Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-02-09
ECLI:NL:RBMNE:2026:865
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,135 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:865 text/xml public 2026-05-11T15:04:16 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-09 C/16/601614 / JL RK 25-769 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Lelystad Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:865 text/html public 2026-03-12T10:17:28 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:865 Rechtbank Midden-Nederland , 09-02-2026 / C/16/601614 / JL RK 25-769 Jurisdictieoverdracht o.g.v. artikel 12 Brussel II-ter is niet geaccepteerd door de Portugese rechtbank omdat er daar al zelfstandig een zaak is gestart. Deze was dus al bevoegd. Het aangehouden deel van de ondertoezichtstelling is ingetrokken door de GI. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Lelystad Zaaknummer: C/16/601614 / JL RK 25-769 Datum uitspraak: Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een jurisdictieoverdracht naar Portugal in de zaak van DE JEUGD- & GEZINSBESCHERMERS, gevestigd in Amsterdam hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [belanghebbende 1] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: [belanghebbende 2] , hierna te noemen: de vader, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter heeft op 9 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] mondeling verlengd tot 12 juni 2026 en het overige deel van het verzoek aangehouden in afwachting van het verzoek aan de Portugese rechter om de bevoegdheid over te nemen. De kinderrechter moet nog beslissen over de periode van 12 juni 2026 tot 12 december 2026. 1.2. De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 december 2025 de rechtbank in Santarém, Portugal verzocht haar bevoegdheid overeenkomstig artikel 12 lid 2 Verordening Brussel II-ter uit te oefenen over verzoeken tot het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen voor [minderjarige (voornaam)] . 1.3. De kinderrechter heeft hierna de volgende stukken ontvangen: - de e-mail van de Portugese Liaisonrechter van 15 januari 2026; - het bericht van de GI met bijlage van 23 januari 2026. 1.4. Er heeft geen verdere mondelinge behandeling plaatsgevonden. 2 De feiten. 2.1. Voor de vaststaande feiten en het eerdere procesverloop verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 23 december 2025. 3 De beoordeling Overdracht van de bevoegdheid 3.1. Uit de e-mail van de Portugese Liaisonrechter blijkt dat de Portugese rechter het verzoek op grond van artikel 12 lid 2 Brussel II-ter niet aanvaardt, omdat er al een kinderbeschermingsprocedure loopt in Portugal. De rechter in Santarém heeft zich in deze procedure zelf al bevoegd verklaard. Een overdracht van de bevoegdheid op grond van de Verordening Brussel II-ter is daarom niet meer nodig. De kinderrechter beschouwd dan ook dit onderdeel van de procedure als afgedaan. Verlenging van de ondertoezichtstelling 3.2. De GI heeft bij bericht van 21 januari 2026 laten weten dat het aangehouden deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling komt te vervallen, omdat Portugal de jeugdbeschermingsmaatregel heeft overgenomen. De kinderrechter vat dit op als een intrekking van het aangehouden deel van het verzoek en beschouwt daarom ook dit deel van de procedure als afgedaan. 4 De beslissing De kinderrechter beschouwt deze procedure als afgedaan. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:865 text/xml public 2026-05-11T15:04:16 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-09 C/16/601614 / JL RK 25-769 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Lelystad Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:865 text/html public 2026-03-12T10:17:28 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:865 Rechtbank Midden-Nederland , 09-02-2026 / C/16/601614 / JL RK 25-769 Jurisdictieoverdracht o.g.v. artikel 12 Brussel II-ter is niet geaccepteerd door de Portugese rechtbank omdat er daar al zelfstandig een zaak is gestart. Deze was dus al bevoegd. Het aangehouden deel van de ondertoezichtstelling is ingetrokken door de GI. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Lelystad Zaaknummer: C/16/601614 / JL RK 25-769 Datum uitspraak: Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een jurisdictieoverdracht naar Portugal in de zaak van DE JEUGD- & GEZINSBESCHERMERS, gevestigd in Amsterdam hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [belanghebbende 1] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: [belanghebbende 2] , hierna te noemen: de vader, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter heeft op 9 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] mondeling verlengd tot 12 juni 2026 en het overige deel van het verzoek aangehouden in afwachting van het verzoek aan de Portugese rechter om de bevoegdheid over te nemen. De kinderrechter moet nog beslissen over de periode van 12 juni 2026 tot 12 december 2026. 1.2. De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 december 2025 de rechtbank in Santarém, Portugal verzocht haar bevoegdheid overeenkomstig artikel 12 lid 2 Verordening Brussel II-ter uit te oefenen over verzoeken tot het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen voor [minderjarige (voornaam)] . 1.3. De kinderrechter heeft hierna de volgende stukken ontvangen: - de e-mail van de Portugese Liaisonrechter van 15 januari 2026; - het bericht van de GI met bijlage van 23 januari 2026. 1.4. Er heeft geen verdere mondelinge behandeling plaatsgevonden. 2 De feiten. 2.1. Voor de vaststaande feiten en het eerdere procesverloop verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 23 december 2025. 3 De beoordeling Overdracht van de bevoegdheid 3.1. Uit de e-mail van de Portugese Liaisonrechter blijkt dat de Portugese rechter het verzoek op grond van artikel 12 lid 2 Brussel II-ter niet aanvaardt, omdat er al een kinderbeschermingsprocedure loopt in Portugal. De rechter in Santarém heeft zich in deze procedure zelf al bevoegd verklaard. Een overdracht van de bevoegdheid op grond van de Verordening Brussel II-ter is daarom niet meer nodig. De kinderrechter beschouwd dan ook dit onderdeel van de procedure als afgedaan. Verlenging van de ondertoezichtstelling 3.2. De GI heeft bij bericht van 21 januari 2026 laten weten dat het aangehouden deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling komt te vervallen, omdat Portugal de jeugdbeschermingsmaatregel heeft overgenomen. De kinderrechter vat dit op als een intrekking van het aangehouden deel van het verzoek en beschouwt daarom ook dit deel van de procedure als afgedaan. 4 De beslissing De kinderrechter beschouwt deze procedure als afgedaan. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.