Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-08-17
ECLI:NL:RBMNE:2026:5722
Wrakingszaak. Wraking afgewezen. Twee uitstelverzoeken. De beslissingen om (1) geen uitstel voor de mondelinge behandeling te verlenen en (2) het verzoek om behandeling met gesloten deuren ter zitting te bespreken zijn procesbeslissingen. Uit de aard van de zaak (ontslag op staande voet) en het daarvoor geldende wettelijk kader vloeit een spoedeisende aard voor de mondelinge behandeling voort. Uitgaande van de verhinderdata van verzoekster zou een mondelinge behandeling pas op een termijn van 4 maanden mogelijk zijn. Dat is te lang. De door de rechter gegeven motivering geeft geen blijk van vooringenomenheid. De rechter heeft door verzoekster genoemde klemmende redenen voor uitstel van de mondelinge behandeling niet betrokken in haar afwijzing van het uitstelverzoek. Hierover komt de wrakingskamer geen oordeel toe. Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Lelystad Zaaknummer: 615281 HA RK 26-144 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 17 augustus 2026 op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van: [verzoekster] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: verzoekster, verschenen bij mr. Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht. 1 De procedure 1.1. Verzoekster heeft op 23 juli 2026 mr. I.L. Rijnbout gewraakt. Mr. Rijnbout (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 1226231 UE VERZ 26-266 (hierna: de hoofdzaak). 1.2. Het wrakingsverzoek is op 3 augustus 2026 behandeld door de wrakingskamer. In verband met de vakantie van mr. Y. Moszkowicz, heeft de zitting plaatsgevonden via Teams. Mr. Y. Moszkowicz is verschenen. Hij heeft het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen. 1.3. De rechter heeft op 24 juli 2026 een schriftelijke reactie ingediend. Op 31 juli 2026 heeft de rechter een aanvullende reactie ingediend. Verzoekster heeft daar kennis van kunnen nemen. 1.4. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het wrakingsverzoek 2.1. Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. In de hoofdzaak was een mondelinge behandeling gepland op 28 juli 2026. Bij het bepalen van de datum voor de mondelinge behandeling is door de rechter geen rekening gehouden met de verhinderdata van verzoekster/haar gemachtigde. Volgens de rechter hield dat verband met het spoedeisend karakter van de hoofdzaak. Verzoeker in de hoofdzaak heeft door zijn proceshouding echter niet van spoed laten blijken. Door desondanks geen uitstel te verlenen, wordt volgens verzoekster de voortgang van de procedure geplaatst boven het belang van verzoekster. Verzoekster/haar gemachtigde kon zich niet laten vertegenwoordigen door een derde en zij kon, als de zitting door zou gaan, niet toelichten dat de hoofdzaak met gesloten deuren behandeld moet worden. Aan het verzoek om uitstel om deze klemmende redenen is zonder enige motivering voorbijgegaan. Er heeft geen belangenafweging plaatsgevonden. Het ontbreken van een motivering draagt bij aan de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. 2.2. De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. De rechter brengt naar voren dat, uitgaande van de door verzoekster opgegeven verhinderdata, de mondelinge behandeling in de hoofdzaak pas in oktober 2026 zou kunnen plaatsvinden. Gelet op het spoedeisend karakter van de hoofdzaak is dat te laat. Het eerste uitstelverzoek van verzoekster is op 6 juli 2026 gemotiveerd afgewezen. Vervolgens is door verzoekster pas op 21 juli 2026 een tweede uitstelverzoek op dezelfde gronden gedaan. Dit verzoek is daarom, nadat de wederpartij had laten weten niet akkoord te gaan met uitstel van de mondelinge behandeling, zonder motivering afgewezen. De andere verzoeken zouden op de zitting worden besproken. Verzoekster had in de periode tussen 6 juli 2026 en 21 juli 2026 een oplossing kunnen zoeken voor de vervanging ter zitting, maar zij heeft dit nagelaten. Verzoekster is ook niet in overleg getreden met de wederpartij in de hoofdzaak om tot een oplossing te komen. De gronden met betrekking tot het ontbreken van de spoedeisendheid en het bewaken van de vertrouwelijkheid zijn pas in het wrakingsverzoek naar voren gebracht. De rechter heeft hier dus bij de beoordeling van de uitstelverzoeken geen rekening mee kunnen houden. 3 De beoordeling Het toetsingskader 3.1. In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.2. De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. Het oordeel van de wrakingskamer 3.3. Het eerste uitstelverzoek van verzoekster was niet gemotiveerd. Dit verzoek is door de rechter op 6 juli 2026 gemotiveerd afgewezen. Verzoekster heeft daarop op 21 juli 2026 een tweede uitstelverzoek gedaan om klemmende redenen. De aangevoerde klemmende redenen betreffen een verzoek om behandeling met gesloten deuren en de onmogelijkheid van verzoekster en haar gemachtigde (die samenvallen in mr. Y. Moszkowicz) om op de zitting te verschijnen. De rechter heeft het tweede verzoek om uitstel zonder nadere motivering afgewezen en partijen meegedeeld dat de overige verzoeken van verzoekster ter zitting besproken zouden worden. Deze beslissingen vormen het uitgangspunt voor de beoordeling door de wrakingskamer. 3.4. De beslissingen van de rechter om (i) geen uitstel van de mondelinge behandeling te verlenen en om (ii) het verzoek om behandeling met gesloten deuren ter zitting te bespreken zijn procesbeslissingen. Uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat een procesbeslissing als zodanig nooit een reden kan vormen voor wraking, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is. De wrakingskamer mag ook geen oordeel geven over de juistheid van de procesbeslissing van de rechter. Dat kan alleen worden gedaan door de rechter in hoger beroep. 3.5. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zich er ook tegen dat de motivering grond kan vormen voor wraking, ook als het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is alleen anders als de motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten (bijvoorbeeld door de bewoordingen in de motivering) niet anders kan worden begrepen dan als een uiting van vooringenomenheid van de rechter die de motivering heeft gegeven. 3.6. De hoofdzaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer van verzoekster. Zulke zaken worden behandeld door de kantonrechter. Op grond van artikel 7:686a lid 5 van het Burgerlijk Wetboek vangt de mondelinge behandeling van een dergelijke zaak niet later aan dan in de vierde week volgende op die waarin het verzoekschrift is ingediend. In die zin heeft de hoofdzaak een spoedeisend karakter. 3.7. Op grond van het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken kanton, handel en voorzieningenrechter kan de kantonrechter bij de vaststelling van de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling, uit oogpunt van een goede procesorde, voorbijgaan aan de opgave van een te groot aantal verhinderdata door partijen. Een eventueel uitstelverzoek moet schriftelijk worden gedaan. Uit het procesreglement volgt verder – voor zover van belang – dat in de hoofdzaak uitstel alleen zou kunnen worden verleend op verzoek van een partij op grond van klemmende redenen.