Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-02-11
ECLI:NL:RBMNE:2026:875
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,092 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:875 text/xml public 2026-03-13T11:04:27 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-11 NL:TZ:0000239168:B001 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:875 text/html public 2026-03-13T11:03:45 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:875 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2026 / NL:TZ:0000239168:B001 CBM; Verzoek van de bewindvoerder om namens de betrokkene af te mogen zien van het beroep op de legitieme portie in een nalatenschap van zijn vader. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Toezicht Locatie Utrecht toezichtnummer : NL:TZ:0000239168:B001 CBM-nummer : [nummer] beschikkingsnummer : 002 datum : 11 februari 2026 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoekster] , wonende te Spanje, geboren te [plaats 1] op [geboortedatum 1] 1978, hierna te noemen: verzoekster, met betrekking tot: [betrokkene] , geboren te [plaats 1] op [geboortedatum 2] 1976, wonende te [adres] , [postcode] [plaats 2] , hierna te noemen: betrokkene. 1 De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen in ‘Mijn CBM’ op 6 juni 2025. 1.2. Het verzoek is behandeld ter digitale terechtzitting op 17 december 2025. Ter zitting zijn gehoord: Mw. [verzoekster] , verzoekster tevens bewindvoerder; Dhr. [persoon1] , pleegzoon van erflater; Dhr. [persoon2] , financieel adviseur. 1.3. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er op de zitting is besproken. 1.4. De kantonrechter heeft nadien kennisgenomen van het gewijzigde verzoek, ontvangen in ‘Mijn CBM’ op 20 januari 2026. 2 Het verzoek 2.1. Verzoekster, zus van betrokkene, vraagt in haar hoedanigheid van bewindvoerder machtiging om namens betrokkene af te mogen zien van het beroep op de legitieme portie in de nalatenschap van [erflater] geboren op [geboortedatum 3] 1947 te [Geboorteplaats] overleden op [datum overlijden] 2024. 2.2. Verzoekster heeft het verzoek als volgt nader toegelicht. Betrokkene heeft vanwege zijn gezondheidstoestand en daarmee gepaard gaande levensbehoefte en wensen niet meer vermogen nodig. Ook zal door het inroepen van de legitieme portie zijn vermogen uiteindelijk niet toenemen. Verzoekster heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene gekort zal worden op de huur- en zorgtoeslag, hij een hogere eigen WLZ-bijdrage en inkomstenbelasting zal moeten betalen. Het inroepen van de legitieme leidt niet tot vermogensvermeerdering in materiële zin, maar tot structurele lasten die het belang van betrokkene schaden. Verzoekster zal een overeenkomst sluiten met betrokkene waarmee -kortgezegd - voorzien wordt in extra beschikbaar vermogen voor betrokkene, zonder dat dat voor hem zal leiden tot extra bijdragen of minder toeslagen. Zo heeft hij wel extra ruimte om leuke dingen te doen zonder dat hij (snel) inteert op het vermogen. Verzoekster heeft gewezen op een uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 mei 2020 . In dit arrest heeft het Hof de bewindvoerder machtiging gegeven om namens betrokkene af te zien van zijn legitieme portie. 3 De beoordeling 3.1. Dat kantonrechter zal verzoekster geen toestemming geven om namens betrokkene af te zien van zijn legitieme portie. Dat wordt hierna toegelicht. 3.2. De kantonrechter is de toezichthouder op de bewindvoerder en controleert of deze het beheer over de financiën en goederen die betrokkene (zullen) toebehoren goed uitvoert. Volgens onderdeel B.K6 van de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Toezicht (LOVT) moet de bewindvoerder aanspraak maken op de legitieme portie als betrokkene in het testament van de ouder is onterfd. 3.3. De belangrijkste reden om af te zien van de legitieme portie is dat betrokkene volgens verzoekster geen extra vermogen nodig heeft. Dit is echter geen reden om af te zien van de legitieme portie. De kantonrechter moet namelijk beoordelen of het in het belang van betrokkene is om af te zien van de legitieme portie (en niet andersom). Bij het aanvullende verzoek is verzoekster bovendien alsnog gekomen met ideeën om het leven van betrokkene nog wat leuker en aangenamer te maken als extra vermogen beschikbaar is. Ook is niet helemaal te voorzien wat de financiële behoefte van betrokkene in de toekomst zal zijn. In het door verzoekster genoemde arrest van het Hof waren de omstandigheden anders dan in het onderhavige geval. In dat arrest speelde een belangrijke rol dat betrokkene pas beschikking zou hebben over de legitieme portie na overlijden van de partner van erflater. Betrokkene had zelf een lage levensverwachting. Met het daar uitgevoerde maatwerk, namelijk vermogen ten behoeve van betrokkene in een Stichting, kon betrokkene wel direct profiteren van het vermogen. Deze omstandigheden doen zich hier niet voor. 3.4. De kantonrechter overweegt verder dat het standpunt -dat de legitieme portie leidt tot minder toeslagen en een hogere eigen bijdrage- geen reden is om af te wijken van het uitgangspunt dat de legitieme portie moet worden ingeroepen. Dat zou strijdig zijn met de solidariteitsgedachte waar het sociale voorzieningenstelsel op is gebaseerd. 3.5. Gelet op het voorgaande zal de gevraagde machtiging niet verleend worden, hetgeen betekent dat er namens betrokkene een beroep gedaan moet worden op zijn legitieme portie. 4 De beslissing De kantonrechter; 4.1. wijst het verzoek, om namens betrokkene geen beroep te doen op zijn legitieme portie, af. Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026. Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. ECLI:NL:GHSHE:2020:1571
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:875 text/xml public 2026-04-08T12:23:28 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-11 NL:TZ:0000239168:B001 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0153 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:875 text/html public 2026-03-13T11:03:45 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:875 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2026 / NL:TZ:0000239168:B001 CBM; Verzoek van de bewindvoerder om namens de betrokkene af te mogen zien van het beroep op de legitieme portie in een nalatenschap van zijn vader. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Toezicht Locatie Utrecht toezichtnummer : NL:TZ:0000239168:B001 CBM-nummer : [nummer] beschikkingsnummer : 002 datum : 11 februari 2026 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoekster] , wonende te Spanje, geboren te [plaats 1] op [geboortedatum 1] 1978, hierna te noemen: verzoekster, met betrekking tot: [betrokkene] , geboren te [plaats 1] op [geboortedatum 2] 1976, wonende te [adres] , [postcode] [plaats 2] , hierna te noemen: betrokkene. 1 De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen in ‘Mijn CBM’ op 6 juni 2025. 1.2. Het verzoek is behandeld ter digitale terechtzitting op 17 december 2025. Ter zitting zijn gehoord: Mw. [verzoekster] , verzoekster tevens bewindvoerder; Dhr. [persoon1] , pleegzoon van erflater; Dhr. [persoon2] , financieel adviseur. 1.3. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er op de zitting is besproken. 1.4. De kantonrechter heeft nadien kennisgenomen van het gewijzigde verzoek, ontvangen in ‘Mijn CBM’ op 20 januari 2026. 2 Het verzoek 2.1. Verzoekster, zus van betrokkene, vraagt in haar hoedanigheid van bewindvoerder machtiging om namens betrokkene af te mogen zien van het beroep op de legitieme portie in de nalatenschap van [erflater] geboren op [geboortedatum 3] 1947 te [Geboorteplaats] overleden op [datum overlijden] 2024. 2.2. Verzoekster heeft het verzoek als volgt nader toegelicht. Betrokkene heeft vanwege zijn gezondheidstoestand en daarmee gepaard gaande levensbehoefte en wensen niet meer vermogen nodig. Ook zal door het inroepen van de legitieme portie zijn vermogen uiteindelijk niet toenemen. Verzoekster heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene gekort zal worden op de huur- en zorgtoeslag, hij een hogere eigen WLZ-bijdrage en inkomstenbelasting zal moeten betalen. Het inroepen van de legitieme leidt niet tot vermogensvermeerdering in materiële zin, maar tot structurele lasten die het belang van betrokkene schaden. Verzoekster zal een overeenkomst sluiten met betrokkene waarmee -kortgezegd - voorzien wordt in extra beschikbaar vermogen voor betrokkene, zonder dat dat voor hem zal leiden tot extra bijdragen of minder toeslagen. Zo heeft hij wel extra ruimte om leuke dingen te doen zonder dat hij (snel) inteert op het vermogen. Verzoekster heeft gewezen op een uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 mei 2020 . In dit arrest heeft het Hof de bewindvoerder machtiging gegeven om namens betrokkene af te zien van zijn legitieme portie. 3 De beoordeling 3.1. Dat kantonrechter zal verzoekster geen toestemming geven om namens betrokkene af te zien van zijn legitieme portie. Dat wordt hierna toegelicht. 3.2. De kantonrechter is de toezichthouder op de bewindvoerder en controleert of deze het beheer over de financiën en goederen die betrokkene (zullen) toebehoren goed uitvoert. Volgens onderdeel B.K6 van de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Toezicht (LOVT) moet de bewindvoerder aanspraak maken op de legitieme portie als betrokkene in het testament van de ouder is onterfd. 3.3. De belangrijkste reden om af te zien van de legitieme portie is dat betrokkene volgens verzoekster geen extra vermogen nodig heeft. Dit is echter geen reden om af te zien van de legitieme portie. De kantonrechter moet namelijk beoordelen of het in het belang van betrokkene is om af te zien van de legitieme portie (en niet andersom). Bij het aanvullende verzoek is verzoekster bovendien alsnog gekomen met ideeën om het leven van betrokkene nog wat leuker en aangenamer te maken als extra vermogen beschikbaar is. Ook is niet helemaal te voorzien wat de financiële behoefte van betrokkene in de toekomst zal zijn. In het door verzoekster genoemde arrest van het Hof waren de omstandigheden anders dan in het onderhavige geval. In dat arrest speelde een belangrijke rol dat betrokkene pas beschikking zou hebben over de legitieme portie na overlijden van de partner van erflater. Betrokkene had zelf een lage levensverwachting. Met het daar uitgevoerde maatwerk, namelijk vermogen ten behoeve van betrokkene in een Stichting, kon betrokkene wel direct profiteren van het vermogen. Deze omstandigheden doen zich hier niet voor. 3.4. De kantonrechter overweegt verder dat het standpunt -dat de legitieme portie leidt tot minder toeslagen en een hogere eigen bijdrage- geen reden is om af te wijken van het uitgangspunt dat de legitieme portie moet worden ingeroepen. Dat zou strijdig zijn met de solidariteitsgedachte waar het sociale voorzieningenstelsel op is gebaseerd. 3.5. Gelet op het voorgaande zal de gevraagde machtiging niet verleend worden, hetgeen betekent dat er namens betrokkene een beroep gedaan moet worden op zijn legitieme portie. 4 De beslissing De kantonrechter; 4.1. wijst het verzoek, om namens betrokkene geen beroep te doen op zijn legitieme portie, af. Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026. Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. ECLI:NL:GHSHE:2020:1571