf afsluiten van de overeenkomst met de KNHB.
4.11.
Mmedia stelt dat er bij AdsToSport geen gerechtvaardigd vertrouwen kon zijn in de totstandkoming van een overeenkomst, gelet op de gestelde voorwaarden (goedkeuring aandeelhouders en afgeronde due diligence). Bovendien was er een goede reden voor het afbreken van de onderhandelingen; de kern van de transactie, de (getekende) overeenkomst tussen de KNHB en AdsToSport uit het jaar 2018 ontbrak. Dit was volgens Mmedia van cruciaal belang, omdat de mogelijke transactie tussen Mmedia en AdsToSport zag op en afhing van het verkrijgen van de voortzetting van de overeenkomst met de KNHB uit 2018.
4.12.
Toetsend aan de in 4.9. vermelde maatstaf kan in deze zaak niet worden gesproken van een gerechtvaardigd vertrouwen van AdsToSport in het tot stand komen van de door haar beoogde overeenkomst. Dit volgt onder andere uit de hiervoor (rechtsoverweging 4.5.) geschetste gang van zaken, met name de laatste onderhandelingen over de prijs. Daarnaast hing de transactie tussen partijen kennelijk (mede) af van het verkrijgen van de voortzetting van de overeenkomst met de KNHB uit 2018. Omdat AdsToSport geen getekende versie van die overeenkomst had, kon Mmedia het bestaan en de inhoud van die overeenkomst niet vaststellen. Dit maakt dat Mmedia de onderhandelingen over de overname op 7 mei 2021 mocht afbreken en dat zij dus niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover AdsToSport.
Heeft AdsToSport recht op een schadevergoeding?
4.13.
Het stond Mmedia dus vrij de onderhandelingen met AdsToSport af te breken. De vraag is vervolgens of Mmedia desondanks de kosten, die AdsToSport in de onderhandelingsfase heeft gemaakt, dient te vergoeden.
4.14.
Uitgangspunt daarbij moet zijn dat de kosten die partijen in de precontractuele fase maken in beginsel voor eigen rekening komen.
Dictum
De rechtbank
5.1.
veroordeelt Mmedia tot betaling van € 5.250,- aan schadevergoeding,
5.2.
veroordeelt AdsToSport in de proceskosten, aan de kant van Mmedia tot op heden begroot op € 8.625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over dit bedrag met ingang vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2022.
Hoge Raad 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337, CBB/JPO.
type:
coll: