Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2017-11-10
ECLI:NL:RBNHO:2017:9291
Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 16/1382 uitspraak van de meervoudige kamer van 10 november 2017 in de zaak tussen [X] BV, gevestigd te [Z] , eiseres (gemachtigde: S.W.A. Leenhouwers), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder en de Staat der Nederlanden, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister. Procesverloop Eiseres heeft op haar aangifte omzetbelasting voor het derde kwartaal van 2014 (het aangiftetijdvak) een bedrag van € 4.713 teruggevraagd. Op 10 oktober 2014 heeft verweerder overeenkomstig de aangifte een teruggaafbeschikking gegeven (de teruggaafbeschikking). Eiseres heeft op 28 oktober 2014 door middel van het indienen van een suppletieaangifte omzetbelasting bezwaar gemaakt tegen de teruggaafbeschikking. Verweerder heeft bij uitspraak van 5 februari 2016 het bezwaar afgewezen. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2017 te Haarlem. Namens eiseres is de gemachtigde verschenen, bijgestaan door mr. [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.W. Visser en mr. H.R. Groen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en eiseres de gelegenheid gegeven nader bewijs over te leggen. Eiseres heeft daartoe op 18 april 2017 aanvullende stukken aan de rechtbank gezonden die in afschrift zijn verzonden aan verweerder. Verweerder heeft daarop bij brief van 16 mei 2017 gereageerd. Hierop is door eiseres gereageerd bij brief van 12 juni 2017. Partijen hebben schriftelijk toestemming gegeven een nadere zitting achterwege te laten en de rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten. Overwegingen Feiten Eiseres is opgericht op 31 maart 1982. Zij is volgens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel een financiële holding. De heer [B] (de DGA) is enig aandeelhouder en bestuurder van eiseres. Eiseres heeft op 17 december 2013 een koopcontract (het koopcontract) met [A BEDRIJF] B.V. (A BV) en [B BEDRIJF] B.V. (B BV) ondertekend. Eiseres is in het koopcontract aangeduid als koper, A BV en B BV zijn aangeduid als respectievelijk comparant 1 sub a en comparant 1 sub b en gezamenlijk als verkoper. B BV is op 23 november 2011 failliet verklaard. 3. In het koopcontract staat – voor zover van belang – het volgende: “Verkoper verkoopt aan Koper, die van Verkoper koopt: 1. het kantoor met bedrijfsruimte, bijbehorende grond en verder alle aan- en toebehoren ([Y-terrein]) staande en gelegen te (…), [Xweg 3], kadastraal bekend (…) sectie C nummer [A NUMMER] , groot zeventien are; 2. het perceel bouwgrond aan [Xweg 3], kadastraal bekend (…) sectie C nummer [B NUMMER] , groot twee hectare vier are en vijfenzestig centiare, tezamen hierna te noemen: Verkochte ; De koopprijs bedraagt voor het Verkochte: TWEEHONDERDVIJFENDERTIGDUIZEND EURO (€ 235.000,00) exclusief omzetbelasting DEFINITIES In dit koopcontract wordt verstaan onder: (…) 3. Leveringsakte : de voor de levering vereiste akte, te verlijden ten overstaan van de hierna onder 5. te noemen notaris; 4. Leveringsdatum :de datum als bedoeld in artikel 9; 5. (…) (…) Kosten en belastingen Artikel 1 1. a. De notariële kosten ter zake van de Koop en de kosten wegens de levering en overdracht van het Verkochte, alsmede de over die kosten verschuldigde omzetbelasting, zijn voor rekening van Koper. b. De in lid a. bedoelde kosten worden vermeerderd met de in verband met de Koop gemaakte verschotten, zoals de onderzoeks- en inschrijvingskosten van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, alsmede de onderzoekskosten van de overige (openbare) registers en het Verificatie Informatie Systeem (VIS) en de over die kosten verschuldigde omzetbelasting. (…) 4. Partijen zijn het eens dat de grond, kadastraal bekend gemeente (…) sectie C nummer [B N Met betrekking tot het perceel kadastraal bekend gemeente (…) sectie C nummer [B