Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2017-11-22
ECLI:NL:RBNHO:2017:9909
vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling privaatrecht Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/253308 / HA ZA 17-5 Vonnis van 22 november 2017 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats], eiseres, advocaat mr. E.W. Bosch te Honselersdijk, tegen de stichting ONDERWIJSSTICHTING ZELFSTANDIGE GYMNASIA , gevestigd te Haarlem, gedaagde, advocaat mr. G.J. Heussen te Baarn. Partijen zullen hierna [eiseres] en de Stichting genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 1 maart 2017 het proces-verbaal van comparitie van 6 oktober 2017. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiseres] is vanaf het schooljaar 2010/2011 tot medio 2015 leerling geweest van het Gymnasium Felisenum. Het Felisenum maakt onderdeel uit van de Stichting. 2.2. [eiseres] heeft in verband met gezondheidsklachten vanaf 2012 maar beperkt lessen kunnen volgen. Bij e-mailbericht van 27 september 2012 hebben de ouders van [eiseres] aan de zorg coördinator en mentor van [eiseres] (onder meer) het navolgende bericht: “(…) Het schooljaar is nu bijna vier weken oud, het is ruim twee weken geleden dat we het buitengewoon prettige kennismakingsgesprek met u hadden. In dat gesprek hebben we u bijgepraat over de situatie van [eiseres] in de achterliggende 10 maanden. Ons bericht kon zijn dat [eiseres] goed door de zomer was heen gekomen en dat haar meest belemmerende klacht, de voortdurende hoofdpijn vooral achter in haar hoofd, grotendeels weg was. De reden dat [eiseres] meteen in de eerste schoolweek toch al weer had verzuimd was een griep. (…) Helaas moeten we nu met [eiseres] constateren dat het toch nog niet goed met haar gaat, en dat haar verzuim weer aanzienlijk oploopt. Nog steeds zit de hoofdpijn, die haar met name in de ochtend belet om ook maar welke actie te ondernemen, niet aan de ‘foute’ achterkant. Maar het lijkt wel of haar lichaam (nog) niet in staat is om, net als gezonde kinderen, in een paar dagen te herstellen van een griep. (…) Wanneer wij vanuit onze waarneming, en op basis van bovenstaande opsomming een ‘plan’ zouden moeten maken, dan zou dat er op hoofdlijnen als volgt uitzien: Erkennen dat [eiseres] extra tijd nodig heeft om haar lijf te laten herstellen. Reeds nu accepteren dat [eiseres] voor het 3e schooljaar 2 jaar nodig zal hebben. Een aanpak uitstippelen die erop is gericht om [eiseres] grofweg de helft van de vakken in dit schooljaar te laten doen, en de andere helft in het volgende schooljaar. Tot aan de herfstvakantie de situatie aankijken (dus nog even proberen om helemaal bij te blijven, ondanks verzuim), daarna een beslissing nemen. (…) ” 2.3. Vervolgens is in overleg met de ouders besloten dat [eiseres] in het schooljaar 2012/2013 (het derde leerjaar) maar slechts 3 vakken zou volgen en de rest van de vakken in het schooljaar 2013/2014. [eiseres] is in het daarop volgend schooljaar (2014/2015) in de 4e klas begonnen. Vanaf november 2014 heeft [eiseres] geen lessen meer gevolgd. 2.4. Op 28 februari 2015 hebben de ouders van [eiseres] bij de klachtencommissie van de Stichting een klacht ingediend betreffende het Felisenum. In de klachtbrief zijn de klachten als volgt omschreven: Het Felisenum heeft onvoldoende invulling gegeven aan de begeleiding en zorgplicht ten aanzien van onze dochter. Bij herhaling en door verschillende personen is niet zorgvuldig, niet integer of niet professioneel opgetreden. Het Felisenum heeft bij herhaling – ondanks gesprekken, correspondentie en signalen ook van niet direct betrokkenen – nagelaten om op te treden dan wel op zijn minst ervan blijk gegeven onze signalen voldoende serieus te nemen. 2.5. Naar aanleiding van bovengenoemde klacht heeft op 18 maart 2015 een hoorzitting plaatsgevonden en heeft de klachtencommissie uitspraak gedaan. In de uitspraak staat (onder meer) vermeld dat: “ de school zich heeft ingezet om [eiseres] te begeleiden met name in de persoon van mevrouw [A.]