Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-09
ECLI:NL:RBMNE:2026:815
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16-100480-25; 05-039313-25 (t.t.z. gevoegd); 16-180618-21 (vord. tul) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 9 maart 2026 in de strafzaak van: [verdachte] geboren op [geboortedag 1] 1990 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres] (hierna: de verdachte). 1 Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 23 februari 2026. Op de zitting waren aanwezig: de verdachte; de officier van justitie: mr. V. Boelhouwers; de advocaat van de verdachte: mr. M.G. Vos (hierna: de advocaat); de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ; de gemachtigde van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 3] : mr. D.C.M. van den Borst; 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat: Zaak 16-100480-25 Feit 1 in de periode van 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 tien personen heeft opgelicht voor een totaalbedrag van ongeveer € 160.000,00; Feit 2 in de periode van 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 een beroep of gewoonte heeft gemaakt van online handelsfraude; Feit 3 in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 maart 2025 de opbrengst van de onder feit 1 en 2 gepleegde fraude heeft witgewassen en daarvan een gewoonte heeft gemaakt; Feit 4 in de periode van 26 augustus 2023 tot en met 21 januari 2025 drie personen heeft gedwongen tot ondertekening of bevestiging van overeenkomsten of hulpverlening bij het deblokkeren van zijn bankrekening; Zaak 05-039313-25 Feit 1 in de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 een elfde persoon heeft opgelicht voor een totaalbedrag van ongeveer € 17.000,00; Feit 2 in de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 de opbrengst van de onder feit 1 gepleegde fraude heeft witgewassen. De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis. 3 Bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle feiten heeft gepleegd. 3.2. Standpunt van de verdediging De advocaat voert geen verweer over het bewijs, met uitzondering van het bedrag dat in feit 2 bewezen kan worden verklaard voor [slachtoffer 5] : volgens de verdediging is dat € 450,-, omdat [slachtoffer 5] dat bedrag vordert aan schadevergoeding. 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Bewijsmiddelen De verdachte bekent dat hij alle feiten heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door hem of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting; Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] ; - Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] ; - Het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL1300-2023250005-56; - Het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL1300-2023250005-83; - Het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL0600-2024367790-12. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. 3.3.2. Bewijsoverweging feit 2 Op gr Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: Zaak 16-100480-25 Feit 1 in de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 in Nederland meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, - [slachtoffer 4] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 1.720,-) - [slachtoffer 1] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 67.947,03) - [slachtoffer 6] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 39.299,- en € 1200,- contant) - [slachtoffer 2] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 5.872,-) - [slachtoffer 7] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 10.148,-) - [slachtoffer 8] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 1.354,-) - [slachtoffer 9] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 6.635,-) - [slachtoffer 10] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 1.922,50) en/of - [slachtoffer 3] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 28.812,25) heeft bewogen tot de afgifte van voornoemde geldbedragen (van in totaal ongeveer 164.709,78 euro), door valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - zich voor te doen als [valse naam 1] of [valse naam 2] en - via datingapps en/of datingwebsites contact te leggen met voornoemde personen en een vertrouwensband met hen op te bouwen en/of aan te geven dat hij voornoemde personen beter wil leren kennen en - zich voor te doen als importeur van producten van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en - te vragen of voornoemde personen producten wilden bestellen en/of - daarbij te vertellen dat de opbrengst van de producten naar een actie voor zijn ernstig zieke nichtje zou gaan en - die voornoemde personen geldbedragen ten behoeve van die producten over te laten maken en - vervolgens aan die voornoemde personen mede te delen dat het orderbedrag niet voldoende was en/of de betaling niet goed was gegaan en/of het betalingskenmerk niet klopte en/of die voornoemde personen een of meerdere bedragen over moesten maken om de levering van die producten en/of de terugbetaling van die geldbedragen in werking te zetten en/of de bestelling(en) te corrigeren en/of - te doen alsof een compagnon en/of iemand van de backoffice bezig was met het herstellen van de bestellingen en/of het regelen van terugbetalingen en/of het verzenden van producten naar voornoemde personen, waardoor voornoemde personen telkens werden bewogen tot afgifte van voornoemde geldbedragen; Feit 2 in de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 in Nederland een gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen, te weten - via een telefoon parfums aan [slachtoffer 4] voor een geldbedrag en - via een telefoon een zitbank en diverse beautyproducten aan [slachtoffer 1] voor een geldbedrag en - via een telefoon tickets voor een voetbalwedstrijd aan [slachtoffer 5] voor 600 euro en - via een telefoon een bed en eetkamerstoelen en een balkonset aan [slachtoffer 6] voor geldbedragen en - via een telefoon goederen aan [slachtoffer 2] voor geldbedragen en - via een telefoon een lamp en een dekbedovertrek aan [slachtoffer 7] voor een geldbedrag en - via een telefoon producten aan [slachtoffer 8] voor geldbedragen en - via een telefoon parfums en een bank en kussens aan [slachtoffer 9] voor geldbedragen en - via een telefoon producten aan [slachtoffer 10] voor geldbedragen en - via een telefoon parfums aan [slachtoffer 3] voor een geldbedrag, met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren; Feit 3 in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 maart 2025, in Nederland, geldbedragen van in totaal ongeveer €157.681,29, heeft overgedragen en omgezet en van voornoemde geldbedragen gebruik heeft gemaakt, door geldbedragen van zijn, verda Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: Zaak 16-100480-25 Feit 1 en feit 2 de eendaadse samenloop van: oplichting, meermalen gepleegd; en een beroep of gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen of verlenen van diensten tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren; Feit 3 van het plegen van witwassen een gewoonte maken; Feit 4 dwang, meermalen gepleegd; Zaak 05-039313-25 Feit 1 oplichting, meermalen gepleegd; Feit 2 eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd. 4.2. Strafbaarheid feiten en verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 5 Straf 5.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Tijdens de proeftijd moet de verdachte zich houden aan de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, aangevuld met een verbod op het gebruik van datingwebsites en -applicaties. De officier van justitie vordert ook een contactverbod met de slachtoffers. 5.2. Standpunt van de verdediging De advocaat verzoekt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan de duur van het al ondergane voorarrest op leggen. Een groot voorwaardelijk deel, eventueel met een langere proeftijd dan de gebruikelijke 2 jaar, is een stok achter de deur voor de begeleiding van de verdachte door de reclassering. Ook is de verdachte bereid om een forse taakstraf uit te voeren. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat het hem zou helpen als hem, bij wijze van bijzondere voorwaarde, ook nog wordt verboden gebruik te maken van datingwebsites en datingapplicaties. 5.3. Oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft, onder valse namen, via verschillende datingsites-/applicaties contact gelegd met de aangeefsters en gebruikte daarna telkens dezelfde werkwijze (modus operandi). De verdachte wekte eerst het vertrouwen van de aangeefsters, door normaal te chatten (in de aangiftes omschreven als “gezellige gesprekken” en “vleiende berichten”), en door bijvoorbeeld aan te geven dat hij eigenlijk nooit online zou daten en dat hij bij de betreffende aangeefster een goed gevoel had. Als het vertrouwen van de slachtoffers gewonnen was, begon de verdachte erover dat hij goedkoop aan producten van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] kon komen en vroeg hij of de aangeefsters producten van die winkels bij hem wilden bestellen. Bij vijf aangeefsters deed hij daarbij alsof hij hiermee geld inzamelde voor zijn chronisch zieke nichtje. Nadat de aangeefsters een bedrag aan de verdachte hadden betaald, vergokte de verdachte het geld vrijwel direct. De verdachte hield de aangeefsters intussen aan het lijntje, bijvoorbeeld door te vertellen dat het orderbedrag niet voldoende was, dat de betaling niet goed was gegaan, of dat het betalingskenmerk niet klopte. De verdachte probeerde telkens nog meer geld los te krijgen van de aangeefsters, bijvoorbeeld