NUMMER] is een Publiekrechtelijke beperking bekend: Plicht tot het treffen van voorzieningen, Woningwet, ontleend aan 532 en 532, datum in werking eenentwintig juni tweeduizend dertien. KOOPPRIJS De koopprijs van het verkochte is TWEEHONDERDVIJFENDERTIGDUIZEND EURO (€ 235.000) . In verband met de verschuldigde omzetbelasting en overdrachtsbelasting is er aan het verkochte sub 1 een waarde toegekend van achttienduizend euro (€ 18.000,00) en aan het verkochte sub 2 tweehonderdzeventienduizend euro (€217.000,00). OMZETBELASTING/OVERDRACHTSBELASTING Wegens de levering van het verkochte sub 1 is overdrachtsbelasting verschuldigd. De overdrachtsbelasting komt voor rekening van koper. De overdrachtsbelasting is verschuldigd over de koopprijs, aangezien deze ten minste gelijk is aan de waarde van het verkochte. Partijen zijn het eens dat het verkochte sub 2 in bouwrijpe staat is opgeleverd, aangezien de opstallen op het verkochte zijn gesloopt en er bewerkingen aan de grond hebben plaatsgevonden en een bouwvergunning is verleend met het oog op voorgenomen bebouwing. In verband met deze bewerking is verkoper voor de levering van het verkochte sub 2 omzetbelasting verschuldigd en gerechtvaardigd deze in rekening te brengen bij de koper. De koopprijs wordt met deze omzetbelasting verhoogd. Voorts verklaarden partijen dat het bij deze verkochte sub 2 door verkoper als ondernemer bouwrijp is gemaakt en derhalve is belast met omzetbelasting als vorengemeld en doen terzake dezer partijen een beroep op de vrijstelling als vervat in artikel 15 lid 1 sub a van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, zodat de overdracht van het verkochte sub 2 is vrijgesteld van de heffing van overdrachtsbelasting, aangezien verkoper het verkochte niet als bedrijfsmiddel heeft gebruikt. Een en ander voor risico van koper. (…) VOORGAANDE VERKRIJGING Het verkochte sub 1 werd door [B BV] in eigendom verkregen door de inschrijving ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te Breda, register 4, op acht september tweeduizend drie (…). Het verkochte sub 2 werd door [A BV] in eigendom verkregen door de inschrijving ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te Breda, register 4, op acht september tweeduizend drie (…). BEPALINGEN KOOPOVEREENKOMST (…) Artikel 5 Aanspraken Voorzover de levering daarvan niet reeds heeft plaatsgehad, levert verkoper bij deze aan koper, die aanvaardt, alle in de koopovereenkomst bedoelde aanspraken die verkoper nu of te eniger tijd kan doen gelden ten aanzien van derden, waaronder begrepen architecten, constructeurs, bouwers, aannemers, (…).” 5. A BV heeft met datum 1 september 2014 een factuur uitgereikt aan eiseres voor de levering van het perceel bouwgrond aan de Xweg 3 zoals vermeld in de notariële akte (de grond). Op die factuur wordt een bedrag van € 45.570 aan omzetbelasting in rekening gebracht. Op de factuur staat tevens vermeld: “De overdracht heeft 28 februari 2014 plaatsgevonden.” Eiseres heeft in het bezwaar tegen de teruggaafbeschikking verzocht om aanvullende teruggaaf van de omzetbelasting op deze factuur. 6. Tot de stukken van het dossier behoort onder meer een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 21 oktober 2014, waarin staat dat A BV zich bezighield met projectontwikkeling. In het uittreksel staan als activiteiten vermeld: “Het ontwikkelen, realiseren en (bemiddelen bij) het verkopen, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van een of meer onroerend goed projecten”. 7. Op 17 december 2015 heeft in het kader van het bezwaarschrift een hoorgesprek plaatsgevonden. In de brief van verweerder van 21 januari 2016 (voornemen uitspraak op bezwaar) is over dat gesprek onder meer het volgende vermeld: “De [DGA] heeft verklaard dat het oorspronkelijke plan van de verkoper om een bedrijfsverzamelgebouw stichten in de ijskast was gezet en het van de markt af Onder die omstandigheden mocht eiseres er vanuit gaan dat ook onderhavige levering plaatsvond door een ondernemer en behoefde zij daarnaar dus geen nader onderzoek te doen. Dat A BV inmiddels haar activiteiten heeft gestaakt en kennelijk al uit de administratie van verweerder was uitgeschreven ten tijde van de levering, maakt niet dat zij onderhavige levering niet als ondernemer heeft verricht. