Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-20
ECLI:NL:RBMNE:2026:90
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/124646.25, 21/004293-20 (vord. tul) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 20 januari 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [1995] in [geboorteplaats] (Marokko), zonder vaste woon- of verblijfplaats, gedetineerd in de [verblijfplaats] , (hierna: de verdachte). 1 Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 6 januari 2026. Op de zitting waren aanwezig: de verdachte; de officier van justitie: mr. A.P.M. van Weegen; de advocaat van de verdachte: mr. S. Schilder (hierna: de advocaat). 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat: feit 1 primair: in de periode van 1 januari 2025 tot en met 21 april 2025 te Nieuwegein voorbereidingshandelingen heeft verricht voor opzettelijke brandstichting en/of het teweegbrengen van een ontploffing, door een Pringlesbus, cracking granules, een lont, categorie F2 mijnen (professioneel vuurwerk) te verwerven en voorhanden te hebben en deze om te bouwen tot een geïmproviseerde explosieve constructie; feit 1 subsidiair: in de periode van 1 januari 2025 tot en met 21 april 2025 te Nieuwegein samen met een ander een wapen van categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad; feit 2: op 21 april 2025 in een woning te Nieuwegein opzettelijk professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad; feit 3: in de periode van 7 januari 2025 tot en met 21 april 2025 te Nieuwegein meermalen opzettelijk heeft getracht professioneel vuurwerk ter beschikking te stellen door dit via Whatsapp en/of Telegram te koop aan te bieden. De volledige tekst van de op de zitting gewijzigde beschuldiging staat in bijlage 1 bij dit vonnis. 3 Bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.1. 3.2.Standpunt van de verdediging De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde. De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van het onder feit 3 tenlastegelegde ‘en/of gesprekken van gelijke strekking’, zij acht dit onderdeel onvoldoende omschreven. Voor het overige zoals tenlastegelegd onder feit 3 en ten aanzien van de feiten 1 subsidiair en 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De standpunten van de advocaat worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.1. 3.3.. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Vrijspraak feit 1 primair De rechtbank oordeelt dat feit 1 primair niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren. 3.3.2. Bewijsmiddelen feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3 De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 zijn bewezen. De verdachte bekent dat hij de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door hem en namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: - de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 6 januari 2026; - een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 september 2025, genummerd PL0900-2025129103-29, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van [verbalisant] ; - een proces-verbaal van onderzoek vuurwerk “Little Joe” van 10 januari 2014, doorgenummerde pagina’s. 162-167; - een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 25 juli 2025, met Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal ernstige strafbare feiten. Hij heeft professioneel vuurwerk aanwezig gehad, opgeslagen en te koop aangeboden. Ook heeft hij met professioneel vuurwerk een geïmproviseerde explosieve constructie vervaardigd (een wapen van de tweede categorie onder 7 van de Wet wapens en munitie). De verdachte heeft het vuurwerk opgeslagen in het appartement van zijn toenmalige partner, waar ook hij verbleef. Het aantreffen hiervan heeft ertoe geleid dat drie verdiepingen van het appartementencomplex zijn ontruimd in verband met mogelijk ontploffingsgevaar. Dit zal voor de omwonenden naar en beangstigend zijn geweest. Door de explosieve constructie en het vuurwerk in een appartementencomplex te bewaren, heeft de verdachte niet alleen zichzelf, maar ook zijn toenmalige partner en de omwonenden blootgesteld aan het risico op ontploffing en de ernstige en mogelijk blijvende gevolgen daarvan. Het is algemeen bekend dat vuurwerk gevaar kan opleveren en dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk van de categorie en de hoeveelheid die bij de verdachte is aangetroffen. Ook heeft de verdachte vuurwerkhandel voorbereid dan wel mogelijk gemaakt door via sociale mediakanalen professioneel vuurwerk te koop aan te bieden. De verdachte heeft geen oog gehad voor het gevaar dat is uitgegaan van de opslag en handel van dergelijke soorten professioneel vuurwerk. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich destijds onvoldoende rekenschap heeft gegeven van deze risico’s, maar kennelijk alleen bezig was met zijn eigen interesses en financieel gewin. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De reclassering heeft op 16 december 2025 een rapportage over de verdachte opgesteld. Daarin wordt benoemd dat het de verdachte tot op heden niet is gelukt om de meest basale leefgebieden op orde te krijgen. De verdachte zou zijn leven een andere wending willen geven en heeft hier ondersteuning bij nodig. Om die reden en gelet op het hoge recidiverisico is een reclasseringstraject geïndiceerd. De reclassering adviseert in het geval van een (deels) voorwaardelijke straf dat aan de verdachte de volgende bijzondere voorwaarden worden opgelegd: - Meldplicht bij de reclassering; - Ambulante behandeling; - Begeleid wonen of maatschappelijke opvang; - Dagbesteding; - Meewerken aan schuldhulpverlening; - Meewerken aan middelencontrole. Strafkader De rechtbank oordeelt dat gelet op de ernst van de feiten niet anders kan worden volstaan dan met een gevangenisstraf. Wel acht de rechtbank van belang dat een deel van de straf voorwaardelijk wordt opgelegd, om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegende, legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan een deel van 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De bijzondere voorwaarden geven de verdachte de kans om – met de benodigde ondersteuning – aan zichzelf te werken om recidive te voorkomen. De rechtbank komt daarmee uit op een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank heeft rekening gehouden met de landelijke oriëntatiepunten binnen de strafrechtspraak en vindt het van belang dat een deel van de straf voorwaardelijk wordt opgelegd, zodat daaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld kunnen worden. De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. is omschreven; - verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5 is vermeld; strafbaarheid verdachte - verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feiten 1 subsidiair, 2 en 3 bewezenverklaarde; Straf - veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden; - bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 9 (negen) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd , tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast ; - als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: * zich binnen twee werkdagen werkdagen na afloop van zijn detentieperiode meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 Utrecht. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * zich laat behandelen door ForFACT of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. * verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem/haar heeft opgesteld. * zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag. * meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. * meewerkt aan controle van het gebruik van drugs en met name cannabis om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd; beslag - onttrekt de volgende voorwerpen aan het verkeer: 57 STK Rookwaar, voorwerpnummer PL0900-MD5R025025_854070; - verklaart het volgende voorwerp verbeurd: 1 STK Telefoontoestel, voorwerpnummer PL0900-MD5R025025_854073; - bepaalt dat het volgende voorwerp zal worden teruggegeven aan de verdachte: 1 STK Telefoontoestel, voorwerpnummer PL0900-MD5R025025_854095; vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf 21/004293-20 - wijst de vordering toe; - gelast de tenuitvoerlegging van de bij arrest van 19 november 2021 van het ger