Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-18
ECLI:NL:RBMNE:2026:713
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11916577 \ MC EXPL 25-5411 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van NS REIZIGERS B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: NS Reizigers, gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 10 september 2025;- de mondelinge conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek met producties 1 tot en met 3;- de conclusie van dupliek met bijlage.- de akte van NS. 1.2. De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. 2 De kern van de zaak 2.1. [gedaagde] was tijdens een treinrit van Amsterdam Muiderpoort naar Almere Muziekwijk niet in het bezit van een geldig vervoerbewijs. Daarom voldeed [gedaagde] niet aan de verplichtingen in het Besluit Personenvervoer 2000 en overtrad [gedaagde] de Wet op Personenvervoer 2000. [gedaagde] is daarom volgens NS Reizigers de ritprijs van € 6,50, de wettelijke verhoging van € 50,00 en de administratiekosten van € 15,00 verschuldigd. [gedaagde] heeft niet betaald. De vraag is of [gedaagde] deze boete, met rente en kosten, aan NS Reizigers moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] alleen de boete, met rente, moet betalen en niet de bijkomende kosten. 3 De beoordeling [gedaagde] moet de boete (= ritprijs en de wettelijke verhoging) betalen 3.1. [gedaagde] stelt dat zij op 18 februari 2025 met de trein heeft gereisd, alleen kon zij op dat moment haar eigen OV-chipkaart niet vinden. Daarom heeft zij gebruik gemaakt van de OV-chipkaart van haar dochter. Op haar kaart stond nog voldoende saldo. Het was niet haar bedoeling om zo te reizen. Zij heeft het uitgelegd aan de conducteur en dacht dat die haar had begrepen en haar had vergeven. De kantonrechter gaat voorbij aan dit deel van het verweer van [gedaagde] . De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de ritprijs en de wettelijke verhoging van € 50,00 moet betalen en wel om het volgende. 3.2. Vaststaat dat [gedaagde] heeft gereisd met de ov-kaart van haar dochter. Op de OV-chipkaart van haar dochter stond een studentenabonnement. Weliswaar heeft een OV-chipkaart in beginsel te gelden als een geldig elektronisch vervoersbewijs, mits ermee is ingecheckt, maar in dit geval was er geen sprake van een geldig vervoersbewijs. Op grond van artikel 47 lid 2 onder c van het Besluit personenvervoer 2000 is een elektronisch vervoerbewijs geldig als het elektronisch vervoersbewijs, voor zover het op naam is gesteld, overeenstemt met de identiteit van de houder ervan. Dat was niet het geval. Immers, de OV-chipkaart, die [gedaagde] heeft gebruikt stond op naam van haar dochter. Daarom gold die OV-chipkaart van haar dochter niet als een geldig vervoerbewijs van [gedaagde] . Dat op de eigen OV-chipkaart van [gedaagde] (achteraf) wel voldoende saldo stond, is irrelevant, omdat [gedaagde] op dat moment niet met haar eigen OV-chipkaart reisde. [gedaagde] was ten tijde van haar treinreis van Amsterdam Muiderpoort naar Almere Muziekwijk niet in het bezit van een geldig vervoerbewijs. [gedaagde] moet daarom de ritprijs van haar treinreis van € 6,50 betalen. 3.3. Omdat [gedaagde] tijdens haar treinrit niet in het bezit was van een geldig vervoersbewijs, is [gedaagde] op grond van artikel 48 lid 2 juncto lid 3 van het Besluit personenvervoer 2000, de wettelijke verhoging van € 50,00 verschuldigd. 3.4. Het bovenstaande leidt er toe dat [gedaagde] de vordering tot betaling van de ritprijs van Amsterdam Muiderpoort naar Almere Muziekwijk van € 6,50 en de wettelijke verhoging van € 50,00 moet betalen. [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen 3.5. [gedaagde] is te laat met het betalen van de boete. [gedaagde] is daarom de wettelijke rente over de boete verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van dit vonnis