Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2017-10-30
ECLI:NL:RBNHO:2017:9061
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 17/4233 en HAA 17/4234 uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 oktober 2017 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. B. Wernik), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder (gemachtigde: mr. O. Kocak) Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: mr. drs. [naam 1] en [naam 2] , te [woonplaats] , (gemachtigde: mr. H.C. Vroege). Procesverloop Bij besluit van 23 mei 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster gelast om voor 1 juli 2017 de geconstateerde overtreding te beëindigen en beëindigd te houden onder oplegging van een dwangsom van € 2.000,- voor de eerste geconstateerde overtreding, € 4.000,- voor de tweede geconstateerde overtreding en € 6.000,- voor de derde geconstateerde overtreding met een maximum van € 12.000,-. Bij besluit van 30 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verweerder heeft de begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2017. Verzoekster is verschenen, vergezeld van haar partner [naam 3] en bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van ing. [naam 4] . Namens derde-partij is [naam 1] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft ter zitting de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen met elkaar in gesprek te gaan. Bij brief van 16 oktober 2017 heeft mr. Vroege de rechtbank meegedeeld dat het niet gelukt is om tot een oplossing te komen. De voorzieningenrechter heeft vervolgens een onderzoek ter plaatse ingesteld. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2017. Verzoekster, [naam 3] en mr. Wernik waren hierbij aanwezig. Namens verweerder waren mr. O. Kocak en ir. R. Veen aanwezig. Verder waren [naam 1] , [naam 2] en mr. Vroege aanwezig. Op verzoek van partijen heeft de voorzieningenrechter het onderzoek wederom aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen met elkaar in gesprek te gaan. Bij brief van 25 oktober 2017 heeft mr. Vroege aangegeven dat zijn cliënten geen mogelijkheden zien om tot een oplossing te komen. De voorzieningenrechter heeft, met toestemming van partijen, het onderzoek gesloten zonder het houden van een nadere zitting. Overwegingen 1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep. 2. Verweerder heeft bij besluit van 14 maart 2016 omgevingsvergunning aan verzoekster verleend voor het wijzigen van de voorgevel en het realiseren van een zelfstandige woonruimte op de begane grond op het perceel [het perceel] (hierna: het perceel). 3. Verzoekster heeft teneinde te voorkomen dat een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht ontstaat in de woning, in de zijgevel vier instroomopeningen/uitmondingen van de luchtverversingsinstallatie gemaakt. Het betreffen instroomopeningen/uitmondingen voor de keuken, toilet, badkamer en CV-installatie, hierna de kanalen. Derde-partij woont aan [adres] ; zijn tuin grenst aan de achterzijde aan het perceel van verzoekster. Tot het perceel van derde-partij behoort ook de brandgang die naast de zijgevel van het pand van verzoekster loopt en uitkomt op de [straat perceel] onderbroken door een van twee kanten toegankelijke schuur van derde-partij.