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat A BV onderhavige grond indertijd niet heeft aangekocht in haar hoedanigheid van ondernemer, zodat onderhavige verkoop kan worden aangemerkt als een laatste nagekomen ondernemingsactiviteit. Niet in geschil is dat A BV heeft verzocht om heractivering van haar registratie bij de belastingdienst. Dat verzoek is ingewilligd waarbij in plaats van het oorspronkelijke B01-nummer een B02-nummer is toegekend. Verweerder heeft desgevraagd niet kunnen verklaren waarom dit is gebeurd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding dit aan eiseres tegen te werpen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de factuur is uitgereikt door de ondernemer die de grond aan eiseres heeft geleverd. De stelling van verweerder dat sprake is van een onjuiste factuur die aan aftrek van de voorbelasting in de weg staat, faalt. Het gelijk is in zoverre aan de zijde van eiseres. Bouwterrein 14. Verweerder stelt verder dat op de factuur ten onrechte omzetbelasting is vermeld, omdat geen sprake is van de levering van een bouwterrein. Hij heeft in dit verband gesteld dat de bouwvergunning uit 2003 geen betrekking heeft op plannen van eiseres om de grond te bebouwen zodat artikel 11, vierde lid, letter d, van de Wet OB niet van toepassing is. Ook daarom bestaat volgens verweerder geen recht op aftrek van de voorbelasting. 15. Ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de Wet OB, zijn onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden van de belasting vrijgesteld: de levering van onroerende zaken en van rechten waaraan deze zijn onderworpen, met uitzondering van de levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het erbij behorend terrein vóór, op of uiterlijk twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming, alsmede de levering van een bouwterrein. 16. In de wettekst voor het jaar 2014 is in artikel 11, vierde lid, van de Wet OB het begrip bouwterrein omschreven als onbebouwde grond: a. waaraan bewerkingen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden; b. ten aanzien waarvan voorzieningen worden of zijn getroffen die uitsluitend dienstbaar zijn aan de grond; c. in de omgeving waarvan voorzieningen worden of zijn getroffen; of d. ter zake waarvan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; met het oog op de bebouwing van de grond. 17. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) van 17 januari 2013 in de zaak Woningstichting Maasdriel (C-543/11, ECLI:EU:C:2013:20, BNB 2013/85) volgt dat de hiervoor geciteerde tekst van artikel 11, vierde lid, van de Wet OB te beperkt is. De Hoge Raad heeft in aansluiting op dat arrest van het HvJ in het arrest van 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2222, onder meer overwogen (zie r.o. 2.3): “Blijkens de hiervoor in onderdeel 1 weergegeven verklaring voor recht kan naar het oordeel van het Hof van Justitie een terrein worden aangemerkt als een bouwterrein in de zin van artikel 12, lid 1, letter b, en lid 3, van BTW-richtlijn 2006, wanneer uit een beoordeling van alle omstandigheden - met inbegrip van de intentie van partijen, mits deze wordt ondersteund door objectieve gegevens - blijkt dat op de datum van de levering het betrokken terrein daadwerkelijk was bestemd te worden bebouwd.” 18. Uit de hiervoor aangehaalde jurisprudentie volgt, anders dan verweerder kennelijk stelt, dat ook als niet wordt voldaan aan de letters a, b, c of d van artikel 11, vierde lid, van de Wet OB sprake kan zijn van een bouwterrein. Aangezien eiser