door te beloven dat na een extra betaling de levering van de producten of de terugbetaling van eerder betaalde bedragen in gang zou worden gezet. Dit lukte de verdachte vaak door misbruik te maken van het in hem gestelde vertrouwen. Daarbij zette de verdachte een uitgebreid web van leugens op, door e-mails en berichten tussen hem en zogenaamde andere medewerkers of een fictieve compagnon op te stellen en te doen alsof zij bezig waren met het herstellen van de bestellingen of het regelen van terugbetalingen of het verzenden van producten naar de aangeefsters. De verdachte Hij heeft hiervoor zelf een opname van twee maanden geregeld in een kliniek voor verslavingszorg. Op de zitting toonde de verdachte zich verantwoordelijk voor de misdrijven die hij pleegde, door zijn excuses aan te bieden aan de slachtoffers en uit te leggen dat hij zich schaamt voor zijn daden. Bovendien wil de verdachte zich maximaal inzetten om de volledige schade te vergoeden. Strafkader Om in vergelijkbare zaken zo veel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor fraudedelicten, waaronder oplichting, bij een oplichtingsbedrag tussen € 125.000 en € 250.000 is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden. De rechtbank vindt dat er in deze zaak strafverzwarende omstandigheden zijn. Het gaat hier namelijk om datingfraude met een relatief groot aantal slachtoffers, gepleegd gedurende een periode van bijna vijf jaar. De gevolgen voor de aangeefsters zijn groot: velen van hen zijn door het handelen van de verdachte zelf in grote financiële problemen gekomen en/of hebben psychische klachten. De verdachte is met zijn kwalijke handelen doorgegaan nadat hij in februari 2024 werd verhoord door de politie, in augustus 2024 een stopgesprek heeft gehad met de politie, en in oktober 2024 opnieuw is verhoord. Ook de dwang en de dreigementen die de verdachte heeft geuit, waaronder een dreigement om naaktfoto’s van een aangeefster op lantaarnpalen in haar buurt te plakken, en een dreigement om seksueel expliciete berichten van een andere aangeefster aan haar werkgever te sturen, weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee. Bovendien zijn er concrete aanwijzingen dat de verdachte meer slachtoffers heeft gemaakt dan de 11 in deze zaak. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden vindt de rechtbank daarom in beginsel meer recht doen aan en passend in deze zaak. Dat is ook in lijn met straffen die in soortgelijke zaken – oplichting met bijkomende strafverzwarende omstandigheden – worden opgelegd. De verdachte heeft voor de schorsing van de voorlopige hechtenis al ruim vijf maanden in voorarrest doorgebracht. Vanuit het oogpunt van speciale preventie ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding hem niet terug naar de gevangenis te sturen. Dit zal er, in geval van de verdachte, namelijk toe leiden dat de ingezette positieve (gedrags)verandering wordt onderbroken met een vergrote kans op terugval in delictgedrag tot gevolg. De officier van justitie twijfelt aan de oprechtheid van de schuldbekentenis van de verdachte, maar de rechtbank ziet dat anders. Hoewel de verdachte in zijn delictgedrag heeft laten zien met mooie praatjes weg te komen, vindt de rechtbank dat de verdachte sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft laten zien dat hij daadwerkelijk wil veranderen en direct naar behandelmogelijkheden is gaan zoeken toen hij zich niet goed voelde. De verdachte heeft geen afwachtende houding aangenomen, maar heeft zonder hulp van de reclassering een behandeling geregeld. De rechtbank wil dat de verdachte zich blijft inzetten voor duurzame gedragsverandering. Als de verdachte vastzit, kan hij bovendien niet werken aan het terugbetalen van zijn schulden. Daarom zal de rechtbank een groot deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen waaraan strikte bijzondere voorwaarden worden verbonden, waaronder het zo nodig uitvoeren van nadere diagnostiek en behandeling. Omdat bekend is dat de problematiek van de verdachte hardnekkig kan zijn, verbindt de rechtbank de maximale proeftijd van drie jaar aan het voorwaardelijk strafdeel. De voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden dient er ook voor om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten. Naast de (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf zal de rechtbank, ter vergelding van zijn misdrijven, ook een forse De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat van de overige benadeelde partijen de gevorderde materiële en immateriële schade volledig kan worden toegewezen. Alle toe te wijzen bedragen moeten worden vermeerderd met de wettelijke rente en zij verzoekt telkens om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.3. Standpunt van de verdediging De advocaat van de verdachte vraagt de € 15.000,- aan immateriële schadevergoeding die [slachtoffer 7] vordert, toe te wijzen tot een bedrag van € 750,-, hetzelfde bedrag als gevorderd door enkele andere benadeelde partijen. Alle andere vorderingen kunnen worden toegewezen. Voor [slachtoffer 5] zou het toe te wijzen bedrag beperkt moeten blijven tot € 450,-, zoals hij in eerste instantie heeft gevorderd, en voor [slachtoffer 3] tot € 20.762,50. 