Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2016-06-24
ECLI:NL:RBNHO:2016:4972
Bestuursrecht
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 15/4054 uitspraak van de meervoudige kamer van 24 juni 2016 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers (gemachtigde: ir. S. Boonstra), en het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, verweerder (gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels). Bij besluit van 6 maart 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eisers meegedeeld dat over het beheerjaar 2014 een bedrag van € 4.324,28 aan subsidie voor collectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer in het kader van de Uitvoeringsregeling Natuur- en Landschapsbeheer Noord-Holland (hierna: SNL) wordt uitbetaald. Bij besluit van 29 juli 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2016. [eiser 1] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld van de heer [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.J.M. Daniels, werkzaam bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzitter, en mr. S. Slijkhuis en mr.drs. B. Veenman, leden, in aanwezigheid van mr. M. Dittmer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2016. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 1.1. Eisers exploiteren een melkvee- en schapenbedrijf te [plaatsnaam] . Op 23 december 2009 hebben zij een aanvraag ingediend om subsidie voor collectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer in het kader van de SNL. Deze subsidie is bedoeld voor agrarisch ondernemers die landbouwgrond willen gebruiken voor agrarisch natuurbeheer. Bij besluit van 2 maart 2010 heeft verweerder deze aanvraag goedgekeurd. 1.2. Op 28 april 2014 hebben eisers een betaalverzoek in het kader van de SNL ingediend voor het beheerjaar 2014 voor 23 beheereenheden. 1.3. Op 25 juni 2014 hebben eisers een aanvraag in het kader van de Uitvoeringsregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (hierna: SKNL) voor de onderdelen investeringssubsidie en subsidie functieverandering ingediend. In de (ongedateerde) ontvangstbevestiging van deze aanvraag heeft verweerder aan eisers meegedeeld dat voor een aantal beheereenheden reeds een aanvraag in het kader van de SNL is gedaan. Voor één en hetzelfde perceel kan niet gelijktijdig een SNL-subsidie en een SKNL-subsidie worden verstrekt, omdat de uitgangspunten van beide regelingen haaks op elkaar staan. De SNL-subsidie ziet kort gezegd op het in stand houden van landbouwgrond terwijl de SKNL-subsidie ziet op het niet meer mogen gebruiken als landbouwgrond vanwege de omvorming naar natuur. Verweerder heeft aangegeven dat indien eisers hun SKNL-aanvraag willen doorzetten zij hun betaalverzoek in het kader van de SNL moeten intrekken. 1.4. Bij brief van 22 juli 2014 hebben eisers verweerder meegedeeld dat zij hun SNL-aanvraag gedeeltelijk intrekken, te weten voor het jaar dat de SKNL in werking treedt en dat zij alleen over gaan tot intrekking als deze aanvraag niet leidt tot het terugbetalen van de reeds ontvangen subsidie over de jaren 2010-2013. Verweerder heeft deze reactie van eisers aangemerkt als een intrekking van het betaalverzoek van 28 april 2014 voor zover dit het jaar 2014 betreft. Op basis van deze intrekking heeft verweerder eisers per 1 december 2014 een subsidie van € 1.284.197,50 toegekend in het kader van de SKNL. Op 18 december 2014 hebben eisers de kwalitatieve verplichting ondertekend. Dat is een voorwaarde, neergelegd in artikel 19 van de SKNL, voor het verkrijgen van deze subsidie. Bij het primaire besluit, gehandhaafd in het bestreden besluit, heeft verweerder vervolgens over het beheerjaar 2014 (slechts) een bedrag van € 4.324,28 aan subsidie in het kader van de SNL uitbetaald, namelijk alleen voor de beheereenheden die niet onder de intrekking van het betaalverzoek vallen. 2.1 Eisers wensen alsnog volledige uitbetaling van het door hen uitgevoerde agrarisch natuurbeheer in het beheerjaar 2014. 2.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers niet kunnen terugkomen op de intrekking van hun betaalverzoek. Hij wijst op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7617) waaruit volgt dat indien sprake is van het intrekken van een betaalverzoek, de van toepassing zijnde Europese verordeningen geen ruimte bieden om te betaling alsnog toe te kennen. Daarnaast geeft verweerder aan dat het alsnog uitbetalen van de SNL-subsidie grote gevolgen zou hebben voor de reeds verstrekte SKNL-subsidie. Het alsnog toekennen van de SNL-subsidie zou betekenen dat de SKNL-subsidie in strijd met de daarvoor geldende subsidievoorwaarden is verstrekt. 2.3 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling (hierna: Verordening EG/1975/2006) stellen de lidstaten, onverminderd de specifieke bepalingen van deze verordening, passende procedures voor de indiening van steunaanvragen vast. Ingevolge het tweede lid dient de begunstigde voor maatregelen die meerjarige verbintenissen inhouden, een jaarlijkse betalingsaanvraag in. Ingevolge het derde lid kunnen steun- en betalingsaanvragen te allen tijde na de indiening ervan worden gecorrigeerd in geval van een kennelijke fout die door de bevoegde autoriteit als zodanig wordt erkend. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Verordening 1975/2006, worden voor alle contracten die na 1 januari 2007 ingaan, de betalingsaanvragen in het kader van de oppervlaktegebonden maatregelen ingediend overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 796/2004 (hierna: Verordening EG/796/2004). Ingevolge het tweede lid wordt, indien de lidstaat het bepaalde in artikel 4, tweede lid, tweede alinea, van de onderhavige verordening toepast, de betalingsaanvraag geacht overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 796/2004 te zijn ingediend. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector (hierna: Verordening EG/1122/2009), mag een landbouwer die steun aanvraagt in het kader van welke van de oppervlaktegebonden steunregelingen dan ook, slechts één verzamelaanvraag per jaar indienen. Ingevolge het tweede lid wordt de verzamelaanvraag ingediend uiterlijk op een door de lidstaten vast te stellen datum, die niet later is dan 15 mei. Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Verordening EG 1122/2009 wordt, behoudens overmacht en uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 75, bij indiening van een steunaanvraag na de desbetreffende uiterste datum een verlaging met 1 % per werkdag toegepast op de bedragen waarop de landbouwer recht zou hebben gehad als de aanvraag tijdig was ingediend. Onverminderd eventuele door de lidstaten te nemen bijzondere maatregelen in verband met de noodzaak dat enigerlei bewijsstukken tijdig worden ingediend om de programmering en uitvoering van doeltreffende controles mogelijk te maken, geldt de eerste alinea ook voor documenten, contracten of aangiften die overeenkomstig de artikelen 12 en 13 bij de bevoegde autoriteit moeten worden ingediend, voor zover die documenten, contracten of aangiften onmisbaar zijn om voor de betrokken steun in aanmerking te komen. In dat geval wordt de verlaging toegepast op het bedrag dat zou zijn betaald voor de betrokken steun. Wordt de aanvraag meer dan 25 kalenderdagen te laat ingediend, dan wordt deze afgewezen. Ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Verordening EG 1122/2009 wordt, behoudens overmacht en uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 75, bij indiening van een wijziging in een verzamelaanvraag na de in artikel 14, lid 2, bepaalde uiterste datum een verlaging met 1 % per werkdag toegepast op de bedragen die verband houden met het werkelijke grondgebruik op de betrokken percelen landbouwgrond.