. Toch heeft de school op het gebied van communicatie [eiseres] vordert samengevat – voor recht te verklaren dat Felisenum; [eiseres] onvoldoende heeft begeleid toen zij ziek werd en daarmee haar zorgplicht jegens [eiseres] heeft verzaakt; Op onzorgvuldige wijze heeft gecommuniceerd met [eiseres] en haar ouders; Tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om [eiseres] haar leerlingdossier bij te houden; Toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de door haar met [eiseres] gesloten onderwijsovereenkomst; en voorts veroordeling van de Stichting tot betaling van een schadevergoeding van € 32.600,-, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. De Stichting voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. [eiseres] legt aan haar vorderingen het verwijt ten grondslag dat het Felisenum haar zorgplicht heeft geschonden door geen plan van aanpak op te stellen en slechts reactief, in plaats van proactief, te handelen. Voorts heeft het Felisenum onvoldoende gecommuniceerd en geen leerlingdossier bijgehouden. Aldus is het Felisenum tekort geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen, althans heeft zij jegens [eiseres] onrechtmatig gehandeld. Wanneer het Felisenum haar zorgplicht zou zijn nagekomen, zou [eiseres] nu voor het gymnasium geslaagd zijn en naar de universiteit zijn gegaan. Door toedoen van het Felisenum heeft zij twee extra jaren (naast een jaar vertraging als gevolg van haar ziekte) studievertraging opgelopen. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de Stichting aansprakelijk, aldus nog steeds [eiseres]. 4.2. De Stichting voert verweer en betwist dat tussen het Felisenum en [eiseres] een overeenkomst heeft bestaan. Voorts betwist de Stichting dat het Felisenum haar zorgplicht heeft geschonden, laat staan dat sprake is van enige aan de school toerekenbare schade. 4.3. De rechtbank stelt voorop dat het handelen van het Felisenum, ongeacht de vraag of sprake is geweest van een overeenkomst, zal moeten worden beoordeeld naar de norm van hetgeen van een redelijk handelend en redelijk bekwaam onderwijsinstituut mag worden verwacht. Daarbij gaat het in dit geval om de vraag of het Felisenum voldoende heeft gedaan om [eiseres] gedurende haar ziekte te begeleiden en in dat kader voldoende adequaat onderwijs heeft aangeboden. De verplichting van een school om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs betreft een inspanningsverplichting en niet een resultaatsverplichting. 4.4. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] vanaf 2012 in verband met hoofdpijnklachten vele schooluren heeft verzuimd. Door de Landelijke Klachten Commissie is vastgesteld dat [eiseres] in verband met haar verslechterde gezondheidstoestand vanaf november 2014 in het geheel niet meer naar school is gegaan. Wat [eiseres] precies mankeerde (en nog steeds mankeert) is nimmer duidelijk geworden. Niet betwist is dat een medische verklaring steeds heeft ontbroken. 4.5. De rechtbank is met de Stichting van oordeel dat het Felisenum zich binnen het hiervoor geschetste kader voldoende inspanningen heeft getroost om [eiseres] adequaat onderwijs te bieden. [eiseres] mocht zelf bepalen welke lesuren zij wel en niet aanwezig was en in overleg met de ouders is besloten dat [eiseres] de derde klas in twee jaren zou doorlopen, waarbij zij per jaar slechts een beperkt aantal vakken hoefde te volgen. De Stichting heeft er voorts op gewezen dat in de overleggen van het Zorg Advies Team de (onduidelijke) medische toestand van [eiseres] en haar mogelijkheden daarbinnen steeds is besproken en [eiseres] in het overleg van de leerjaarcoördinatoren met de schoolleiding wekelijks ter sprake kwam. Voorts hebben de docenten als [eiseres] op school kwam steeds voor haar klaar gestaan en hebben zij haar bij gelegenheid (in ieder geval tot het schooljaar 2014/2015) ook buiten de lesuren bijgepraat. Alhoewel het Felisenum kan worden verweten dat een schriftelijke vastlegging, een leerling dossier en een pl