7.4. Oordeel van de rechtbank Materiële schade De vorderingen tot vergoeding van materiële schade zijn voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten, voor de gevorderde bedragen. De rechtbank wijst de vorderingen tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe, met uitzondering van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 6] . Van de vordering van [slachtoffer 6] wijst de rechtbank € 38.689,- toe. In het resterende gevorderde bedrag van € 2.170,- is zij niet-ontvankelijk, omdat dit deel van de vordering niet is onderbouwd. Zij stelt dat zij € 2.500 heeft overgeboekt naar de verdachte vanaf een extra rekening bij ABN AMRO. Uit het dossier en het onderzoek op de zitting is niet gebleken dat zij een dergelijk bedrag heeft overgemaakt aan de verdachte; de politie heeft alleen een overboeking van € 330,- aangetroffen. [slachtoffer 6] geeft zelf aan dat zij de betreffende bankrekening en alle gegevens eromheen heeft verwijderd en dat zij daarom geen bewijsstukken meer heeft. De vordering van [slachtoffer 5] wijst de rechtbank geheel toe, omdat hij in totaal voor € 600,- is opgelicht door de verdachte (zie ook de bewijsoverweging in paragraaf 3.3.2). Dat hij in zijn schriftelijke vordering om vergoeding van € 450,- vraagt, is niet relevant, want zijn gemachtigde heeft de vordering op de zitting bijgesteld naar € 600,-. De vordering van [slachtoffer 3] wijst de rechtbank ook geheel toe. Uit het strafdossier blijkt dat zij in totaal € 31.704,25 heeft overgemaakt aan de verdachte. De verdachte heeft € 1.175,- aan haar terugbetaald. Daarnaast heeft zij € 9.684,50 euro overmaakt gekregen van andere slachtoffers. Daarmee komt haar netto-schade op € 20.844,75. In een veroordelend vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, van 5 november 2025 is de verdachte al veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan [slachtoffer 1] van € 59.934,03 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 oktober 2024, tot de dag van volledige betaling. Dat vonnis heeft betrekking op de giraal door [slachtoffer 1] overgeboekte bedragen aan de verdachte. De hier toegewezen schadevergoeding ziet op de in de strafzaak aanvullend gevorderde bijkomende rechtstreekse schade door de gepleegde strafbare feiten, bestaande uit kosten voor medicatie, kosten voor WMO-voorziening, onkosten roodstand en stortingskosten en gemiste inkomsten uit loon inclusief onregelmatigheidstoeslagen. Immateriële schade Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vorderingen voor immateriële schade van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] op deze laatste grondslag zijn gebaseerd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wij Wettelijke rente De vergoeding van de schade wordt telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het midden van de periode waarin de benadeelde partijen geld hebben overgemaakt aan de verdachte, tot aan de dag dat de verdachte de schadevergoedingen volledig heeft betaald. Voor [slachtoffer 1] geldt dat de ingangsdatum van de wettelijke rente het midden is van de periode waarin zij de schade heeft geleden die in deze procedure wordt vergoed. Het midden van de periode waarin elke benadeelde partij geld heeft overgemaakt is voor elke benadeelde partij anders en gebaseerd op de volgende data: Benadeelde partij Eerste datum Laatste datum Midden (ingangsdatum wettelijke rente) [slachtoffer 4] 23 februari 2025 25 februari 2025 24 februari 2025 [slachtoffer 1] 19 april 2024 28 februari 2026 25 maart 2025 [slachtoffer 5] 18 april 2023 4 mei 2023 26 april 2023 [slachtoffer 6] 17 januari 2022 27 maart 2023 22 augustus 2022 [slachtoffer 2] 15 januari 2025 20 januari 2025 18 januari 2025 [slachtoffer 7] 1 april 2022 27 oktober 2022 15 juli 2022 [slachtoffer 8] 1 februari 2025 7 februari 2025 4 februari 2025 [slachtoffer 9] 4 augustus 2023 2 oktober 2023 3 september 2023 [slachtoffer 10] 26 juni 2023 30 juli 2023 13 juli 2023 [slachtoffer 3] 23 mei 2021 28 september 2023 27 juli 2022 [slachtoffer 11] 4 juni 2024 17 juli 2024 26 juni 2024 Proceskosten Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vorderingen tot schadevergoeding (grotendeels) worden toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partijen hebben gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partijen kosten hebben gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil. Gijzeling Als de verdachte de schadevergoedingen niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. Met betrekking tot het bepalen van de duur van de gijzeling geldt dat in totaal niet meer dan één jaar gijzeling mag worden opgelegd. In deze zaak moet de verdachte (grote) geldbedragen aan meerdere benadeelde partijen betalen. Gelet op het totale bedrag waarvoor de schadevergoedingsmaatregelen in deze zaak worden opgelegd, zou het aantal dagen gijzeling (opgeteld per maatregel) het maximum van één jaar overschrijden. De rechtbank heeft het aantal dagen gijzeling daarom naar evenredigheid berekend. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen. 8 Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf De politierechter in Utrecht heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16-180618-21 op 18 maart 2022 een taakstraf van 50 uur voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar. 8.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op de zitting gevorderd dat de rechtbank de vordering afwijst, omdat de voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf inmiddels al ten uitvoer is gelegd. 8.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van de verdachte stelt zich ook op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen omdat de straf al is uitgevoerd. 8.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen. Reden daarvoor is dat de politierechter in Utrecht op 9 januari 2025 heeft beslist dat de voorwaardelijke straf geheel ten uitvoer moest worden gelegd. Het is onduidelijk wanneer deze beslissing onherroepelijk is geworden, maar in het reclasseringsrapport van 19 februari 2026 staat dat deze straf al ten uitvoer is gelegd en de officier van justitie heeft dat op de zitting bevestigd. 9 Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straffen en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 55, 57, 63, De verdachte werkt mee aan het advies van de reclassering om bij de kantonrechter de mogelijkheden voor bewindvoering te onderzoeken; * deelneemt aan geen enkele vorm van kansspelen en zich inschrijft en zich ingeschreven houdt in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS); * op geen enkele wijze contact zal hebben of zoeken – direct of indirect – met:[slachtoffer 4] (geboren op [geboortedag 2] 1990), [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 3] 1993), [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedag 4] 2000), [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedag 5] l990), [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 6] 1989), [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedag 7] 1975), [slachtoffer 8] (geboren op [geboortedag 8] 1992), [slachtoffer 9] (geboren op [geboortedag 9] 1972), [slachtoffer 10] (geboren op [geboortedag 10] 1988), [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 11] 1991) en [slachtoffer 11] (geboren op [geboortedag 12] 1991), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod; * gedurende de proeftijd: a. geen datingwebsites bezoekt en geen datingapplicaties gebruikt of op digitale apparaten installeert; b. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken); c. de reclassering inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd. Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. en b. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar, meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal 9 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zo veel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijk leven van de verdachte; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod, en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - legt aan de verdachte een taakstraf van 300 uur op, te vervangen door 150 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert; beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: 1 STK Telefoontoestel (6641145); 1 STK Telefoontoestel (6641149); vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 4] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25 wijst de vordering van [slachtoffer 4] geheel toe tot een bedrag van € 665,-; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2025, tot de dag van volledige betaling. veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 6.622,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling aan te vullen met 14 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 7] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25 wijst de vordering van [slachtoffer 7] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 10.898,-; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 7] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2022, tot de dag van volledige betaling. verklaart [slachtoffer 7] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 7] aan de Staat € 10.898,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling aan te vullen met 23 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 8] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25 wijst de vordering van [slachtoffer 8] geheel toe tot een bedrag van € 1.354,-; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 8] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2025, tot de dag van volledige betaling. veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 8] aan de Staat € 1.354,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling aan te vullen met 3 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 9] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25 wijst de vordering van [slachtoffer 9] geheel toe tot een bedrag van € 5.535,-; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 9] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023, tot de dag van volledige betaling. veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 9] aan de Staat € 5.535,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling aan te vullen met 12 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 10] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25 wijst de vordering van [s Bijlage I: De tenlastelegging Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat: in de zaak met parketnummer 16-100480-25: 1 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 te Amersfoort en/of Spijkenisse en/of Amsterdam en/of Zoetermeer en/of Burgerveen en/of Vaassen en/of Zwolle en/of Hilversum en/of Woerden en/of Breda en/of Twello en/of Utrecht althans in Nederland meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, - [slachtoffer 4] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €1720 euro) - [slachtoffer 1] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €67.947,03 euro) - [slachtoffer 6] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €39.299,- en €1000, en/of 1200 euro- contant) - [slachtoffer 2] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €5872,-) - [slachtoffer 7] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €10.148,-) - [slachtoffer 8] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €1354,-) - [slachtoffer 9] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €6635,-) - [slachtoffer 10] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €1922,50) en/of - [slachtoffer 3] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €28.812,25) heeft bewogen tot de afgifte van voornoemde geldbedragen, althans enige geldbedragen (van in totaal ongeveer 164.709,78 euro), in elk geval enig goed, door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2] en/of - via datingapps en/of datingwebsites contact te leggen met voornoemde personen en/of een vertrouwensband met hen op te bouwen en/of aan te geven dat hij voornoemde personen beter wil leren kennen en/of - zich voor te doen als importeur van producten van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of - te vragen of voornoemde personen producten wilden bestellen en/of - daarbij te vertellen dat de opbrengst van de producten naar een actie voor zijn ernstig zieke nichtje zou gaan en/of - die voornoemde personen een of meerdere geldbedragen ten behoeve van die producten over te laten maken en/of - ( vervolgens) aan die voornoemde personen (telkens) mede te delen dat het orderbedrag niet voldoende was en/of de betaling niet goed was gegaan en/of het betalingskenmerk niet klopte en/of die voornoemde personen een of meerdere bedragen over moesten maken om de levering van die producten en/of de terugbetaling van die geldbedragen in werking te zetten en/of de bestelling(en) te corrigeren en/of - te doen alsof een compagnon en/of iemand van de backoffice bezig was met het herstellen van de bestellingen en/of het regelen van terugbetalingen en/of het verzenden van producten naar voornoemde personen, waardoor voornoemde personen/aangevers (telkens) werden bewogen tot afgifte van voornoemde geldbedragen; 2 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 te Amersfoort, althans in Nederland een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling, te weten - via een telefoon een of meer parfums aan [slachtoffer 4] voor in totaal €1720 euro, althans een of meerdere geldbedragen en/of - via een telefoon een zitbank en/of diverse beautyproducten aan [slachtoffer 1] voor €67.947,03, althans een of meerdere geldbedragen en/of - via een telefoon één of meer tickets voor een voetbalwedstrijd aan [slachtoffer 5] voor 450 euro en/of 600 euro en/of - via een telefoon een bed en/of eetkamerstoelen en/of een balkonset aan [slachtoffer 6] voor in totaal €40.299 euro, althans een of meerdere geldbedragen en/of - via een telefoon een of meer goe